Vrouw zijn in het Klein Kasteeltje

Het boek Transit 51 en de gelijknamige tentoonstelling bieden het grote publiek een unieke inkijk in de dagelijkse realiteit van vrouwen in het Klein Kasteeltje, het grootste en oudste opvangcentrum van België.

Naar aanleiding van Wereldvrouwendag op 8 maart publiceert MO* drie portretten uit Transit 51. Wat betekent voor hen “vrouw zijn” in het opvangcentrum? Kunnen ze zichzelf zijn? Is het anders dan in hun land van herkomst? En kunnen ze hun mannetje staan in een minisamenleving van 800 bewoners, waar hoofdzakelijk mannen verblijven? Zouden ze gelukkig zijn? Kunnen en durven ze nog dromen?

Jamila (Ethiopië): ongewenst zwanger

In de kamer, net naast het hoofdeinde van Jamila ‘s bed, weerklinken geanimeerde stemmen vanuit een splinternieuwe laptop op een stoel. De stemmen spreken Amhaars, de nationale taal van Ethiopië, Jamila’s geboorteland.

‘Het zijn religieuze discussies tussen protestantse christenen en moslims’, verklaart Jamila. Ze neemt haar zoon beet en zet hem op de grond in de wieg die in zit-ligstand staat. Hij drinkt met gulzige, gretige slokken. ‘Ik hou niet van wat de moslims zeggen… Arabieren zijn echt getikt. Een vriendin van me is gestenigd in Soedan omdat ze een jeans droeg onder haar chador. Alles is gefilmd, je kan het zelfs bekijken op YouTube. ‘

Als half-Ethiopische, half-Eritrese verliet Jamila Ethiopië in 2000. Haar familieclan besloot naar buurland Soedan te vluchten vanwege conflicten in de hele Tigray-regio, het grensgebied van Noord-Ethiopië en Eritrea. ‘Mijn vader is dood, en in Soedan vond mijn moeder een nieuwe man. Een moslim. Toen ik zwanger werd, was ik niet getrouwd. De nieuwe man van mijn moeder werd er compleet gek van. Zijn gemeenschap wou me vermoorden. Eigenlijk drongen ze me een abortus op. Maar in Soedan gebeurt dat niet in een ziekenhuis. Een kind laten wegnemen is levensgevaarlijk en de kans om zelf te sterven is erg groot. Ze hebben me opgesloten in een huis… Ik ben er zes dagen gebleven. Mijn moeder heeft uiteindelijk iemand betaald om me eruit te laten en zo ben ik kunnen ontsnappen. ‘

Vanaf dat moment was Jamila volledig op zichzelf aangewezen. ‘Ik belandde eerst op een schip dat elf dagen lang rondvoer. Daarna heb ik nog een andere, veel kleinere boot moeten nemen.’ Het zijn pijnlijke herinneringen en Jamila vindt het duidelijk moeilijk om erover te vertellen. ‘Bij mijn aankomst in Brussel dacht ik echt dat ik in Londen was. Iets wat me meteen opviel, is dat erg veel mensen hier Arabisch spreken.’ Heeft ze nog contact met haar familie? De blik van Jamila wordt somber: ‘Soms bel ik met mijn moeder…’

Parandzem (Armenië): ‘Alles voor mijn kinderen’

Parandzem is in België sinds mei 2011. Daarvoor woonde ze in Turkije. In 2005 begon ze er een nieuw leven en voedde er haar zoon en dochter (toen respectievelijk zestien en veertien jaar) alleen op.

‘Mijn man is gestorven toen de kinderen nog erg klein waren. Ik werkte in die tijd als juwelenmaakster. Het is een echt Armeens ambacht, dat van moeder op dochter wordt doorgegeven. Ook voor we ons in 2005 in Turkije vestigden, reisde ik er al vaak naartoe.’

Om elf uur bindt Parandzem een schort voor en drukt een plastic netje in het haar. Ze begint meteen de tafels in de refter klaar te zetten. Hier eten zo ‘n zestigtal personeelsleden. Ze is meteen bij de pinken als de eerste personeelsleden opdagen. ‘Vlees? Saus?… Smakelijk eten.’ Ze roept het personeel achterna in het aarzelend Nederlands of Frans, afhankelijk van de persoon.

‘Ik spreek een beetje van alles, maar niets echt goed. Mijn dochter, Karine, spreekt erg goed Frans. Voor haar en voor mijn zoon vecht ik. In feite heb ik al jaren niet aan mezelf kunnen denken. Het allerbelangrijkste voor mij zijn mijn kinderen. In Armenië is dat volstrekt normaal. Je doet alles om je familie samen te houden.’

Ze werkt niet alleen voor haar kinderen, ze bezoekt ook regelmatig kerken of kapelletjes om voor hen te bidden. ‘Sinds de dood van mijn man sta ik er helemaal alleen voor. Ik heb mijn kinderen alleen grootgebracht. Dat was niet altijd gemakkelijk, integendeel. Tijdens moeilijke periodes is God altijd een belangrijke steun voor me geweest. Als ik nu bid, is het voor mijn kinderen. Hoewel ik probeer hen zo veel mogelijk moederliefde te geven, ben ik niet altijd bij hen. Daarom vraag ik God hen te beschermen.’

Op de vraag of er plaats is voor een nieuwe man in haar leven, antwoordt Parandzem aarzelend. ‘Elke vrouw wil iemand die naast haar staat, iemand om gevoelens mee te delen. Niet per se iemand om het bed mee te delen, maar iemand om mee te praten. Nu ben ik een echte binnenvetter.’

Evgenia (Oezbekistan): weg van de sharia

Evgenia –“Jane” voor het personeel van het Klein Kasteeltje– flaneert door de straten van Molenbeek alsof ze nooit iets anders gedaan heeft. Ze draagt een rammelende zwarte plastic zak waarin haar kapotte bril zit.

‘Ik zie erg slecht van dichtbij. Zonder bril kan ik niet lezen. Plots was het zo, van de ene dag op de andere, waarschijnlijk door de stress.’

Het is heet vandaag in de straten van Brussel en Evgenia heeft hoofdpijn. Ze zucht elke keer als ze in het Engels niet gezegd krijgt wat ze wil zeggen. ‘Taal is ongelooflijk belangrijk. Het wordt erg moeilijk als je je niet verstaanbaar kan maken. Ik begrijp ongeveer wat andere mensen zeggen, maar ik kan me zelf niet goed uitdrukken.’

Op de Gentsesteenweg kijkt ze verschillende gesluierde vrouwen na. ‘In Oezbekistan kwam ik nooit buiten. Ik had bijvoorbeeld nog nooit een zwarte in het echt gezien. Ik bekeek de wereld via mijn televisie of baseerde me op de verhalen die mijn man me vertelde. Zelfs gewoon uit het raam kijken, deed ik niet.’ Dat contrasteert volledig met de onafhankelijke vrouw die ze lijkt. Een vrouw in een kort grijs kleedje die zonder aarzelen een winkel vol monturen en zonnebrillen binnenstapt. Hoe heeft ze het al die jaren kunnen volhouden? Waarom is ze niet vroeger vertrokken? Het is alsof de druk van een gehele gemeenschap haar zo lang verlamd heeft.

Evgenia dacht vooral aan haar twee kinderen, een dochter uit haar eerste huwelijk en een zoon uit het tweede. ‘Ik wou absoluut dat ze naar de universiteit zouden gaan, dat ze een goede opleiding zouden krijgen. Ik was bereid om er heel wat voor op te offeren.’ Haar blik wordt somber. ‘In het begin van onze relatie was het helemaal anders. We hebben samen echt mooie jaren beleefd. Maar beetje bij beetje is heel de samenleving veranderd. Ik heb de islam gekend als een geloofsovertuiging die respect had voor andere religies. Maar vandaag dicteert de sharia hoe alles loopt. Zo is onderwijs niet echt toegankelijk meer voor vrouwen en moet je haast een praktiserende moslim zijn om werk te vinden of toegang te krijgen tot gezondheidszorg.

Hoe het Westen mijn land bekijkt, strookt niet met hoe de inwoners het zelf ervaren. Toen Oezbekistan nog een socialistische Sovjetrepubliek was, ging alles veel beter. We leefden goed. Jonge meisjes gingen naar de universiteit en konden buiten komen.’

Lisa Van Damme (fotografe), Julie Vanstallen (journaliste) en Julie Weyne (maatschappelijk werker) realiseerden samen het project Transit 51.

Bezoek de tentoonstelling Transit 51 van 8 tot 31 maart in GC De Markten, Oude Graanmarkt 5 in Brussel. Meer info.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift