Vrouwenhandel en maffia

In Antwerpen woedt een oorlog. De Albanese maffia probeert het hele prostitutiemilieu in handen te krijgen. Daarbij wordt niets of niemand ontzien. Verschillende groepen vechten onderling en tegen de Turkse netwerken. Hun oorlog gaat om macht en geld met als inzet de vrouwen.
De vrouwenhandel in België is niet nieuw, maar op korte tijd is er zowel bij de slachtoffers als bij de mensenhandelaars een verschuiving ontstaan. ‘Terwijl de politie de razzia’s vooral richtte tegen Afrikaanse vrouwen, met name de Nigeriaanse vrouwen, profiteerde de Albanese maffia van de situatie,’ zegt Véronique Grossi van Payoke, de vzw die opkomt voor de rechten van prostituees. ‘De Albanese maffia ondervindt hierbij nauwelijks tegenstand. En dat is te merken in onze nieuwe dossiers, waar zeventig procent verband houdt met Oost-Europese vrouwen’, vertelt Véronique.

Een vaste betrekking in België

De Belgische grenzen zijn zo goed als dicht voor Afrikaanse vrouwen. Tegelijk is de toevloed van vrouwen uit Oost-Europa sinds januari 1999 spectaculair gestegen. De vijandelijkheden in de Balkan drijven Servische, Kroatische en Albanese vrouwen naar het Westen. Russische vrouwen ontvluchten dan weer de armoede en de onhoudbaarheid van hun situatie. ‘Wij spreken wel van ‘slachtoffers’ maar toch zijn het enkel de sterkere vrouwen die naar het buitenland trekken. Die vrouwen durven risico’s nemen en zijn in die context uit op avontuur. We hebben hier soms te maken met zeer sterke en zeer lastige vrouwen. Dat zijn vechters. Zij hebben al overal moeten knokken om te overleven en zullen dat ook blijven doen. Sommigen van die vrouwen komen hier op eigen houtje terecht als vluchteling zonder de intentie om in de prostitutie terecht te komen. Mensen uit het ex-Oostblok kunnen hier met een toeristenvisum gemakkelijk drie maanden legaal verblijven. Velen komen hier drie maanden illegaal werken en zijn daarna weer weg. Anderen hebben het geld niet om op eigen krachten te vluchten en trappen in de mooie praatjes van de bemiddelaars van netwerken. De bemiddelaars werken meestal voor de Albanese maffia. Deze Albanese netwerken verhandelen vrouwen, wapens, drugs en tweedehandse auto’s. De bemiddelaars beloven de vrouwen goedbetaald werk en lenen hen het geld voor de reis in ruil voor latere afbetaling. Het enige werk dat hen echter in België opwacht is in de prostitutie. En dan begint de lijdensweg. Ze worden hier opgesloten als moderne slaven zonder recht op zelfbeschikking. Ze verdienen geen geld want ze moeten eerst hun schuld afbetalen. Na een tijdje is de schuld afbetaald maar dan blijkt dat ze nog altijd geen geld krijgen. Als ze in opstand komen begint de dreiging. De pooier dreigt met politie en gevangenis omdat de vrouwen geen geldige documenten hebben. Als dit niet helpt dan bedreigen ze de kinderen van de vrouwen en de familie in het thuisland. De meeste vrouwen zijn hiervoor wel bevreesd want ze weten dat ze niet met doetjes te maken hebben. Oost-Europese pooiers zitten er niet mee in om een lijk achter te laten. ‘Vorig jaar werd er in de buurt van het Centraal Station een Oost-Europese vrouw vermoord. Volgens ons is dit duidelijk een symbolische moord van het netwerk als waarschuwing voor de vrouwen’, beweert Véronique Grossi.

Mensenhandel is geen prioriteit

Niet alleen Oost-Europese vrouwen hebben last van de Albanese netwerken. De Albanese pooiers laten in het Schipperskwartier alle prostituees afpersen en maken daarbij gebruik van pitbulls. Ze stappen regelmatig bij de Belgische vrouwen binnen om vijfduizend frank af te persen zogenaamd voor bescherming. Als de vrouwen niet over de brug komen dan mogen ze niet meer werken. ‘Bij de Oost-Europese netwerken gebeuren veel meer gruweldaden dan bij andere netwerken. Op een nacht werd ik opgeroepen voor een spoedopname. De jonge Albanese vrouw, éénentwintig jaar oud, was over haar hele lichaam blauwzwart geslagen. Haar pooier had haar met een ijzeren staaf toegetakeld. Ondanks al mijn ervaring op het terrein van mishandelde vrouwen had ik zoiets nog nooit gezien’, zegt Véronique. De rijkswacht had deze vrouw letterlijk in de goot gevonden. Later heeft de rijkswacht, dankzij een goed opgezette val, de pooier met zijn twee medeplichtigen kunnen klissen.

Of die pooier nu nog een straf zal krijgen die overeenkomt met de misdaad, daaraan twijfelt Véronique Grossi sterk. Haar twijfel geldt niet de rijkswacht of politie, want ook al durven die naast elkaar werken of soms elkaar tegenwerken, de sectie zeden bij de politie en de cel mensenhandel bij de rijkswacht werken uitstekend. Haar kritiek is vooral gericht op het Antwerpse parket. Voor het Antwerpse parket is mensenhandel geen prioriteit. ‘Slachtoffers die klacht neerleggen, moeten in hun verhaal ontzettend veel details kunnen geven. Hun relaas van mishandeling of verhandeling is niet genoeg. Ze moeten het ook kunnen aantonen met namen, adressen, telefoonnummers. De meeste slachtoffers kennen alleen codenamen, maar voor het gerecht is dit niet genoeg. Sommige leden van die netwerken zijn goede bekenden bij het parket. Het slachtoffer kan ook niet anoniem getuigen, want de tegenpartij dringt altijd aan op een confrontatie. Een heleboel vrouwen durven dit niet omdat ze van het gerecht in ruil voor hun getuigenis zeer weinig garanties van bescherming krijgen. Als de bewijslast te moeilijk wordt en de bewijzen te beperkt dan seponeert het gerecht de hele zaak. Mijn kritiek op het parket is dat het slachtoffer geen recht heeft, terwijl wij denken dat je het slachtoffer centraal moet stellen’, vertelt Grossi.

Razzia’s zijn het antwoord niet

Véronique Grossi vindt het ook heel vreemd dat een aantal van de beruchte pooiers- zoals de Albanees Victor Hoxa en zijn bende- ondanks hun strafbladen wegens vrouwenmisbruik en overvallen- in 1997 asiel kregen. De vrouwen die de bende misbruikte werden uitgewezen wegens illegaal verblijf. Grossi vreest ook voor de Kosovaren die nu op Linkeroever in de Zeevaartschool worden opgevangen. Ze hoopt dat haar angst voorbarig is maar waarschuwt alvast: ‘Als deze Kosovaarse vrouwen niet zorgvuldig worden afgeschermd dan staan binnen de kortste keren de criminele netwerken daar vrouwen te ronselen. Door de netelige situatie waarin deze mensen zich bevinden - ook financieel- zijn ze gemakkelijk te beïnvloeden.’

De mensen die de opvang verzorgen moeten volgens Véronique Grossi de vrouwen grondig informeren. De politie van haar kant moet politioneel optreden als ze een vorm van misbruik ziet. Maar razzia’s houden is niet de tactiek. ‘Regelmatig pikt de rijkswacht combi’s vol illegale Oost-Europese prostituees op om ze twaalf uur later terug vrij te laten. Er is in afwachting van een repatriëring toch geen plaats in de centra voor illegalen. Het enige resultaat van een razzia is dat de vrouwen opgejaagd raken en de pooiers de vrouwen ondergronds laten werken. Het gevaar is dat we dan totaal geen zicht meer hebben op wat met die vrouwen gebeurt. Razzia’s duwen de vrouwen nog meer in de problemen. De echte daders, de pooiers, de mensenhandelaars en de drugdealers blijven buiten schot. Ook advocaten en ambassademensen die de netwerken van de nodige documenten voorzien, gaan vrijuit’, klaagt Véronique.

‘De politie beweert dat ze nu een gecoördineerde actie plant maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Misschien probeert de politie de pooiers uit de stad te verdrijven met geregelde razzia’s. Ze zijn niet meer zichtbaar in Antwerpen. Ofwel gaan ze naar een andere wijk, een andere stad, een ander land of ondergronds. Naar ons gevoel zijn deze kortetermijnacties geen goede politiek, want ze helpen de vrouwen niet uit hun ellende. Maar met de verkiezingen in zicht raakt iedereen in paniek en probeert men alvast het straatbeeld te veranderen. Zulke uiterlijke oplossingen zijn altijd halve oplossingen. Volgend jaar staan al die pooiers hier terug’, voorspelt Véronique Grossi.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift