Vroeger apart, nu samen

De wereld verandert voortdurend, dus moet ook een tijdschrift dat die wereld in beeld wil brengen, geregeld worden vernieuwd. Wereldwijd en De Wereld Morgen doen die beweging ditmaal samen, en gaan zo ver dat ze de bestaande bladen vervangen door één nieuw mondiaal magazine. Een blik op de toekomst, met kennis van het verleden.
Met de steun van de grote NGO’s en bijgestaan door de deskundige diensten van Roularta Media Group, lanceert een nieuwe v.z.w. vanaf eind volgende maand een gloednieuw tijdschrift. Een mondiaal magazine met degelijke wereldgerichte journalistiek. Geen fastfood, maar artikels die peilen naar de diepere tendensen en de onderliggende krachten die de mondiale samenleving sturen. Met verhalen van mensen die vechten tegen de pletwals van de neoliberale globalisering en hun bestaan zelf richting willen geven. Kortom, voedsel voor wie zijn kijk op de geglobaliseerde wereld wil verbreden, verdiepen en aanscherpen. Voor al wie wel eens droomt van een ándere wereld.
Wagen we ons hiermee een sprong te ver? Worden we afvallig van onze missie? Of is deze evolutie inherent aan de maatschappelijke ontwikkelingen die ook Vlaanderen hebben veranderd? Met die vraag gingen we op de koffie bij twee ex-hoofdredacteurs, Mark Fillet van Wereldwijd en Mark Vandommele van De Wereld Morgen. Zij brachten ons het prille begin van beide bladen in herinnering, bliezen even het stof van de geschiedenis weg en focusten op de nieuwe opdracht van vandaag.
De maatschappelijke context is niet meer die van dertig jaar geleden, de lezers zijn veranderd, de mediaomgeving is niet meer wat ze voordien was. Maar de opdracht van geëngageerde journalistiek is gebleven. De uitdaging om zo’n opdracht waar te maken is vandaag, in een omgeving waar vooral cijfers voorop staan, alleen maar groter geworden. Voor Daniël Biltereyst, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Gentse Universiteit, is de uitdaging van het blad het behoud van wat meer diversiteit en kritische stem in een almaar verschralend medialandschap.

De wereld zoals hij is
“Wereldwijd is gegroeid uit de frustratie van Congo.” Mark Fillet verwoordt het met de gedrevenheid en de scherpte die jarenlang het waarmerk waren van zijn artikels in Wereldwijd. “Eind de jaren zestig werd het duidelijk dat het fout liep met de dekolonisatie. Er waren opstanden, er vloeide bloed, er werden nonnen verkracht. De Belgische aanwezigheid was niet meer gewenst. De frustratie die dit proces teweeg bracht bij de Belgische bevolking lag gedeeltelijk aan de missieboekjes. Die hadden Congo voorgesteld als de ‘modelkolonie’, met lachende negertjes die allemaal katholiek waren geworden. Ineens spatte dat beeld uit elkaar, plots gaapte er een enorme kloof tussen het beeld dat de missieblaadjes hadden opgehangen, en de realiteit.” Voor Witte Pater Walter Aelvoet en andere vurige missionarissen was dit een ondraaglijke situatie. “Met de duizenden missionarissen die we zijn, we weten veel meer dan we laten blijken”, dacht Aelvoet. En vanuit die verontwaardiging werd Wereldwijd geboren, als een zoektocht naar de waarheid. Het politieke bewustzijn aanscherpen, economische analyses maken, mensen stimuleren tot debat, het behoorde allemaal tot de geest van die tijd.
Mei ‘68 hing in de lucht en in katholiek Vlaanderen kreeg dat flower power-gevoel van creativiteit, vernieuwing en bevrijding een politieke en revolutionaire dimensie bij vanuit Latijns-Amerika. De Cubaanse revolutie (1959) was nog vers, Ché Guevara trok het continent rond en de bevrijdingstheologie, ontstaan in de schoot van de legendarische bisschoppenconferenties van Medellín (Colombia) en Puebla (Mexico), noemde deze revoluties ‘een antwoord op de eerste spiraal van geweld’, op het eeuwenoude structurele onrecht. Mark Vandommele van De Wereld Morgen: “Eigenlijk waren we in Vlaanderen toen allemaal schatplichtig aan die bevrijdingstheologie. De katholieke organisaties openden hun deuren en ineens werd er heel veel mogelijk.”

Het politieke debat
Wat de Witte Paters, de Dominicanen en de Jezuïeten waren voor Wereld-wijd, waren de christen-democraten, de socialisten en de liberalen voor het NCOS-CNCD (Nationaal Centrum voor Ontwikkelingssamenwerking / Centre National de Coopération au Développement). De bruisende dynamiek aan de basis kwam van de Jongerencentra voor Maatschappijvernieuwing. En 11 november, de herinnering aan de oorlog, werd het vertrekpunt voor een nieuwe beweging voor Vrede en Ontwikkeling, voor 11.11.11 en het bijbehorend blad De Wereld Morgen dat gratis werd verspreid aan al wie een financiële steun gaf. Vandommele: “De beweging en het blad waren onafscheidelijk met elkaar verbonden.” Ook voor De Wereld Morgen was het Congo van dictator Mobutu het middelpunt van felle discussies. Het blad volgde de Belgische politiek op de voet, leverde achtergrondinformatie, maar riep de politici ook ter verantwoording. “We werden gelezen in het parlement, we wogen op het politieke debat”, weet Vandommele. Belgische wapenleveringen waren – toen ook al – een heet hangijzer, en internationaal verwachtte solidair Vlaanderen veel van de Unctad-conferenties (United Nations Conference on Trade and Development) die streefden naar rechtvaardigere grondstofprijzen en eerlijkere handelsrelaties tussen Noord en Zuid. De derdewereldlanden hadden een er een stevige vinger in de pap, de WTO was nog ver af en men droomde hardop van een Nieuwe Economische Orde, die er nu wel snel zou komen.

Samen of apart
Beide bladen floreerden op de rijke humus van de tijdgeest. Samen, maar apart, over aanverwante thema’s, maar met een eigen lezerspubliek, een veerkrachtig draagvlak. Het idee van samengaan viel wel eens, maar werd nooit echt opgetild en uitgebroed. Vandommele: “We kenden elkaar heel goed, maar ieder bereikte zijn eigen publiek met zijn eigen invalshoek.” De Wereld Morgen, oorspronkelijk als gratis blad in twee taalversies, ging op tienduizenden exemplaren naar Vlaamse en Franstalige lezers. Wereldwijd floreerde met een abonnementenbestand dat over de mythische kaap van 80.000 ging. Eind de jaren zeventig had het blad zozeer de wind in de zeilen dat er op zekere dag een brief van Roularta in de bus belandde. “Mevrouw De Nolf wilde met ons praten”, herinnert Fillet zich. “In Roeselare in de chique villa achter de drukkerij hebben we toen ‘aangelegen’ aan een banket en de zaak besproken. Het was een verscheurende keuze. Maar het uiteindelijk verdict luidde: ‘Dit Wereldwijd is ons te veel waard.’ We hadden nooit eerder zo’n sterke stem gehad en hielden het ook niet voor mogelijk dat het tij kon keren. Roularta ging ook helemaal niet mee in de economische analyses die Wereldwijd maakte, en nog minder in de analyses van de buitenlandse politiek, met het onafhankelijke Zaïre en Chili na de moord op Salvador Allende. Bovendien bracht het tijdschrift veel geld op, waarom zouden we ons aan Roularta hebben gegeven? ‘En zelfs als het ons geld kost, dan leggen we dat erbij’, zegden twee leden van het bestuur. De trots was groot op dat moment.” Enkele jaren later was het tij gekeerd. Fillet: “De katholieke achterban ging niet meer mee in het bevrijdende gedachtegoed, terwijl we voor de derdewereldbeweging een te katholiek imago hadden.”
Bij De Wereld Morgen was het een constant gevecht tussen het blad en de beweging, tussen interne communicatie en de noodzakelijke autonomie voor een informatieve en journalistieke opdracht. Vandommele: “Een bewegingsblad is iets anders dan een informatief blad. Een journalist moet kritische informatie brengen.” Ook de spanning tussen de top en de basis groeide. Die basis vroeg vaak helemaal niet om kritische informatie, maar wilde wel geld inzamelen voor 11.11.11. Vandommele: “Vandaag is er ‘Pagina 11’ voor de mensen die zich plaatselijk inzetten, met toch ook wel een link naar de grote gebeurtenissen als Porto Alegre. Voor sommige mensen volstaat dat, maar het globale gebeuren, de achtergronden verlies je daarmee wel uit het oog.” De Wereld Morgen groeide intussen uit tot een meer journalistiek blad, al betreurt Vandommele dat de echte politieke slagkracht van vroeger er niet meer is.
De interne strijd die de bladen in de jaren negentig te leveren hadden, was een weerspiegeling van de veranderde tijdgeest. Geen honderdduizend betogers meer voor de integratie van migranten, zelfs niet tégen een dreigende oorlog tegen Irak. De wereld is zoveel complexer geworden, de vragen chaotisch, de antwoorden diffuser. En dus raakt veel nieuws niet onder de reikwijdte van de eigen kerktoren uit.

Betrokken burgers, geen consumenten
“Ik zou al blij zijn met nieuws van onder die kerktoren”, reageert Fillet. “Maar dan niet langer het nieuws, bekeken vanuit onze ogen, maar bekeken vanuit de ogen van mijn buurman, de allochtoon. De hele geglobaliseerde wereld wandelt hier op straat rond. Die vind ik op mijn stoep. Daarover wil ik een blad, over de Noord-Zuidkloof hier bij ons aanwezig. Daarover wil ik de dialoog aangaan.” Heeft Vlaanderen wel behoefte aan een mondiaal magazine? Ik vraag het aan prof. Daniël Biltereyst, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Gentse Universiteit. “In onze samenleving kan je niets begrijpen zonder het in wereldperspectief te zien. De omgeving die ons omringt, de mensen die we ontmoeten, de activiteiten waarmee we bezig zijn, alles moet vandaag worden begrepen tegen die achtergrond van een globaliserende wereld.”
Sommige kwaliteitskranten in Vlaanderen verbinden er hun imago aan om buitenlands nieuws te brengen en hun lezers van achtergrondinformatie te voorzien via allerlei bijlagen. Die bijlagen hebben volgens Biltereyst aan tal van tijdschriften in Vlaanderen het leven gekost, wat uiteindelijk heeft geleid tot een verschraling van het medialandschap. Biltereyst: “Als we terugkijken naar de media, niet als commerciële bedrijven, maar als een instelling van de democratie, zien we dat vandaag een blad met een zweepfunctie ontbreekt. In een samenleving die in volle verandering is, en die wordt overspoeld door mainstreamberichten, is het een dringende opdracht het maatschappelijk debat aan te wakkeren. Een diversiteit aan meningen waarover niet door consumenten van nieuws, maar door actieve burgers wordt gedebatteerd.” Als het nieuwe blad daarin zou slagen, heeft het reden van bestaan, voor Biltereyst.

Op het tweede Wereld Sociaal Forum in het Braziliaanse Porto Alegre (januari 2002) wees hoofdredacteur Ignacio Ramonet van ‘Le Monde Diplomatique’ op de noodzaak aan alternatieven om te komen tot wat hij noemde een ‘ecologie van de informatie’. Essentieel daarvoor, aldus Ramonet, is tegeninformatie. Eenzijdige en foutieve informatie, afbottende mainstreaming kan je alleen maar bestrijden met de oprechte waarheid, met la verdad verdadera. Dat is de opdracht van het mondiale magazine. Maar om het project helemaal te doen slagen, zijn er ook bewuste burgers en interactieve lezers nodig.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2945   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.