"VS moeten Pakistan in de watten leggen"

De Amerikaanse regering staat onder toenemende druk om de hulp aan Pakistan gevoelig op te drijven. De grootste bedreiging voor de Verenigde Staten blijkt immers uit het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan te komen.
Critici van het Amerikaanse beleid vinden dat de regering-Bush meer vertrouwen moet hebben in de plannen van de nieuwe Pakistaanse burgerregering met de stammenleiders in de zogenaamde Federally Administered Tribal Areas (FATA). Sommige van de leiders in die gebieden worden in verband gebracht met de taliban en andere islamitische strijdkrachten.
“Er doet zich nu een kans voor om een strategische bocht te maken in het Amerikaanse beleid tegenover Pakistan. Een bocht waar velen van ons al om vragen sinds 2005”, zegt Brian Katulis van het Centre for American Progress, een overwegend Democratische denktank. Katulis is net terug uit Pakistan na uitgebreide gesprekken met leiders van de nieuwe regering en regionale politici die onderhandelden met de taliban en met stammenleiders.
“We hebben te veel van onze middelen ingezet in Irak en niet genoeg aandacht gegeven aan de gebeurtenissen in Afghanistan en Pakistan”, zegt hij. “Precies daar ligt het belangrijkste front in de oorlog tegen de terreur, en niet in Irak.”
Zijn visie werd eerder deze maand impliciet gesteund door niemand minder dan de Amerikaanse ambassadeur in Irak, Ryan Crocker. Op de vraag of al-Qaida beter bestreden kon worden in Afghanistan en Pakistan of in Irak, koos hij voor het eerste. Zijn militaire evenknie in Bagdad, Generaal David Petraeus, wilde op die vraag geen antwoord geven.

Aanval op de VS


In de VS en met name binnen de inlichtingendiensten groeit de bezorgdheid dat al-Qaida de FATA-gebieden gebruikt als schuilplaats om nieuwe trainingskampen te bouwen en er een nieuwe, directe aanval op de VS plant.
CIA-directeur Michael Hayden noemde de schuilplaatsen vorige maand een “duidelijk en prangend gevaar voor Afghanistan, Pakistan, het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder.” Stafchef Michael Mullen waarschuwde tegelijkertijd dat “de volgende aanval op de VS uit de FATA-gebieden zal komen.”
De waarschuwingen van de inlichtingendiensten werden nog eens bevestigd door een rapport van het Government Accountability Office (GAO), de onderzoeksarm van het Congress. De GAO beschuldigt de regering-Bush ervan geen degelijke strategie ontwikkeld te hebben om de leiders van al-Qaida aan te pakken nadat die vluchtten naar Pakistan. Het rapport komt tot de conclusie dat Washington vrijwel uitsluitend heeft ingezet op president Pervez Musharraf en het Pakistaanse leger om al-Qaida aan te pakken. Van de bijna zes miljard dollar hulp die Washington aan Pakistan gaf, is het leeuwendeel naar de militairen gegaan en slechts een fractie naar economische en andere hulp aan de Pathaanse bevolking in de regio.
Volgens Stephen Cohen, Pakistanspecialist aan het Brookings Instituut, speelde het Pakistaanse leger dubbel spel: “De inlichtingendiensten steunden de taliban, terwijl ze maar met tegenzin achter al-Qaida in de tribale gebieden aangingen.” Maar het was vooral een serie wapenstilstanden tussen de militaire regering in Pakistan en de talibanleiders die de extremisten de gelegenheid gaf om zich te hergroeperen en hun invloed uit te breiden tot buiten de tribale gebieden.

Ontwikkelingshulp als wapen


Ondanks de verkiezing van een burgerregering in februari blijft de regering-Bush zich achter Musharraf opstellen, ook al is diens invloed aanzienlijk verminderd door het nieuwe parlement.
Washington blijft ook zweren bij een voornamelijk militaire aanpak van al-Qaida in de tribale gebieden. In de maanden na de verkiezingen voerden onbemande vliegtuigjes boven de gebieden meer aanvallen uit dan ervoor en militaire bevelhebbers in Afghanistan deden meer aanvallen over de grens.
Toch komt de Amerikaanse regering onder groeiende druk om het geweer van schouder te verwisselen. De huidige Pakistaanse regering heeft duidelijk gemaakt dat onderhandelingen, een gevoelige verhoging van de ontwikkelingshulp en nieuwe wetgeving voor de FATA-gebieden het meeste kans hebben om de steun van de bevolking te winnen. De nieuwe wetgeving voor de gebieden moet een einde maken aan hun koloniale status en ze uiteindelijk integreren met de rest van Pakistan.
De strategie heeft al nieuwe akkoorden opgeleverd, zoals onlangs nog met Baitullah Mehsud, de meest beruchte leider van de taliban in Pakistan. Het akkoord werd sceptisch onthaald door het Witte Huis. De woordvoerster van de president zei “bezorgd” te zijn over dit soort aanpak “omdat we niet denken dat dit werkt”.
Het Witte Huis zou er echter goed aan doen om de nieuwe aanpak meer te steunen, zegt Barnett Rubin, deskundige aan de New York University, die benadrukt dat de nieuwe onderhandelingen niet vergeleken mogen worden met de wapenstilstanden die door de militaire regering werden onderhandeld en die “niets inhielden voor de bevolking in die gebieden.”
“De mensen die betrokken zijn bij de onderhandelingen van de kant van de regering zijn mensen die al een lange staat van dienst hebben in de strijd tegen de taliban, veel langer dan de militairen”,  zei Rubin. “Hun politieke doelstellingen liggen veel dichter bij de onze dan bij die van de militairen. We zouden ze meer vertrouwen en steun moeten geven.”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift