VS wereldkampioen dumping landbouwprodukten (rapport)

Het dumpen van landbouwproducten in ontwikkelingslanden brengt het inkomen in het gedrag van 70 procent van de allerarmsten op aarde, stelt een rapport van het Institute for Agriculture and Trade Policy (IATP). De Verenigde Staten brengen hun landbouwproducten op de markt tegen prijzen die tot 40 procent onder de productiekost liggen.


De studie United States Dumping on World Agricultural Markets: Can Trade Rules Help Farmers? vergelijkt de productiekost en de marktprijs van maïs, katoen, sojabonen, katoen, tarwe en rijst en komt tot schokkende resultaten, aldus IATP-voorzitter Mark Ritchie op een persconferentie in Genève. Katoen uit de VS wordt aangeboden tegen een prijs die 57 procent onder de productiekost ligt. Voor tarwe en sojabonen bedraagt de discrepantie 40 procent, voor maïs 25 procent en voor rijst 20 procent.

Deze oneerlijke concurrentie is in strijd met de voorschriften van de Wereldhandeslorganisatie (WHO) en bijzonder schadelijk voor de eerlijke marktverhoudingen in een multilateraal handelssysteem, aldus de studie. Het IATP dringt er bij de WHO op aan exportsubsidies zo snel mogelijk te elimineren en roept exporterende landen op geen waren meer onder de productiekost aan te bieden.

IATP-directeur Sophia Murphy benadrukte dat de goedkope invoerproducten de plaatselijke landbouw in ontwikkelingslanden verlammen. In die landen is landbouw vitaal voor voedselveiligheid, om stadsvlucht tegen te gaan en als exportproduct. Van Jamaica over Burkina Faso tot de Filipijnen raken de boeren hun waar niet meer op de lokale markt kwijt, aldus Murphy. Ook wanneer ontwikkelingslanden hun landbouwproducten willen uitvoeren, stuiten ze op onderprijsde concurrentie uit het buitenland.

Het rapport stelt vast dat enkele landen de dumpingpolitiek van de Verenigde Staten niet meer pikken. Brazilië overweegt een klacht voor de geschillencommissie van de Wereldhandelsorganisatie over marktverstorende praktijken in de katoenhandel. In 2001 nam Canada voor een korte tijd tegenmaatregelen om de invoer van goedkope maïs uit de VS te stoppen, aldus
de studie.

Het onderzoek komt op een cruciaal moment in de WHO-onderhandelingen over landbouw in het kader van de Doha-ronde. De gesprekken verlopen moeizaam omdat de Europese Unie, Zuid-Korea, Noorwegen en Zwitserland vasthouden aan hun landbouwsubsidies en de VS aan hun dumpingpolitiek. Eind maart moeten de deelnemers een lijstje met goede voornemens presenteren, zodat vanaf 1 april het gepingel over de liberalisering van de landbouwmarkt kan beginnen.

Het minimaal acceptabele resultaat van de onderhandelingen moeten regels zijn om een verbod op dumpingpraktijken effectief af te dwingen, zo betoogt de denktank in haar rapport. De Verenigde Staten zijn zelf de eersten om tegenmaatregelen te nemen wanneer ze vermoeden dat invoerproducten onder de kostprijs worden aangeboden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift