VUSI MAHLASELA: 'Ik wikkel mijn liederen als doeken om de fragiele democratie'

Dat singer-songwriter Vusi Mahlasela bij ons minder gekend is dan landgenoten als Myriam Makeba, Abdullah Ibrahim, Ladysmith Black Mambazo of Johnny Clegg, is volkomen onterecht. Vahlasela is niet alleen een monument uit de artistieke strijd tegen apartheid, ook vandaag is hij nog steeds een zwaargewicht in de rijk geschakeerde muziekwereld van Zuid-Afrika.

Dat singer-songwriter Vusi Mahlasela bij ons minder gekend is dan landgenoten als Myriam Makeba, Abdullah Ibrahim, Ladysmith Black Mambazo of Johnny Clegg, is volkomen onterecht. Vahlasela is niet alleen een monument uit de artistieke strijd tegen apartheid, ook vandaag is hij nog steeds een zwaargewicht in de rijk geschakeerde muziekwereld van Zuid-Afrika.

Hij tekende bijvoorbeeld voor een goed deel van de soundtrack van Tsotsi, de film die dit jaar de Oscar voor beste buitenlandse film kreeg. Onlangs was hij in Brussel (Flagey) en Antwerpen (Zuiderpershuis) met het project Acoustic Africa van Putumayo Records. We spraken hem even voordat hij in Flagey een schitterend concert neerzette.

‘Ik groeide op in Mamelodi, een township bij Pretoria, omdat mijn ouders bij de rassenzuiveringen uit hun huis in de voorstad gezet werden. Toch had ik als kind geen enkel besef van onrecht of van de structurele fouten in het systeem. Op 16 juni 1976 begon in Soweto de opstand van de leerlingen tegen het Afrikaans als taal van de onderdrukking. Dat was het moment waarop ik politiek wakker werd. Ik was elf jaar. Later kwam ik in contact met een groep dichters die onder andere jaarlijkse herdenkingen van 16 juni organiseerden. Ik werd dan ook steeds vaker opgepakt en opgesloten. Op een dag werden de teksten die ik in de gevangenis schreef in beslag genomen. Toen besloot ik ze altijd en allemaal van buiten te leren, zodat ze niet meer afgepakt konden worden. Daarom ben ik mijn gedichten beginnen zingen.’

‘Ik ben het product van een zeer pijnlijke geschiedenis. Toch slaagden we er tijdens al die jaren van verdrukking in ons te kleden in hoop. We namen onze pijn en ons lijden, zetten ze op muziek en zongen ons een weg naar de toekomst. We vochten voor onze vrijheid door te strijden op straat, door te onderhandelen, maar ook met muziek, literatuur, theater, kunst. Wij hadden, ondanks de duistere tijden waarin we leefden, geen schrik van poëzie of schoonheid –zoals Bertolt Brecht ooit schreef. Poëzie was een perfect medium om onze hoop en onze angsten te verwoorden en door te geven. Ook de democratie die we nu al meer dan twaalf jaar mogen beleven, is een breekbaar goed. Daar moeten we dus zorgzaam mee omgaan en de liederen die ik nu maak, wikkel ik als doeken om die fragiele democratie.’

‘De eerste gemeenschappen die kennismaakten met apartheid, waren de aborigines in Australië. Daar werd het systeem van reservaten ontwikkeld, dat later door Zuid-Afrika overgenomen werd. Wij zijn intussen bevrijd, de aborigines niet. En voor mij is vrijheid niet echt zolang ze niet volledig is, zolang niet iedereen ervan kan genieten. Nu de wereld steeds meer geglobaliseerd is , kan je niet meer doen alsof het lot van mensen aan de andere kant van de stad of van de wereld je niet raakt.’

‘Vóór 1994 vochten we tegen onderdrukking en racisme, voor de vrijheid om onszelf te zijn en te ontwikkelen op de manier die we zelf kozen. Vandaag weten we dat je pas echt vrij bent als je ook vrij bent van haat en wrok. Het zaad van de verzoening werd in ons geplant door de aartsvaders van de Zuid-Afrikaanse natie: Desmond Tutu, Nelson Mandela, Mahatma Gandhi. Zij hebben duidelijk gemaakt hoeveel wijsheid er in vergiffenis en verzoening ligt. Wie niet kan loskomen van zijn woede en haat, wordt een bitter blad aan een dorre boom.
Maar we beseffen ook dat vrijheid weinig betekent als ze geen stevige economische basis heeft. Wat is de waarde van een man die geen grond heeft om een huis te bouwen voor zijn gezin? Wat betekenen vrijheid en waardigheid voor elke man en vrouw, als honderdduizenden werkloos zijn? Onze samenleving kraakt onder de jeugdcriminaliteit en vervuiling. Wat is dat voor vrijheid die er niet in slaagt voldoende brood en hoop op tafel te brengen voor iedereen?’

‘Het leven is niet louter in politieke termen te vatten. Gelukkig is er ook de liefde om over te zingen. En de jaloezie, geboorte en sterven, alles wat een mensenleven kleurt. Toch blijft politieke muziek anno 2006 relevant. Jongeren hebben vaak geen idee van wat er in hun samenleving gebeurt en waarom. Zij beseffen niet waar hun vrijheid en democratische rechten vandaan komen, ze weten nauwelijks dat hun ouders ervoor gevochten hebben en dat duizenden mensen ervoor gestorven zijn. Door muziek en film proberen we een soort culturele revolutie te ontketenen, een revolutie die de culturele zelfgenoegzaamheid van jongeren én ouderen zou moeten doorbreken.’

‘Ik ben niet zo gek op kwaito, de Zuid-Afrikaanse versie van hip-hop. Waar ik niet tegen kan, is de agressie, de scheldwoorden, de schuttingtaal. Ik heb een stichting opgericht om jonge muzikanten te helpen opnieuw hun eigen muzikale tradities en geschiedenissen te ontdekken. Ik vind het niet erg dat muzikanten leren en lenen uit andere tradities –op voorwaarde dat ze hun eigen eigenheid en verleden als iets positief aanvaarden. Je mag je eigen achtergrond niet ontvluchten. Ik geloof dat, als we opnieuw kunnen aanknopen bij onze muzikale tradities, we er dan ook beter in zullen slagen om ethiek en de morele bewogenheid een plaats te geven in de muziek.
Ngugi wa Thiong’o, één van Afrika’s grootste schrijvers, zegt: “Afrika, leer je kinderen traditionele liederen zingen, zodat ze overtuigd geraken van het belang van collectief welzijn.” Met andere woorden: laat de liederen niet geld, seks en geweld verheerlijken, maar laat ze over Ubuntu gaan: de overtuiging dat ik mens ben omdat en dankzij het feit dat jij mens bent. Ons grootste probleem is televisie. Televisie is commercieel en oppervlakkig, maar vooral ook machtig. Het is het breekijzer dat onze Afrikaanse cultuur openbreekt voor de Coca-Cola cultuur.’

‘Met de tournee Acoustic Africa overstijgen we de grenzen die Afrika opdelen: ik van Zuid-Afrika, Habib Koité van Mali en Dobet Gnahoré uit Ivoorkust. Wij zijn als drie Afrikaanse bergen die elkaar nog nooit ontmoet hebben, maar die elkaar nu vinden door hun schaduw over elkaar te werpen. Muziek, melodieën en ritmes zijn onze schaduwen en die kruisen elkaar tijdens dit project. Zo ervaren we hoe krachtig en verenigend muziek kan zijn. Het is zoals Bruce Chatwin beschrijft in De gezongen aarde: je kan de woestijn niet doorkruisen als je de liederen niet kent van de volkeren die daar leven. In de muziek zitten de ervaringen van eeuwen samengebald en die codes moet je ontwaren en ontcijferen. Dan vind je de weg naar de andere en naar je eigen geluk.’

‘Ik ken het gelaat van Zuid-Afrika zoals ik de lijnen in mijn eigen handpalm ken. Dat maakt me niet verbitterd of ontgoocheld, maar hoopvol. Ook al blijft er zo verschrikkelijk veel te doen. Je probeert als mens te doen wat je kan om een andere wereld mogelijk te maken. Een euro in de collectebus zal de wereld niet veranderen, maar kan wél een verschil maken in het leven van concrete mensen. Een handtekening onder een petitie om de mensenrechten te respecteren, zal een dictatuur niet doen vallen, maar misschien zorgt ze er wel mee voor dat iemand niet langer gefolterd wordt. Wie een stem heeft, moet die verheffen. En als je dat doet, dan moet er hoop en rede uit spreken, in plaats van verbittering en kwaadheid. We hebben nu de vrijheid om te kiezen. Die moeten we gebruiken om voor iedereen een betere wereld te maken.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur