VS zijn spaarzaam met compensatie voor Iraaks leed

Honderden Iraakse families hebben bij de Verenigde Staten schadeclaims ingediend voor de dood of verwonding van een of meerdere van hun familieleden. Een derde van hen kreeg een vergoeding. Dat blijkt uit documenten van het ministerie van Defensie.
Uit de documenten die de ACLU opvroeg, blijkt dat de families van meer dan 500 Iraakse burgers die door Amerikaanse soldaten zijn gedood een financiële compensatie van de VS hebben gevraagd. Slechts een derde, 164 dossiers, kreeg effectief een schadevergoeding.
In de helft van deze gevallen erkenden de VS de totale verantwoordelijkheid. Dat liet de VS toe een schadevergoeding tot maximaal 100.000 dollar uit te betalen. In de andere gevallen betaalde Defensie alleen een condoleance bedrag “uit medeleven” voor de slachtoffers en hun families. Dat bedrag is gelimiteerd tot 2.500 dollar
Een van de schadeclaims betrof een burger uit Salah Ad Din, die zei dat Amerikaanse soldaten meer dan honderd salvo’s op zijn huis hadden afgevuurd waar zijn familie sliep. Daarbij kwamen zijn moeder, vader en broer en ook 32 schapen om het leven. Defensie gaf deze man een geldbedrag van 11.200 dollar, plus een condoleance vergoeding van 2.500 dollar.
Een andere zaak uit 2005 ging over een Iraakse jongen, die door een Amerikaanse soldaat werd gedood. De soldaat dacht dat de rugzak van de jongen een bom was. Zijn oom kreeg 500 dollar.
“Het is lovenswaardig dat Amerika een schadevergoeding betaalt aan families van Irakezen die door Amerikaanse soldaten zijn gedood”, zegt Marc Garlasco van Human Rights Watch. “Maar wij vragen dat Defensie duidelijke en eerlijke standaarden hanteert voor deze bedragen.”
Mensenrechtenactivisten vinden het bijvoorbeeld oneerlijk dat families van Iraakse burgers, die zijn gedood door aannemers van het Amerikaanse leger (zoals private veiligheidsfirma’s) nooit in aanmerking kunnen komen voor een schadevergoeding.
In de meeste dossiers van schadeclaims, waar het ministerie van Defensie schuld erkende, weet het de dood van de Iraakse burgers aan “nalatige” acties van de Amerikaanse troepen. Slechts weinig gevallen werden onderworpen aan een grondiger onderzoek.
De Amerikaanse overheid gaf de documenten vrij onder druk van de American Civil Liberties Union (ACLU). Die beroept zich op de Freedom of Information Act. Volgens die wet hebben Amerikaanse burgers het recht op volledige en correcte informatie van de overheid.
“Sinds de Amerikaanse troepen voet aan land hebben gezet in Afghanistan in 2001 heeft het ministerie van Defensie alles geprobeerd om de informatiestroom over de menselijke tol van de oorlog de kop in te drukken”, zegt Anthony D. Romero, directeur van de ACLU.
Volgens het ACLU doet de Amerikaanse overheid er alles aan om berichten over slachtoffers uit de media te houden. Journalisten krijgen het verbod de aankomst van doodskisten op de militaire bases te filmen, of worden betaald om positieve berichten te schrijven. Beelden van ingebedde journalisten over burgerslachtoffers worden gewist. IPS (YD/JS)
Eli Clifton

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift