Waar brandt de lamp in Rwanda?

Rwanda staat onder zware internationale druk door zijn veronderstelde steun aan de Congolese rebellen van M23. Grote donoren zoals de Verenigde Staten dreigen met opschorten of verminderen van hun hulp, en dat leidt meteen tot economische problemen. Gie Goris bezocht het land van de duizend heuvels om de economische plannen en uitdagingen beter te begrijpen.

De maquette van Kigali 2020 toont een indrukwekkend witte stad van hoogbouw en brede lanen, met minutieus aangelegd groen aan de rand. De visionaire oefening in stadsontwikkeling staat vandaag wat weggeschoven onder de trappen van een glimmend nieuw kantoorgebouw, in een beschadigde toonkast. Maar de ambtenaar van de planningsdienst die erbij gehaald wordt, vertelt vurig over de plannen om de Rwandese hoofdstad over enkele jaren om te vormen tot een Singapore-tussen-de-heuvels. En inderdaad, ook al is de utopische miniatuurstad weggezet als een onhaalbare droom, buiten wordt er wel degelijk druk gebouwd aan een nieuw Kigali. De ambitie om van Rwanda de draaischijf te maken tussen Oost- en Centraal-Afrika, met nadruk op een diensteneconomie die gebruik maakt van digitale spitstechnologie en een hoogopgeleide, drietalige bevolking, blijft het beleid van de regering bepalen.

Vision 2020 is sinds juli 2000 de officiële langetermijnvisie van de Rwandese overheid. Daarin staat dat Rwanda tegen 2020 16 miljoen inwoners zal tellen – in 2000 nog 8 miljoen – en dat men het gemiddelde inkomen per inwoner van 290 dollar per jaar wil verdrievoudigen tot 900 dollar. Daartoe moet Rwanda zich ‘omvormen van een overlevingslandbouweconomie tot een op kennis gebaseerde samenleving, met hoge spaarniveaus en privé-investeringen, waardoor de afhankelijkheid van buitenlandse hulp verminderd wordt’.

In een recent verschenen artikel stellen An Ansoms van de UCL en Donatella Rostagno van de ngo EurAc vast dat het succes van de economische groeistrategie botst met de armoedebestrijding. Het aandeel van mensen onder de armoedegrens daalde tussen 2000 en 2005 van 59 naar 57 procent, maar in absolute getallen steeg hun aantal met 560.000. 90 procent van die nieuwe armen woont op het platteland. Bovendien zit Rwanda in de categorie extreem ongelijke landen, met een Gini-index van 0,49, ver boven de alarmdrempel van 0,40 die het VN-Ontwikkelingsprogramma UNDP hanteert.

De overheid is erin geslaagd de privé-investeringen in de Rwandese economie het voorbije decennium te verzesvoudigen. Ze maken nu 12 procent van het bnp uit. Maar, schrijven Ansoms en Rostagno in Rwanda’s Vision 2020 halfway through: What the eye does not see: ‘De concurrentie wordt beperkt tot grote bedrijven en nieuwe conglomeraten die verder uitbreiden.’ De ambitie om tot 125.000 nieuwe banen per jaar te scheppen buiten de landbouw, wat nodig is om de bevolkingsaangroei in een toch al overbevolkt land op te vangen, wordt zeker niet gehaald. De laatste jaren kwamen er gemiddeld niet meer dan 8800 banen per jaar bij in de formele sector. De echte groei voor de Rwandezen moet dus komen van de 615.108 niet-landbouwgebonden huisnijverheids- en de 115.279 microbedrijfjes. Of van de landbouw, die nog steeds zorgt voor het inkomen van 84 procent van de Rwandezen.

Ondernemingsgeest

Op een helling tegenover het drukke centrum van Kigali laat Béatrice Muhawenima het atelier zien waar de kleren, knuffels en dekens gemaakt worden die ze in de stad verkoopt. De Chinese trapnaaimachines zijn dan misschien digitaal noch spitstechnologie, de kleine onderneming zorgt wel degelijk voor werk en winst. Béatrice zette haar bedrijfje enkele jaren geleden op met een microkrediet van 370 euro, waarmee ze babykleding uit Oeganda kocht, die ze weer verkocht. Vandaag heeft ze een krediet lopen van ongeveer 25.000 euro en reist ze geregeld naar Dubai om Chinese stoffen aan te kopen.

Alphonsine in Gitarama zat eind jaren negentig aan de grond als weduwe met vier kinderen en ook nog eens de zorg voor vijf wezen uit de familie. Met vier andere vrouwen begon ze te sparen in een solidariteitsgroep, waarna ze bij een microkredietinstelling een kleine lening kreeg voor enkele kippen en eenden. Met de opbrengst en een nieuwe lening kocht ze een koe, zegt ze trots terwijl ze langs de stallen loopt waar intussen al negen koeien staan. Zelfs president Kagame loofde haar ondernemende geest, maar tegelijk geeft zijn regering veel minder steun aan de familiale en kleinschalige landbouw dan aan de commerciële monoculturen. Ook al bezit 80 procent van de Rwandese boeren minder dan een hectare grond.

De Rwandese overheid krijgt uit het buitenland vaak zeer goede cijfers voor haar effectief bestuur. ‘Het is goed investeren in Rwanda’, bevestigde Paul Van Apeldoorn van Rabobank, die momenteel directeur verkoop is van de Banque Populaire du Rwanda. ‘De stabiele omgeving, de duidelijke overheidsvisie en de regionale strategie, gericht op Oost-Afrika, maken van Rwanda een land met een enorm potentieel.’

Een Rwandese ngo-medewerker was daar niet zo zeker van. ‘Die keuze voor Oost-Afrika vertaalt zich onder andere in de overschakeling van Frans op Engels. Het was van de ene dag op de andere verboden nog in het Frans les te geven, waardoor een hele generatie ondermaats onderwijs krijgt in gebrekkig Engels, of op het platteland in het Kinyarwanda. Het kostte ook een heleboel docenten hun baan, ten voordele van de hoogopgeleide nieuwkomers die opgegroeid zijn in Oeganda en na 1994 naar Rwanda terugkeerden.’ Op die manier, vreest deze getuige, die absoluut anoniem wil blijven uit angst voor represailles van de overheid, ondermijnt de regering haar eigen ambitie om een kenniseconomie uit te bouwen.

Glasvezelkabel

Een andere uitdaging voor de Rwandese groeiambities is de energievoorziening. Minister van Handel en Industrie François Kanimba bevestigde dat tijdens een ontmoeting eind september. ‘De import van energie is voor Rwanda zeer duur, aangezien we geen zeehaven hebben. Toch moeten we van de huidige capaciteit van 120.000 MW naar 1 miljoen MW tegen 2020, anders kunnen we onze ambities niet waarmaken’, zei hij.

Daarom mikt Rwanda resoluut op hernieuwbare energie. Twee Amerikaanse bedrijven investeren in zonnecentrales, die 10 MW zouden moeten produceren. Ook windkracht, geothermische energie en waterkracht worden volop geëxploreerd. En in Kibuye, aan het Kivumeer, wordt op dit moment een eerste van vier platforms gebouwd waarmee het methaangas dat onder in het meer gevangen zit ontgonnen zal worden. Dat zou gedurende veertig jaar duurzaam zowat 100 MW kunnen opleveren. En dat voor een prijs per kWh die een derde is van die uit de huidige stookoliecentrales.

Langs de onverharde weg tussen Kibuye en Gisenyi staan overal gele plastic paaltjes. Die geven aan dat hier optische kabel gelegd is, een zoveelste bewijs van de digitale ambities van Rwanda. De rit van pakweg 85 kilometer duurt vijf uur, onder meer door een lekke band en een omgehakte boom over de weg. Daardoor leggen we een deel van de weg af nadat de nacht gevallen is. In de huizen is het net zo donker als op de weg, tenzij er een gaslamp of een kookvuur brandt. Volgens de tekst van de bilaterale overeenkomst tussen België en Rwanda wil men dit jaar 16 procent van de Rwandezen toegang geven tot elektriciteit. Wat de overige 84 procent moet aanvangen met die glasvezelkabel is niet duidelijk.

Dit artikel put uit een studiereis in Rwanda, georganiseerd door de Belgische Raiffeissenstichting (BRS), waaraan ook Incofin deelnam. Beide organisaties zijn in Rwanda actief in de microfinanciering.

Zie: www.brs.coop en www.incofin.com.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur