Waarom het ongelijke Europa kan leren van het egalitaire Amerika

‘Solidariteit is meer dan compassie, het stabiliseert samenlevingen’

De Amerikaanse econoom James Galbraith – zoon van de beroemde econoom Kenneth — was een van de meest eminente “post-autistische economen” die al tijdens de neoliberale hoogdagen het  neoliberale eenheidsdenken aankloeg. Onlangs publiceerde hij een baanbrekend boek over de samenhang tussen financialisering en inkomensongelijkheid. Op uitnodiging van de onderzoeksinstelling van het Europees Vakverbond kwam Galbraith naar Brussel voor een lezing over de crisis. MO* kreeg hem kort te spreken.

  • James Galbraith

Galbraith werkt al vele jaren rond het thema van de inkomensongelijkheid. In het nieuwe boek ‘Inequality and instability’ schrijft hij de inspanningen van vele jaren werk aan elkaar. Een van de meest opmerkelijke zaken is dat hij aantoont dat de groeiende inkomensongelijkheid in de rijke landen slechts in mindere mate te wijten is aan het wegebben van goedbetaalde industriebanen naar lagere loonlanden, banen die dan vervangen werden door minder goed betaalde banen in de dienstensectoren. Dat is het uithollen van de middenklasse door globalisering en technologie, een proces dat nu zelfs het Internationaal Muntfonds erkent. Voor Galbraith is dat maar een kleiner deel van het ongelijkheidsverhaal.  Zijn onderzoek leert dat de stijging van de aandelenkoersen en van de waarde van andere financiële activa – die geconcenteerd zitten bij een kleine minderheid — veel meer bijdraagt tot de inkomensongelijkheid. ‘Dat zien we bijvoorbeeld in het feit dat de buitenproportionele verrijking slechts in enkele counties van de VS gebeurt: van Manhattan tot Silicon Valley en Seattle waar je weet-wel-wie-woont (Bill Gates, de baas van Microsoft, jvd). Het gaat om mensen die kapitaalwinsten maken op hun aandelen of hun stockopties realiseren, in de jaren negentig ging het om de technologieaandelen, in de jaren na 2000 om de financiële sector.’

Geldt hetzelfde voor Europa?

Dat is een interessante vraag die ik evenwel niet direct kan beantwoorden omdat de noodzakelijke gegevens niet zo makkelijk beschikbaar zijn op Europees niveau. Ik heb het derhalve ook niet op dat niveau onderzocht. Waar de data beschikbaar zijn om het te onderzoeken, zie je hetzelfde patroon terugkeren. Het klopt dus ook in China, India, Rusland, Argentinië. Het klopt zeker ook voor het Verenigd Koninkrijk. Of dat ook in Frankrijk zo is, kan ik niet zeggen want ik heb het niet onderzocht, maar ik verwacht daar hetzelfde patroon.

Opmerkelijk is dat u zegt dat Europa eigenlijk ongelijker is dan de VS.

De ongelijkheid van de gerapporteerde inkomens is groter in de VS. En de reden is dat in de VS private inkomens uit kapitaal wel degelijk gekend zijn en belast worden. Zeker, er zijn belastingparadijzen maar veel zeer rijke mensen betalen echt wel belastingen in de VS. Die zaken zijn in Europa niet zo duidelijk: heb je er dezelfde verdeling van rijkdom in de vorm van direct valoriseerbaar financieel vermogen? En twee: is die rijkdom bekend of wordt die opzij gehouden op plaatsen die we allemaal kennen maar die we uit beleefdheid niet zo vaak vernoemen?

Je zegt dus in feite dat er in de VS veel meer transparantie is?

Daar is geen twijfel over. De VS zijn een groot land met een eengemaakt en uniform belastingsysteem. Dat systeem heeft zeker vele gebreken maar de fiscus beschikt over vrij goede gegevens over lage én hoge inkomens.
Het andere deel van het verhaal is dat de vergelijking doorgaans wordt gemaakt tussen de VS en een Europees land. En dan komt de VS er altijd slecht uit in vergelijking met kleine landjes in Noord-Europa.  De VS met Denemarken vergelijken, is evenwel geen eerlijke vergelijking. Als je wil vergelijken, vergelijk dan Denemarken met Wisconsin. Dat telt ook 5.9 miljoen inwoners en het zijn allemaal sociaaldemocratische kaaseters. Wisconsin is veel gelijker dan de VS. De VS is een continentaal land. Alle ongelijkheid die er is, is intern. Terwijl de grootste ongelijkheid die we meten in Europa, tussen staten is zoals Polen en Duitsland, Zweden en Portugal en die komt in de gerapporteerde nationale ongelijkheid over de EU zelden tot uiting. Die interregionale ongelijkheid ligt in de EU een stuk boven die van de VS.

Wat is uw advies dan aan de Europeanen?

Ongelijkheid tussen regio’s heeft economische gevolgen. Mensen bewegen. Je kan altijd makkelijker geld verdienen in een rijk land dan in een arm land, en dat geld dan naar huis sturen. Dat is iets dat we vaststellen en dat toeneemt als de verschillen groeien. Dat is universeel. We zagen het in de VS met de beweging van het zuiden naar het noorden  langs de vallei van de Mississippi. Het is iets dat we nu in China zien met de trek van het platteland naar de stad.
En geloof me, de Europeanen zijn niet anders, en naarmate de crisis groeit, zal die tendens zich uitdiepen. Die migratiestromen aanpakken, is de reden waarom je integreert, is de reden waarom je een capaciteit ontwikkelt om inkomens te nivelleren.

Kortom, de VS hebben veel ongelijkheid en die grote verschillen situeren zich soms erg dicht bij elkaar: de Bronx en Manhattan in New York, San Bernardino en Santa Monica in Californië. Da’s een uur met de auto. Het soort interregionale ongelijkheid tussen Sicilië en Berlijn, hadden we in de VS zeventig jaar geleden maar dat hebben we aangepakt met continentale systemen van inkomensstabilisering zoals een continentaal systeem van werkloosheidsuitkeringen, en veel financiële transfers van het federale niveau naar de deelstaten, en bijvoorbeeld ook een gemeenschappelijk defensiebudget. Waarom moeten de Grieken betalen voor Duitse duikboten? Als Alabama een duikboot plaatst, moet het daarvoor niet betalen, het maakt deel uit van de gezamenlijke landsverdediging.

De discussie over transfers leeft nu volop in Europa.

Je kan niet halfweg stoppen. De Europeanen zijn gestopt op het niveau dat de confederacy (de zuidelijke “slaven”staten die zich wilden afscheuren van de VS) die in 1865 ineenstortte. Waarom? Omdat de steden van het hogere zuiden die van het lagere zuiden er niet toe konden bewegen om mee te betalen voor het leger.

U omschrijft een wereldeconomie die leeft van financiële booms en busts, van financiële instabiliteit die werk geeft en ontneemt, en gepaard gaat met toenemende ongelijkheid. Hoe verander je dat? Of is dit een model waar u in gelooft?

Ten eerste, ik denk niet dat het terugkeert. Er zal financiële instabiliteit zijn maar op heel korte termijn, ten gronde dat gaat het dan om speculatie op grondstoffen.  De financiële stabiliteit gebaseerd op de koopkracht van de middenklasse is verdwenen met de koopkracht van de middenklasse. Maar wat zeker nodig is, is de vervanging van de financiële instellingen die met dit soort van modellen werken. Daar is geen weg omheen. Dat geldt ook voor Europa. Met deze banken met deze bagage en deze geschiedenis als drijvers van je economie, kan je vergeten dat je groei en stabiliteit krijgt. Vergeet niet dat de banken bewust de lagere inkomens geplunderd hebben met hun perfide en totaal ondoorzichtige en onverantwoorde kredietverlening.

Met deze banken met deze bagage en deze geschiedenis als drijvers van je economie, kan je vergeten dat je groei en stabiliteit krijgt.

U stelt dus dat we nog maar aan het begin staan van een lange strijd met de banken om een ander financieel systeem tot stand te brengen?

 

Galbraith: De regering moet groter zijn dan de banken. Daar komt het op neer. Er zijn agentschappen van de overheid in de VS die hun macht wilden gebruiken. Sheila Bair, een benoeming van George W. Bush, leidde het Federal Deposit Insurance Corporation (publiek fonds dat de banktegoeden van de burgers waarborgt, jvd). Ze  beschrijft in haar boek heel duidelijk dat ze Citigroup wilde overnemen omdat ze dacht dat het noodzakelijk was voor de veiligheid van het systeem. Wie belette haar dat?  Ik kan het u vertellen: Timothy Geithner, vier jaar Obama’s minister van financiën, en toen voorzitter van de federal  reserve bank van New York. Bair was hoopvol dat de nieuwe regering het beter zou doen, maar dat is niet gebleken. In sommige opzichten is het een achteruitgang. Paulson was een betere minister.

In welke zin?

Paulsons perspectieven waren vertekend omdat hij zelf een speler was geweest (als voormalige baas van investeringsbank Goldman Sachs, jvd). Maar hij was een man met zelfvertrouwen die datgene deed waarvan hij dacht dat het in het algemeen belang was, in tijden van uitzonderlijke spanningen. Zijn boek komt over als een verstandig verslag van een redelijk serieuze persoon. Voor Geithner wordt het moeilijk om zo’n boek te schrijven.

Zegt u daarmee dat het echte gevecht om naar een andere economie te gaan nog moet beginnen?

We vechten nog steeds met veel valse voorstellingen. Het idee dat de oplossing voor de problemen in de VS start met een vermindering van de toegang tot Medicare, is een illustratie van hoever we van de realiteit zijn afgedreven. Net zoals Europa denkt dat het vertrouwen wordt hersteld door besparingsbeleid.
Toch denk ik dat in de VS het publiek voor loopt op de politieke klasse. Dat is wat zo interessant was aan Obama’s herverkiezing. Obama’s tegenstander, Mitt Romney, deed ons het plezier van een zeer duidelijke keuze, al weigerde Obama de andere kant van de pool van die keuze te spelen. Romney was zo’n karikatuur van een self entitled vulture capitalist dat de verwerping en verdwijning van gouverneur Romney een zeer duidelijk statement vanwege de bevolking is. Het probleem in Europa is de versplintering van de politiek. De Duitse kanselier moet in de eerste plaats als Duitse kanselier overleven. Zelfs als ze iets anders zou willen… ze moet eerst aan de Duitsers denken: de schuldenaren stemmen niet mee. Europa heeft twee dingen nodig. Een verandering van de stemming en de zienswijze in Duitsland, en dat onder leiding van Duitsers die begrijpen dat Europa anders verloren is. En een versterking van de positie van de schuldenlanden en een zelfbewuste alternatieve visie. Dit kan alleen van Italië komen. Het zal niet komen van Frankrijk dat een dubbele identiteit heeft, met een mediterrane kust en een Duits noorden. In het polygame huwelijk dat Europa is, heeft de bruid Italië geld genoeg om het af te trappen.

De wereld is zeer productief, eindeloos veel fabrieken produceren aan hoog tempo maar wie zal die stuff blijven kopen ?Of is die vraag te simpel?

Wel, ik denk dat de uitdagingen groot zijn. Je moet beginnen met ze te benoemen. Er is de problematiek van de klimaatverandering en de energie. We hebben het systeem van booms en busts gekend sinds de jaren tachtig, maar met de stijgende grondstoffenprijzen komt daar nu een einde aan. Winsten zullen lager zijn.

Er is het feit dat jobs aan een hoog tempo worden vernietigd door arbeidsbesparende technologie. Dat leidt tot banenverlies of outsourcing. Dat verzwakt de arbeidsbasis, vooral in de rijke landen. Men heeft dat proberen goed te maken met frauduleuze kredietinstrumenten om het tekort aan inkomen te compenseren. Tenslotte is er de vergiftiging van het financieel systeem.

Hoe pak je dat aan?

Toen de crisis losbarstte in 2008 was de hoofdtoon dat het snel zou overgaan, dat dit iets van voorbijgaande aard is. Dat als de reële lonen zouden zakken, dat het dan weer in orde kwam. Dat is duidelijk niet gebeurd.

Valse Keynesianen suggereerden dat een stimulusprogramma het probleem snel kan oplossen. Zo kan je alleen maar mensen ontgoochelen. In de VS is de nieuwe idiotie dat alles in orde komt als alleen maar de regering uit de weg zou gaan, het vertrouwen zou terugkeren en alle problemen opgelost zullen zijn. Europa gelooft dan weer in besparingen. We spreken hier over een globale investeringsgemeenschap. Hoe gehoorzaam je ook bent aan de dogma’s van de troika,  je kan je niet individueel onttrekken aan dit mechanisme.

Kijk naar de helse cirkel waarin Griekenland is beland: zwaar besparen om de schuld terug te dringen, met als resultaat dat de schuld nog zwaarder wordt omdat de economie nog sneller krimpt. Besparingen die onderwijs en gezondheidszorg afbreken. Dat is de vernietiging van een land. Dat is niet zo onvertrouwd. Je moet niet ver terug gaan om een ander ontwikkeld land te zien dat uit elkaar valt door de schulden. Joegoslavië heeft getoond hoe de dingen heel snel heel verkeerd kunnen gaan.

Wat moet er dan gebeuren?

Er is geen snelle oplossing, ondanks alle beloften van de mainstream economen. Het beste is leren leven, leren omgaan met een tragere groei, en lagere winst. Europa moet stabiliserende instellingen ontwikkelen zoals een Europees systeem van werkloosheidsuitkeringen, een Europees systeem dat de allerlaagste pensioenen wat kan aanvullen. Dat is het werk dat de VS al vanaf de jaren dertig zijn begonnen.  Solidariteit is meer dan alleen maar compassie, het is een stabiliserend principe als je het toepast over heel het grondgebied. Verder mag je de objectieven zoals klimaatverandering niet uit het oog verliezen. Die moet je aanpakken en dat zal niet gebeuren met de crisisbezetenheid die nu aan de gang is. Je moet daar echt als gemeenschap een antwoord op geven.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur