Vrouwen, vrede en veiligheid in Bosnië-Herzegovina

10 jaar VN-Veiligheidsraad resolutie 1325

Tijdens de Bosnische oorlog (1992-1995) werden tienduizenden vrouwen en meisjes verkracht. Maar de vrouwen in Bosnië-Herzegovina zijn meer dan alleen slachtoffers. Velen zetten zich in voor vrede en veiligheid – voor en tijdens de oorlog, maar ook vandaag de dag, tenmidden van oplopende spanningen. 15 jaar na Dayton is er echter nog altijd nauwelijks aandacht voor de ervaringen, de realiteit en het werk van de Bosnische vrouwen.

‘Bosnië-Herzegovina is een ernstig verdeeld land,’ zucht Ljuljjeta Goranci Brkić (43). Ljuljjeta – felrode jurk, gestifte lippen en perfect gekapt haar — is algemeen manager van het Nansen Dialogue Centre (NDC) Sarajevo, een NGO die door het tot stand brengen van dialoog probeert bij te dragen aan de ontwikkeling van democratische praktijken en het voorkomen en oplossen van conflicten. Tot zo-even ging het gesprek over een van NDC’s projecten. Ljuljjeta’s grote, bruine ogen fonkelden toen ze vertelde over een jongen die haar aan het einde van een workshop bedankte omdat hij nu de buren kan groeten. Haar vreugde maakt echter snel plaats voor droefheid als de huidige situatie in Bosnië aan bod komt. ‘Er mag dan wel geen gewapend conflict meer zijn, maar wat wij vandaag hebben, kan niet anders omschreven worden dan negatieve vrede. Mensen accepteren elkaar en elkaars verschillen niet. Problemen worden onder het tapijt geveegd. Politici zaaien angst om kiezers aan zich te binden.’

Ljuljjeta is net terug van een heftig bezoek aan Srebrenica en staat op het punt te vertrekken naar het westen van Bosnië voor een volgende vergadering. Haar bureau ligt bezaait met papieren, de boekenkast puilt uit, en als de telefoon niet rinkelt, dan komt er wel een collega binnen met een vraag. ‘Als je terug gaat in de geschiedenis van Bosnië-Herzegovina, in het bijzonder die van Sarajevo, zie je dat vanaf het vroegste begin mensen in dit gebied samenleefden — met al hun verschillen. Zij accepteerden en respecteerden elkaar,’ benadrukt Ljuljjeta. Achter haar hangen tekeningen en foto’s van haar zoon en dochter. ‘Ik wil Bosnië-Herzegovina helpen om een stabiele democratische samenleving te worden, waar eenieder een fijn leven geniet, waar mensenrechten gerespecteerd worden en verschillen geaccepteerd. Ik wil dat mijn kinderen hier later ook kunnen wonen,’ verzucht Ljuljjeta.

Meer dan alleen slachtoffers

Het is inmiddels 15 jaar geleden dat het ondertekenen van het Dayton vredesakkoord officieel een einde bracht aan de oorlog in Bosnië-Herzegovina (1992-1995). Aandenken aan de oorlog – graven, mijnen, sporen van mortierinslagen in gebouwen en straten – zijn echter nog altijd goed zichtbaar in het Bosnisch landschap. Zowel de economie als het land werden in de 3,5 jaar durende strijd verwoest. Op een bevolking van 4,4 miljoen waren er volgens het Joegoslavië tribunaal meer dan 100.000 doden te betreuren. Duizenden Bosniërs worden nog altijd vermist. Bijna de helft van de bevolking raakte door de gevechten ontheemd.

Daarnaast werden tijdens de oorlog tienduizenden, in het bijzonder meisjes en vrouwen, slachtoffer van verkrachtingen en andere vormen van geweld. In sommige gevallen was verkrachting systematisch – vrouwen werden tegen hun wil vastgehouden in kampen of op andere locaties. Ook werd seksueel geweld ingezet als middel om gedwongen verplaatsing van burgers te bewerkstelligen. Vrouwen die de oorlog overleefden, zijn nu vaak weduwe en leven in grote armoede, hebben een of meerdere kinderen verloren of zijn moeder van een rape baby, zijn vluchteling, getraumatiseerd en/of staan nog dagelijks bloot aan huiselijk geweld, dat alleen maar is toegenomen door de oorlog.

Het is echter niet juist om de Bosnische vrouwen als passieve slachtoffers af te schilderen. Velen van hen waren voor en tijdens de oorlog, en zijn nog altijd vandaag de dag, actief voor vrede en veiligheid. Anno 2010 is er echter weinig aandacht voor de bijdrage en de rol die vrouwen (kunnen) spelen als het bijvoorbeeld aankomt op conflict preventie en transformatie. Als er al aandacht is voor de gender dimensie in of na gewapende conflicten, dan is die vaak enkel gericht op het beschermen en behandelen van vrouwelijke slachtoffers.

Vrouwenorganisaties

‘Tijdens de oorlog, met de mannen aan het front, namen de vrouwen de verantwoordelijkheid voor zowel familie als maatschappij op zich,’ vertelt Memnuna (Nuna) Zvizdic, executive director van Žene Ženama, een vrouwenorganisatie gevestigd in Sarajevo. Gezeten aan de grote vergadertafel in het kantoor van Žene Ženama, met aan haar zijde assistent en ‘tolk’ Mustafa, beschrijft Memnuna – parel oorbellen en witte bloes, donker haar samengebonden in een elegante knot — haar werkzaamheden en die van andere vrouwen ten tijde van en na de oorlog.

‘Ik begon als activist in december 1992,’ vertelt Memnuna. ‘In maart 1993 voegde ik mij bij Medica in Zenica, een groot centrum dat hulp gaf aan vrouwen die verkracht waren tijdens de oorlog. Ik werkte daar tot 1998, dus tijdens en vlak na de oorlog. Die ervaring in Zenica had een effect op de rest van mijn leven’. In 1997 keerde Memnuna terug naar Sarajevo, waar zij, samen met twee andere activisten, Žene Ženama oprichtte. Deze organisatie – letterlijk een groep van vrouwen voor vrouwen — moest een veilige plaats bieden aan vrouwen van all ways of life. Vandaag maakt Žene Ženama zich sterk voor de empancipatie en de rechten van de vrouw en vrouwengroepen in Bosnië.

Achter Memnuna hangt een gigantische poster van Bosnië-Herzegovina. De kaart is bedolven onder bloemen. De bloemen geven de locaties van andere vrouwengroepen aan. ‘Veel vrouwenorganisaties kwamen voort uit het verlangen om lokale gemeenschappen te helpen en baseerden zich op de noden van die gemeenschappen,’ legt Memnuna uit. ‘Deze organisaties bieden nu zeer verschillende diensten aan: psycho-sociale hulp, seksuele voorlichting, economische empowerment, educatie over sociale, economische en politieke rechten, en ga zo maar door’.

Financiële zekerheid hebben de meeste vrouwenorganiaties niet. Tijdens en vlak na de oorlog was er slechts geld van internationale organisaties. Tegenwoordig maakt de Bosnische overheid ook geld beschikbaar voor vrouwenorganisaties maar, verzucht Memnuna, ‘fondsen voor “mannen” organisaties zijn vele malen groter’.

Bruggenbouwers

Memnuna benadrukt dat vrouwenorganisaties zich vanaf het begin en ook na het officiele vredesakkoord inzetten voor vrede. ‘Vrouwenorganisaties onderhielden vanaf het begin van de oorlog relaties. En in 1995 waren zij onder de weinigen die reisden tussen de twee entiteiten, om zo te laten zien dat er geen grenzen waren’.

Met de twee entiteiten bedoelt Memnuna Republika Srpska en de Federatie van Bosnië en Herzegovina – één van de uitkomsten van de Dayton vredesakkoorden. Republika Srpska heeft voornamelijk Bosnisch Servische inwoners; de Federatie van Bosnië en Herzegovina wordt bewoond door een meerderheid van Bosniaks (Bosnische moslims) en een grote minderheid van Bosnische Kroaten. Een groot deel van het publieke leven speelt zich af binnen eigen groep. In scholen worden vakken zoals geschiedenis, aardrijkskunde, taal en religie apart gegeven en een groot aantal leerlingen gaat naar scholen die praktisch mono-etnisch zijn. Berichtgevingen in de media is vaak eenzijdig.

Een mooi voorbeeld van huidig vrouwenvredeswerk over de “grenzen” is het Mostar Vrouwen Burger Initiatief, vastgelegd in de documentaire Building Bridges. Mostar, in het zuiden van Bosnië, is nog steeds een verdeelde stad. Kroaten wonen aan de ene en Bosniaks aan de andere kant van de bekende Stari Most (Oude Brug). Om de etnische en religieuze verschillen letterlijk te overbruggen, lanceerde een groep vrouwen afkomstig van beide zijden van de Stari Most daarom een speciaal initiatief: zij besloten samen te gaan werken aan ‘grensoverscheidende’ problemen. ‘Tijdens de eerste bijeenkomst besloten we samen te gaan knokken voor een wetsvoorstel voor betaald ouderschapsverlof, een hot topic hier’, vertelt Amira Spago, lid van de Bosnische moslim partij in Mostar. ‘We sproken over vele problemen, maar we besloten om met [betaald ouderschapsverlof] te beginnen. Je weet hoe het is na een oorlog: het land is verwoest en mannen werken niet,’ legt Ifeta Skoro van de sociaal-democraten uit. Door de grote inzet van de vrouwen werd het wetsvoorstel uiteindelijk aangenomen. Amira benadrukt dat het dit soort kleine stappen die grote veranderingen bewerkstelligen.

Actieve slachtoffers

In het boek De leegte achter ons laten: Een geschiedenis van de vrouwen van Srebrenica tekende Prof. dr. Selma Leydesdorff, hoogleraar oral history en cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, de verhalen van de moeders en echtgenotes van Srebrenica op. De enclave van Srebrenica werd in juli 1995 onder de voet gelopen door Bosnisch Servische troepen. Ondanks de aanwezigheid van Nederlandse VN soldaten werden duizenden moslimmannen afkomstig uit de streek rond het stadje Srebrenica eerst gescheiden van hun families en vervolgens vermoord. Vrouwen, kinderen en ouderen werden tot verplaatsting gedwongen. Verkrachting, seksueel misbruik en ander geweld werd daarbij niet geschuwd.

In het boek van Leydesdorff staan de overlevenden (voornamelijk vrouwen) centraal. Door rouw, ontwrichting en grote armoede lijden vele overlevenden nu aan psychische en andere klachten. Maar, voegt Leydesdorff daar aan toe, ‘als je goed kijkt naar deze vrouwen, zie je dat ze meer zijn dan slachtoffers, dat ze bijvoorbeeld ook iets met het slachtofferschap proberen te doen.’

Leydesdorff beschrijft hoe de vrouwen zich tijdens de belegering gingen organiseren om bijvoorbeeld het ziekenhuis schoon te houden, eerste hulp te verrichten, of sport- en andere activiteiten op te zetten zodat de bevolking wat te doen had. ‘De vaste kern van de vrouwen die zich hiermee belastten, werd later ook de spil van de organisaties van overlevenden,’ legt Leydesdorff uit. De organisaties van overlevenden gingen op zoek naar vermisten en probeerden de waarheid te achterhalen. Ook richtten vrouwen organsiaties op die zich toelegden op het verschaffen van medische zorg en psycho-sociale hulp.

Vanwege de hechte banden met slachtoffers en overlevenden spelen vrouwenorganisaties vaak een belangrijke rol bij het vinden en voorbereiden van getuigen, het verzamelen van verklaringen, en het begeleiden van zij die bewijs geven aan het Joegoslavië-tribunaal. Getuigenissen van vrouwen zijn cruciaal daar vrouwen vaak de enige zijn die bepaalde zaken kunnen navertellen. Verschillende vrouwen hebben inmiddels gesproken voor het Joegoslavië-tribunaal — over de kampen, moord op echtgenoten en zonen, en afschuwelijke verkrachtingen.

Zo ook Grozdana Ćećez, a Bosnisch Servische, die in maart 1997 getuigde tegen Hazim Delić, (plaatsvervangend) commandant van het Čelebići gevangenkamp. Bij aankomst in dit kamp werd zij gedwongen zich te ontkleden en meermaals verkracht. ‘Hij vertrapte mijn trots,’ zei zij hierover, en ‘ik zal nooit meer de vrouwen kunnen zijn die ik was’. Mede op grond van haar getuigenis werd Hazim Delić tot 18 jaar gevangenis veroordeeld.

Inzet voor een democratische toekomst

Momenteel bevindt de politieke situatie in Bosnië zich in een neerwaartse spiraal. Deel van het probleem ligt bij de vredesakkoorden van Dayton. ‘Dayton bracht een einde aan de oorlog, maar liet een miljoen problemen achter,’ verzucht Memnuna. Ljuljjeta sluit zich hierbij aan: ‘Dayton was de enige mogelijkheid om het vechten te stoppen, maar het bracht geen echte vrede’. Ljuljjeta hekelt vooral het feit dat Dayton slechts drie etnische groeperingen (Bosniaks, Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten) expliciet erkent als burgers van Bosnië.

Dayton zorgde voor een splitsing van Bosnië-Herzegovina in twee vrijwel autonome entiteiten. Verder kwamen er een overkoepelende Bosnische overheid en een roterend presidentschap. Ook werd besloten dat Bosnië zelf onder internationaal toezicht zou komen totdat het land stabiel en de staat functionerend zou zijn. Hoewel de overeenkomst niet geschikt en ook niet bedoeld was als oplossing voor de lange termijn, is er tot op heden zeer weinig vooruitgang geboekt op het gebied van constitutionele hervormingen.

Het aantal botsingen tussen lokale bestuurders over de toekomstige politieke structuur van Bosnië en het gebruik van etnisch-nationalistische rhetoriek door politici is alleen maar toegenomen de laatste jaren. De campagne voor de algemene verkiezingen van 3 oktober j.l. was doordrenkt met nationalistische taal. ‘Politici zaaien angst [voor de ander] om de kiezer aan zich te binden,’ legt Ljuljjeta geërgerd uit. ‘Ze zeggen: “Als je niet op mij stemt, dan kun je verbannen worden; dan zullen de jaren ‘90 weer de revue passeren”.’

Ook Milena Nikolic (29), jongerenactiviste te Srebrenica, maakt zich zorgen over de huidige ontwikkelingen. Milena – kort rood haar, simpel paars t-shirt – houdt kantoor in het jeugdcentrum van Srebrenica. Twee jongens spelen een potje tafeltennis in de aangrenzende ruimte. Milena zet zich actief in om jongeren meer politiek-bewust te maken. ‘De politiek wordt misbruikt,’ zegt Milena fel. ‘Politici in Bosnië manipuleren’.

Volgens Ljuljjeta zien inwoners van Bosnië wel in dat er problemen zijn, maar nemen zij geen stappen. ‘Doordat Bosnië vroeger viel onder de Joegoslavische Federatie zijn burgers erg passief,’ verklaart Ljuljjeta. ‘Mensen moeten politici ter verantwoording roepen, ervoor zorgen dat zij zich bewust zijn van hun taak en zich niet onaantastbaar voelen’. Ljuljjeta benadrukt de belangrijke rol die civil society, en in het bijzonder vrouwen(organisaties), spelen in relatie tot het bouwen van een echte democratie.

Žene Ženama is zo’n organisatie. Met de verkiezingen op komst voerden de vrouwen (en enkele man) van Žene Ženama actie voor een groter aantal vrouwen in het parlement. ‘Toen Bosnië nog deel uit maakte van Joegoslavië, was er spraken van formele gelijkheid tussen mannen en vrouwen,’ legt Memnuna uit. ‘Formeel, want mannen hadden nog steeds zeggenschap over de vraag of vrouwen gelijk behandeld moesten worden; slechts 2% van de posities op bestuursniveau lag in handen van vrouwen’. Volgens Memnuna kan Bosnië vandaag de dag nog steeds getypeerd worden als een maatschappij waar mannen het voor het zeggen hebben.

Onderhandelen over vrede – Een mannenklus

Ondanks de inzet van vrouwen zoals Memnuna, Ljuljjeta en Milena voor een vredige, democratische toekomst was en is er nauwelijks aandacht voor de ervaringen, de realiteit en het werk van de Bosnische vrouwen wanneer er over vrede en veiligheid wordt gesproken.

De officiële gesprekken die eind 1995 met het Dayton-vredesakkoord officieel een einde maakten aan de oorlog in Bosnië-Herzegovina, vonden zoals dat gebruikelijk is plaats tussen de strijdende partijen, nationale elites en internationale diplomaten. ‘Behalve Elisabeth Rehn [voormalig VN-gezant voor Bosnië] waren er geen vrouwen aanwezig bij de onderhandelingen en ondertekening van Dayton,’ zegt Memnuna.

Veel meer dan simpelweg het ondertekenen van een vredesakkoord is natuurlijk nodig om tot echte vrede te komen, maar vredesonderhandelingen zijn vaak wel bepalend voor de vormgeving van de naoorlogse maatschappij, zoals bijvoorbeeld electorale processen. Gelijkwaardige deelname van vrouwen en andere stakeholders versterkt de legitimiteit van vredesprocessen doordat ze meer democratisch worden en beter inspelen op de wensen en inzichten van allen die betrokken zijn bij en getroffen worden door het vechten.

Verder zijn conflict preventie en transformatie complexe processen die niet kunnen slagen zonder de steun van de totale bevolking — en in naoorlogse samenlevingen tellen vrouwen vaak ook nog eens voor meer dan de helft van de bevolking. Deelname van vrouwen kan er ook voor zorgen dat andere zaken op de agenda komen te staan – andere ideeën bijvoorbeeld over hoe de macht gedeeld kan worden, seksueel en ander gender gerelateerd geweld of een focus op huishoudens geleid door vrouwen. ‘Vrouwen zijn praktischer ingesteld, dus als zij bij de Dayton gesprekken aanwezig waren geweest, zouden de akkoorden misschien minder formeel zijn geweest,’ oppert Memnuna. Verder resulteert oorlog vaak in een verrandering in rolpatronen – vrouwen nemen taken op zich die voor de oorlog door mannen werden uitgevoerd. In vredesonderhandelingen wordt er echter vaak geprobeerd terug te keren naar de ‘normale’ gang van zaken.

Vijftien jaar na Dayton zitten vrouwen nog altijd niet bij belangrijke besprekingen over de toekomst van Bosnië. Toen afgezanten van de Verenigde Staten en de Europese Unie vorig jaar oktober afreisden naar Bosnië om samen gesprekken over constitutionele hervormingen te houden, waren wederom geen Bosnische vrouwen uitgenodigd. (Overigens waren er ook aan de kant van de tafel, bij de bemiddelende partijen, vooral top-mannen aanwezig.)

10 jaar VN-resolutie 1325

De uitsluiting van vrouwen en hun ervaringen is niet uniek aan Bosnië-Herzegovina; het gebeurt overal ter wereld. Vrouwen worden vaak afgeschilderd als passieve slachtoffers – denk maar aan de recente berichtgeving over Congo – en als sociaal en politiek onbelangrijke actoren. Het gruwelijke effect van oorlogen op vrouwen valt niet te ontkennen, maar de pure focus op het slachtofferschap zorgt ervoor dat er maar weinig aandacht wordt besteed aan de rollen die zij (zouden kunnen) spelen. En dit terwijl actieve deelnamen van vrouwen aan beleidsprocessen nauw verbonden is met de bescherming en preventie van de rechten en behoeften van vrouwen.

Uit recentelijk onderzoek door UNIFEM blijkt dat deelname van vrouwen in vredesonderhandelingen nog altijd sporadisch is. Vrouwen maken minder dan 8% van de deelnemers en nog geen 3% van de ondertekenden op. Ook is er sinds 2000 nog nooit een vrouw aangewezen als hoofd bemiddelaar in vredesbesprekingen gesteund door de Verenigde Naties.

Eind oktober is het precies tien jaar geleden dat de VN-Veiligheidsraad, het orgaan van de Verenigde Naties dat zich bezighoudt met international vrede en veiligheid, resolutie 1325 over vrouwen, vrede en veiligheid aannam. Een belangrijke gebeurtenis, want met deze resolutie erkende de Veiligheidsraad voor het eerst de verschillende ervaringen en bijdragen van vrouwen in het kader van vrede en veiligheid. Resolutie 1325 roept op tot volledige en gelijke participatie van vrouwen alsook aandacht voor gender in all vrede- en veiligheidsinitiativen.

Tien jaar na dato zijn we wereldwijd nog niet echt veel verder dan mooie woorden, met als gevolg dat verkrachting nog altijd een populair oorlogswapen is en vrouwen buitengesloten blijven van vredesprocessen. België, de Europese Unie en de rest van de internationale gemeenschap moet alle mogelijke middelen inzetten om hier verandering in aan te brengen. Er zou geen steun meer gegeven moeten worden aan processen die vrouwen buitensluiten, er moeten veel meer vrouwen deelnemen op top niveau in beleidsprocessen, er moet meer financiële en politieke steun komen voor vrouwenorganisaties, er moet actief gestreden worden tegen straffeloosheid, etc.

Het betrekken van vrouwen bij vrede en veiligheid gaat verder dan idealisme; het is een basisingredient voor duurzame vrede.

Mogelijk gemaakt met steun van het Fonds Pascal Decroos

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift