Dossier: 

Waarom een coup in Mali?

‘Het zat er al lang aan te komen’, ‘Een staatgreep, dat is toch normaal, na alles wat er al gebeurd is’: reacties van Malinezen die weergeven dat de staatsgreep niet als een verrassing kwam. Al gedurende twee jaar groeien de frustraties bij het leger en de bevolking over het beleid van de president om de rebellen in het noorden een halt toe te roepen. Neem hierbij de enorme prijsstijgingen op de markt, verhalen over corruptie en een algemeen wantrouwen in de overheid en je krijgt een situatie waarbij één enkele extra druppel frustratie de emmer doet overlopen. Zelfs op een maand van de verkiezingen, die voorzien waren op 29 april.

  • Reuters De coupplegers lezen een verklaring voor op de Malinese staatstelevisie, 22 maart 2012. Reuters

Sinds 17 januari 2012 zorgt de beweging van Touaregs MNLA (Mouvement national pour la Libération d’Azawad) voor heel wat zorgen in de regio’s Tombouctou en Gao. De Touaregs eisen een onafhankelijk territorium ‘Asawad’, die de regio’s Tombouctou, Gao en een deel van Mopti zou bevatten.

Khadaffi-strijders

De strijdkrachten van de Touaregs werden onlangs versterkt door de komst van oud-militairen van het gevallen regime van Kolonel Khadaffi. Ze vluchtten uit Libië en brachten zware oorlogswapens mee. Via Niger bereikten ze Mali. In tegenstelling tot Niger, waar de ex-Khadaffi-strijders gedwongen werden hun wapens in te leveren, koos president Touré voor een dialoog met de strijders.

Malinezen getuigen dat hooggeplaatste ex-Khadaffi-strijders een grote geldsom kregen, en geïntegreerd werden in het Malinese leger. Plots moesten militairen uit het zuiden van Mali gehoorzamen aan nieuwe officieren uit Libië, waarvan zij lang niet zeker waren dat ze de Malinese nationaliteit hadden. Het gevolg was dan ook dat er veel spanningen ontstonden binnen het Malinese leger, en dat veel, vooral jonge soldaten uit het zuiden, deserteerden.

Drugs en wapens

Volgens de Malinese zuidelijke bevolking gaat het de MNLA niet om het grondgebied zelf, dat vooral bestaat uit woestijn. In het gebied zouden wel zeer belangrijke routes lopen voor drugs –en wapensmokkel.

Het feit dat het Malinese leger zo weinig middelen krijgt om de MNLA te stoppen, en vanwege geruchten dat de president contact zou hebben met hooggeplaatste Touareg-krijgers, maar hen niet oppakt, doet de bevolking vermoeden dat de president en zijn entourage baat hebben bij het behouden van de drugs-en wapenroutes.

De MNLA konden ook rekenen op de steun van de salafistische rebellengroep Ansar Dine, onder leiding van Iyad ag Ghali. Deze rebellengroep zou kunnen rekenen op de steun van AQMI, de Noord-Afrikaanse tak van Al-Qaeda. De strijd van deze rebellen is het voeren van een heilige oorlog, de Jihad, en het invoeren van de Sharia in Mali. Intussen zou MNLA zich echter gedistantieerd hebben van Ansar Dine en AQMI, juist omwille van diens extremistische bedoelingen van de oorlog.

Er vielen bij de gevechten met MNLA, AQMI en ASADIN al tientallen doden en 200.000 mensen sloegen al op de vlucht.

Frustratie en woede bij de bevolking

Corruptie (‘Er is geen minister in Mali, die geen miljonair is’) en vriendjespolitiek (‘Voor een hoge post binnen het leger, moet je banden hebben met de president’) deden het wantrouwen van vooral jonge militairen en de bevolking tegenover de president snel sterk toenemen.

Een manifestatie van vrouwen, echtgenotes van militairen die ingezet werden in het noorden, vertaalde nog heel recent deze frustratie. De woedende soldatenvrouwen eisten meer middelen voor hun mannen om te vechten tegen de rebellen, en eisten zelfs het ontslag van de president.

Tijdens een onderhoud met de president zei een van de vrouwen: ‘Mijnheer de president, het lijkt erop dat u de grootste rebel bent’. Een uitspraak die de gevoelens van de vrouwen duidelijk vertaalde, maar die, volgens sommigen, de militairen overtuigd heeft om over te gaan tot het afzetten van de president via een staatsgreep.

Verkiezingen

Op 29 april zou de eerste ronde van de verkiezingen plaatsvinden. Volgens sommigen zou Touré op de allerlaatste moment de verkiezingen uitstellen, met als argument dat het onmogelijk zou zijn om verkiezingen te organiseren in de drie noordelijke regio’s Tombouctou, Gao en Mopti.

Volgens anderen wilde Touré echter niet van uitstel weten. Wat zeker is, is dat hij zich niet langer kandidaat zou stellen.

Reacties van de bevolking

De eerste reacties tijdens de ochtend na de staatsgreep deden vermoeden dat de bevolking achter de putschisten staat. De groep militairen uit Kati had de frustraties van zichzelf en een groot deel van de bevolking vertaald in lang verwachte acties.

Een dag later, na de plunderingen, na het sluiten van de tankstations waardoor de prijs van een liter benzine steeg tot 2000 FCFA (3 euro), na de massale negatieve reacties van eigen politici, civiele maatschappij, buurlanden en het stopzetten van budget van IMF en Wereldbank, drong bij veel mensen door wat de impact van deze staatsgreep kan zijn voor Mali, en voor het leven van de bevolking die al erg getroffen werd door prijsstijgingen op de markt.

Reacties van de politieke partijen en het middenveld

Op vrijdag en zaterdag veroordeelden meer en meer Malinese politieke partijen en organisaties van de civiele maatschappij openlijk de staatsgreep.

Tegen zaterdagavond hadden 38 politieke partijen en vertegenwoordigers van de société civile zich verenigd in een Alliantie tegen de putschisten. Deze alliantie werd PARENA gedoopt, le Parti pour la renaissance nationale, et d’associations. De partij keert zich tegen de coup en vraagt een onmiddellijk herstel van de constitutionele orde. Zondag hernoemde deze alliantie zich tot FUDR.

Een enkele politieke partie, SADI (Solidarité Africaine pour la démocratie et l’indépendance) van Oumar Mariko, steunt de putschisten. Ook hij richt een ‘beweging’ op: MP22 (Mouvement populaire du 22 mars).

Geïsoleerd

De putschisten worden dus meer en meer geïsoleerd. Hier en daar gaan geruchten dat de jonge en onervaren putschisten zich willen overgeven, op voorwaarde van amnestie.

Ook de verdeeldheid binnen het leger zelf wordt meer en meer duidelijk. De putschisten zijn jonge militairen, waarvan de legergraden die van kapitein niet overstijgen. Behalve het arresteren van verschillende hoge officieren, trachtten zij ook hooggeplaatste militairen aan hun kant te krijgen, wat lijkt te mislukken. Volgens sommigen zou 90% van het leger niet achter de putschisten staan, wat hen uiteraard sterk verzwakt. 

Oorlog in het noorden 

Op zaterdag dreigden de Ansar Dine de stad Kidal in te nemen. De verdeeldheid binnen het leger en de massale arrestaties van hooggeplaatste militairen verzwakken uiteraard het leger, waar de rebellen dankbaar gebruik van maken.

De aanval werd echter verijdeld door het leger. Dit leger wist zich te versterken door de komst van 200 jonge soldaten, afkomstig uit milities Ganda Koy et Ganda Izo en die al eerder hielpen Touareg-rebellen te verslaan. Het is onduidelijk of de putschisten hun akkoord gaven over deze versterking.

Katrien Beirinckx is medewerkster van Wereldsolidariteit en bevindt zich momenteel in Mali.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift