Vrouwen beslissen over toekomst gigantische kopermijn van Bougainville

Wordt er straks weer goud en koper bovengehaald uit de mijn van Panguna op Bougainville, in Papoea-Nieuw-Guinea, een van de grootste open mijnen ter wereld? Voorlopig klinken de vrouwelijke landeigenaars sceptisch.

 “Over welke soort mijnbouw hebben we het, en hoe gaat de hervatting in zijn werk?”, vraagt Patricia Tapakau, de voorzitster van de Vrouwen van Panguna in Mijnbouw. Die organisatie verenigt vrouwen in dertien dorpen rond de mijn. “We moeten het weten, want we willen niet nog meer vernieling. Daarvan hebben we genoeg gehad.” De stem van vrouwen telt mee op Bougainville, want op het eiland geldt een erfsysteem dat de lijn van de moeder volgt.

Opstand

De mijn van Panguna begon kopererts te leveren in 1969, toen Bougainville nog onder Australisch koloniaal bestuur stond. De plaatselijke bevolking zag nauwelijks iets van de winsten die een exploitatie-akkoord tussen de Australische regering en het mijnbouwbedrijf Conzinc Rio Tinto Australia opleverden. In 1975 werden Papoea-Nieuw-Guinea en daarmee ook Bougainville onafhankelijk. Maar voor de plaatselijke bevolking rond de mijn veranderde er niets. De Barapang-, Kurabang-, Basikang- en Bakoringkuclans die in het gebied leven, hadden verder te lijden onder verdrijvingen en vervuiling, terwijl de regering van Papoea-Nieuw-Guinea en het Britse mijnbouwbedrijf Rio Tinto via hun joint venture Bougainville Copper Ltd (BCL) de winsten wegsluisden.

Het conflict tussen de clans, die compensaties begonnen te eisen van Bougainville Copper, en de regering van Papoea-Nieuw-Guinea was een van de belangrijkste oorzaken van de gewapende opstand die in 1988 op het eiland uitbrak en 20.000 slachtoffers eiste. Pas in 1997 maakte een staakt-het-vuren een einde aan de vijandelijkheden tussen de rebellen en soldaten uit Papoea-Nieuw-Guinea. Het eiland bleef echter instabiel. Ook een in 2001 gesloten vredesverdrag, de vorming van een autonome regering voor het eiland in 2005 en het vooruitzicht op een referendum dat binnen afzienbare tijd over de toekomst van het eiland moet beslissen, konden de lont niet helemaal uit het kruitvat halen.

Nieuwe inkomstenbronnen

De mijnbouwactiviteiten werden in 1989 stilgelegd. De onrust op het eiland en vooral rond de mijn hielden investeerders lang op afstand, al zit er naar schatting nog 3,5 miljoen ton koper en 12,7 miljoen ons goud in de grond. Maar Bougainville heeft steeds meer nood aan nieuwe inkomsten. De bevolking van het eiland is toegenomen van 175.000 in 2000 tot meer dan 300.000 nu. Ontwikkelingshulp is de belangrijkste inkomstenbron, en dat geld is niet voldoende om de nodige openbare dienstverlening uit te bouwen. In veel dorpen is er geen stroom, zuiver water of gezondheidszorg.

Bougainville moet andere inkomstenbronnen aanboren, zeker als het eiland helemaal onafhankelijk wordt. In mei bracht Peter Taylor, de voorzitter van Bougainville Copper, een bezoek aan de president van de autonome provincie, John Morris, om de mogelijke heropening van de mijn van Panguna te bespreken.

Taylor verklaarde ervan uit te gaan dat de autonome regering en de landeigenaars het voortouw zullen nemen in de onderhandelingen over de heropening van de mijn. Maar de vrouwelijke landeigenaars vrezen dat hun onderhandelingspartners weinig begrip zullen tonen voor hun opvattingen over de waarde van ongeschonden bossen en velden. Er kan ook geld worden verdiend met toerisme en de productie van kokosnoten en palmen, activiteiten waarvoor geen natuur moet wijken, stellen ze.

Compensaties

Ook de oude compensatiekwestie is nog niet vergeten. “Eerst moeten de regering en het bedrijf die 10 miljard kina (3,3 miljoen euro) betalen die de landeigenaars altijd hebben geëist, en dan moet er een schadevergoeding komen voor de moorden en de schade die is aangericht. Daarna kunnen we het over mijnbouw hebben”, zegt Lynette Ona, een van de eigenaars.

“De chemicaliën zitten nog in de rivier. Niemand drinkt het water, er is geen vis, het is allemaal hetzelfde gebleven”, zegt Ona, die van plan is te kandideren voor de verkiezingen op Bougainville in 2012. Een onderzoek uit 1998 bracht aan het licht dat er in de omgeving van de mijn duizenden tonnen ertsafval liggen die giftige metalen als kwik, zink en lood bevatten. Die giftige stoffen bleken ook in de rivier Jaba te belanden en daar de visbestanden te decimeren en gewassen aan de oevers te besmetten.

Volgens Stephen Burian, de leidende ambtenaar voor mijnbouwzaken op Bougainville, werkt de provincie met de hulp van de Wereldbank aan nieuwe mijnbouwwetten. Vooraleer de exploitatie van de mijn kan herbeginnen, moet er een onafhankelijke milieueffectstudie komen en een herziening van het exploitatieakkoord tussen de overheid en Bougainville Copper. Daarmee moeten alle betrokken landeigenaars instemmen. De vraag is vooral hoe de eigenaars die de toegang tot de mijn controleren, reageren. In hun rangen bevinden zich veel voormalige rebellen, en ze hebben nog met geen enkel voorstel ingestemd dat betrekking had op mijnbouw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift