Vrouwenemancipatie in Irak raakt in het slop

Konden in de jaren zeventig nog alle Iraakse vrouwen lezen en schrijven, nu is dat nog maar 40 procent. Van het land met de eerste vrouwelijke premier en de eerste vrouwelijke rechter in het Midden-Oosten in 1959, is Irak afgleden tot een plaats waar ongewoon veel weduwen vechten om te overleven en waar het aantal kindhuwelijken stijgt.

  • IPS Hanna Edwar. IPS

“De Iraakse samenleving wordt door mannen bepaald”, zegt Hanaa Edwar van het Iraqi Women Network, dat plaatselijke vrouwenorganisaties ondersteunt. Een van de belangrijkste dingen die het netwerk in de afgelopen jaren bereikte was een vrouwenquotum in het parlement: 25 procent van de parlementariërs in Irak moet vrouw zijn.

“Er heeft geen enkele vrouw een leidende positie bij een politiek blok of in de regering. Maar die marginalisering heeft eerder culturele dan politieke oorzaken.” En dan zijn er nog de anderhalf miljoen oorlogsweduwen in het land. Voor 2003 had Irak er al veel, maar hun aantal nam toe na de invasie van dat jaar. De weduwen leven onder armoedige omstandigheden. Ze kunnen nauwelijks rondkomen van hun pensioen van 75 euro.

Irak was in de regio toch een pionier op het gebied van sociale ontwikkeling?

Hanna Edwar: In 1959 had Irak de eerste vrouwelijke premier en de eerste vrouwelijke rechter van het hele Midden-Oosten. In dat jaar werd ook een wet aangenomen die het verplicht maakte huwelijken officieel te registreren. Momenteel zijn er veel illegale huwelijkscontracten. Daarmee komen vrouwen in een kwetsbare situatie. Er kunnen veel juridische problemen ontstaan en die kunnen ook de kinderen betreffen.

Meisjes worden vaak al gedwongen om op hun tiende of twaalfde jaar te trouwen. We hebben tegenwoordig zelfs ‘tijdelijke huwelijken’, iets wat is komen overwaaien uit Iran. Het huiselijk geweld neemt toe en de overheid staat er onverschillig tegenover. De regering steunt de religieuze orthodoxie, die strikte kledingcodes voorschrijft. Vrouwen die niet gesluierd zijn, worden gediscrimineerd. En wat erger is, meisjes worden soms van school gestuurd en hun moeders raken hun baan kwijt.

Werkt het vrouwenquotum voor het parlement zoals verwacht?

Hanna Edwar: Er zitten 84 vrouwen in het parlement en dat is een representatief deel. Veel van deze vrouwen kregen hun zetel echter omdat ze persoonlijke banden hebben met de leiders van politieke partijen en niet vanwege hun verdiensten. Maar ondanks deze moeilijkheden zijn er ook veel vrouwen die op verantwoordelijke wijze hun taak uitvoeren. De meeste vrouwen zijn echter naar de achtergrond verbannen.

Het huiselijk geweld neemt toe en de overheid staat er onverschillig tegenover. De regering steunt de religieuze orthodoxie, die strikte kledingcodes voorschrijft. Vrouwen die niet gesluierd zijn, worden gediscrimineerd. En wat erger is, meisjes worden soms van school gestuurd en hun moeders raken hun baan kwijt.

Er bestaat een ministerie voor Vrouwen. Is dat niet effectief?

Hanna Edwar: Het heet het “Staatsministerie voor Vrouwen’ en er is een wetsvoorstel de naam te wijzigingen in ‘Staatsministerie voor Vrouw en Gezin’. Dat spreekt boekdelen over de rol die men de Iraakse vrouw toedicht in de samenleving. Hoe dan ook, we zijn tegen een elk soort ministerie voor vrouwen. Ze moeten niet geassocieerd worden met een specifiek ministerie, maar met de samenleving als geheel. Daarnaast is er erg weinig budget. Een ministerie voor Vrouwen zal altijd gelinkt blijven aan een politieke partij. Er moet een meer onafhankelijke commissie komen die het overheidsbeleid doorlicht.

Enkele maatschappelijke organisaties hebben onlangs gewezen op een dramatische toename van het aantal zelfdodingen onder Iraakse vrouwen. Er zijn zelfs gevallen van genitale verminking gemeld.

De veronderstelde ‘zelfdodingen zijn vaak bedoeld om moorden te verhullen en familieleden te helpen de ‘eer’ van de familie hoog te houden. Er wordt zelden iets aan gedaan, omdat het door justitie gezien wordt als een familiezaak. De genetische verminkingen komen voor in afgelegen regio’s van Kirkuk, Suleymania en sommige delen van Erbil in de Koerdische Autonome Regio. Ongeveer 70 procent van de vrouwen heeft volgens berichten in deze regio’s te maken met dergelijke agressie. Elders in het land komt het echter nauwelijks voor.

Op welke manier heeft de sektarische verdeeldheid invloed op vrouwen en op de samenleving als geheel?

Hanna Edwar: Er is sprake van een gefabriceerde sektarische haat die is begonnen in 2006. Vanuit de hoogste niveaus wordt die verdeeldheid gestimuleerd, er wordt geregeerd door middel van angst en geweld. Het gebrek aan dialoog tussen de leidende politieke partijen en de steeds prominenter wordende rol van religie verstikken de samenleving. Veel gezinnen laten hun dochters niet meer trouwen met iemand van een andere sektarische richting en dat is nieuw in onze samenleving.

Dit voorjaar is de invasie in Irak tien jaar geleden. Is er sinds 2003 enige sociale verbetering geweest?

Hanna Edwar: Na de invasie is ons internationale isolement opgeheven. En het taboe op vrij denken. Voor 2003 kon je eenvoudigweg niet spreken over politiek pluralisme, actieve maatschappelijke organisaties en contact met de buitenwereld. Maar na de invasie en verwoesting van het land gingen ook de grenzen open voor terroristische groepen, die een rol gingen spelen naast de plaatselijke milities. We zijn beland in een situatie waar gebrek aan veiligheid en instabiliteit de enige constanten zijn. We verkeren in een enorme politieke crisis. Van een dictatuur die dertig jaar geduurd heeft, zijn we veranderd in een land zonder effectieve regering.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift