‘Vrijheid is de enige verworvenheid van de revolutie’

Stenen en tomaten kreeg de Tunesische president Moncef Marzouki naar zich toe geslingerd toen hij op 17 december in Sidi Bouzid de herdenking van de Jasmijnrevolutie bijwoonde. Precies twee jaar eerder stak Mohamed Bouazizi zich in dat stadje in brand. Ook vandaag nog is het volk kwaad.

  • Samira Bendadi Monia Ben Hamdi. Samira Bendadi
  • Samira Bendadi Omar Tiss. Samira Bendadi

Dégage! Rot op!’ De kreet die het einde van het Ben Ali-tijdperk inluidde, weerklonk de voorbij maanden in Tunesië opnieuw door de straten. In drie steden moest de gouverneur een stap opzij zetten. Net als twee jaar geleden is het het achtergestelde binnenland dat in opstand komt. Deze keer omdat de beloofde maatregelen voor tewerkstelling en tegen armoede er maar niet lijken te komen.

In Siliana, een stad in het zuidoosten van Tunesië, hebben de confrontaties tussen betogers en ordediensten in november vijf dagen geduurd. Er vielen tientallen gewonden. Het protest dreigde zich over heel het land te verspreiden nadat andere steden zich solidair hadden verklaard met Siliana. De gouverneur moest opstappen en werd vervangen door zijn assistent. In december bereikte de spanning tussen de overheid en de UGTT, de belangrijkste vakbond in het land, een hoogtepunt nadat in Tunis het hoofdkwartier van de vakbond door de Liga ter Bescherming van de Revolutie was aangevallen. Volgens opposanten is die liga niets anders dan een militie die bij de islamitische partij Annahda aanleunt. De UGTT eiste de ontbinding van de liga en de vervolging van de verantwoordelijken voor de aanval op haar leden. Ze dreigde met een algemene staking maar na onderhandelingen met de overheid kwam die er niet.

Revolutionaire legitimiteit

De trojka die sinds de verkiezingen van 23 oktober 2011 het land naar de democratie moet loodsen, is verzwakt. Tot de trojka behoren de coalitie van de islamitische partij Annahda, de CPR van huidige president Moncef Marzouki en de sociaal democratische Ettakatol.

De kritiek van de civiele maatschappij en de oppositie op de overheid is hard. Ook de media zijn niet mals, vooral Annahda moet het ontgelden. De partij wordt beschuldigd van politieke benoemingen in de publieke sector. Ze zou bovendien de administratie willen inpalmen om op die manier de weg vrij te maken voor een nieuwe overwinning bij de komende verkiezingen. Tegen die achtergrond gingen eind 2012 onderhandelingen van start om de coalitie te verbreden en andere partijen bij die overgangsperiode te betrekken. Die overgangsperiode mag maximum twee jaar duren.

‘Tunesië maakt een heel moeilijke fase door. Op politiek vlak is er veel onenigheid. Er zijn veel conflicten die vooral ingegeven zijn door electoraal belang’, zegt Omar Tiss, een jonge journalist die de politieke actualiteit verslaat voor de vrije radio Jawhara FM. ‘Iedere partij vindt van zichzelf dat zij de revolutionaire legitimiteit heeft om aan de macht te komen. Maar dat interesseert de gewone Tunesier niet. Voor de Tunesiërs is het niet belangrijk wie er aan de macht is. Belangrijker is dat diegenen die aan de macht komen hun problemen oplossen, dat er iets gedaan worden aan de werkloosheid en aan de stijging van de prijzen.’

In een klimaat van wantrouwen voeren de media een verbeten strijd met de overheid.

Monia Ben Hamadi, politiek verslaggever voor de nieuwssite Business News deelt die mening. Voor haar blinkt de huidige coalitie vooral uit in incompetentie. ‘Er is nood aan een systeem van overgangsjustitie. Maar het lijkt erop dat de regering daar niet in geïnteresseerd is. En de fouten en de misstappen stapelen zich op, zowel vanuit de coalitie als van de kant van de oppositie, die vooral bezig is met ideologisch getouwtrek. De financieringswet is aan de aandacht van de oppositie voorbij gegaan. Het wetsvoorstel van oppositiepartij Aljomhouri omtrent een overgangsjustitie heeft evenmin aandacht gekregen en raakte bedolven onder de stapel dossiers die nog behandeld moeten worden. De installatie van de organen die moeten toezien op de verkiezingen loopt vertragingen op. En ook de grondwet moet nog geschreven worden.’

‘De huidige regering kreunt onder het werk en dat heeft zijn redenen’, zegt Monia Ben Hamadi. ‘De coalitiepartners zijn heel slecht georganiseerd. De bijeenkomsten van de Grondwettelijke Vergadering beginnen nooit op tijd. Men begint een uur of anderhalf uur te laat om dan om de twee minuten pauze te nemen. Om te eten of om te bidden. In het beste geval wordt er twee uur per dag gewerkt. En dat is geen karikatuur.’

Historische verantwoordelijkheid

‘Iedereen wil zijn eigen mensen benoemd zien in de organen die moeten toezien op de verkiezingen want niemand vertrouwt nog iemand anders’, zegt Omar Tiss. Zo’n klimaat is niet bepaald gunstig voor de economie. ‘Buitenlandse investeringen blijven uit en grote infrastructuurprojecten die de vraag van achthonderdduizend werklozen zouden kunnen opvangen, zijn niet aan de orde. ‘De enige verworvenheid van de revolutie is vrijheid’, zegt Omar Tiss. ‘En de eersten die daarvan profiteren, zijn de journalisten’.

De persvrijheid is wel tastbaar maar nog geen verworven recht, benadrukt Nizar Bahloul, directeur-generaal van Business News. De media voeren een verbeten strijd met de overheid in een klimaat van wantrouwen. Journalisten vrezen dat de klok nog altijd teruggedraaid kan worden. Daarom willen ze zo snel mogelijk een wettelijk kader dat de persvrijheid garandeert. De overheid van haar kant aarzelt, kent de sector niet goed en maakt weinig gebruik van de bestaande expertise. Het was pas na een nationale staking van journalisten op 17 oktober 2012 dat de overheid ermee instemde om de twee decreten te implementeren die de persvrijheid garanderen. Ze waren al op 2 november 2011 door de vorige interim-president ondertekend maar werden door de huidige regering geblokkeerd. Het argument voor de blokkering was dat ze lacunes zouden bevatten.

De Tunesische media zijn in volle bloei. Vooral in de audiovisuele sector zijn er nieuwkomers en ook het aantal nieuwssites is toegenomen. Die evolutie stemt Omar optimistisch. ‘De bevolking is niet zo naïef als velen binnen de elite denken. Het volk heeft zijn revolutie gevoerd voor een specifieke doelstelling. Men zal dat niet zomaar laten vallen maar de politieke leiders moeten beseffen dat ze een historische verantwoordelijkheid hebben en de jeugd een kans geven.’

Monia vindt dat de revolte algemener moet worden. ‘Ik denk dat de druk op de politiek behouden moet blijven om een stevig democratisch politiek systeem op te bouwen. Ook al zou dat tijdelijk ten koste gaan van de heropbouw van de economie’, zegt Monia. ‘Dit is de enige garantie voor een stabiele toekomst.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2838   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur