Wachten op Vlaams wapendecreet

Verschillende landen, waaronder België, leverden de voorbije jaren wapens aan repressieve regimes in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, beschrijft Amnesty International in een rapport over wapenhandel. Terwijl de Europese markt wordt vrijgemaakt, blijft het wachten op een Vlaams wapendecreet.

  • Brian.ch, Creative Commons Licensed FN SCAR Assault Rifle (Light) 5.56 NATO, geproduceerd door Fabrique Nationale de Herstal Brian.ch, Creative Commons Licensed

2011 is een jaar van revoluties, dat is wel duidelijk. In het Midden-Oosten en Noord-Afrika werden –en worden nog steeds– veel van de opstanden hardhandig de kop ingedrukt door autoritaire regimes. Sommige wapenexporterende landen keken evenwel bewust de andere kant op en kenden nieuwe vergunningen toe voor transfers van militair materieel, besluit een rapport van Amnesty International. De mensenrechtenorganisatie onderzocht de wapenhandel naar vijf landen uit de onrustige regio: Libië, Egypte, Syrië, Jemen en Bahrein.

Een heel aantal landen keurde in de periode tussen 2005 en 2010 licenties goed voor de uitvoer van wapentuig waarmee later vaak mensenrechtenschendingen werden begaan, zo blijkt. ‘De maatregelen die de internationale gemeenschap ondertussen ondernomen heeft zijn uiteraard welkom, maar gaan niet altijd ver genoeg’, zegt Amnesty. De organisatie eist dat transfers worden geblokkeerd van zodra er een wezenlijk risico bestaat dat de wapens zullen bijdragen tot ernstige inbreuken op mensenrechten.

Vlaamse hightech wapens

Ook België exporteerde materieel naar de regio. Het rapport vermeldt uitvoer naar Libië, Egypte en Bahrein, goed voor bijna 25 miljoen euro. Opvallend: het gaat veelal over kleine wapens en munitie, geproduceerd door FN Herstal, de wapenfabriek die volledig in handen is van het Waalse Gewest. In België was reeds controverse gerezen over de leveringen aan Libië. In oktober 2009 floot de Raad van State vijf vergunningen van Waals minister-president Demotte terug en toen de opstand tegen Khadaffi begin dit jaar uitbrak reageerde de publieke opinie ontzet bij het zien van Belgische wapens.

Dat Vlaanderen niet expliciet aangeduid wordt door Amnesty, betekent in niet dat Vlaamse firma’s geen wapens uitvoeren. Alleen gaat het dan niet over de automatische geweren uit Herstal, maar over hightech materiaal dat bovendien niet rechtstreeks verkocht wordt aan dubieuze regimes. Vlaamse ondernemingen produceren en exporteren namelijk onderdelen die elders geassembleerd worden. Over de verkoop en de uiteindelijke bestemming van het eindproduct moeten ze bijgevolg geen verantwoording afleggen.

Vaak zijn de bedrijven hiervan zelf ook niet op de hoogte, maar dit is niet altijd het geval. In 2008 kreeg de West-Vlaamse firma Mol toestemming om in opdracht van het Britse defensiebedrijf BAE een deel van de productie van pantservoertuigen op zich te nemen. Toch was op dat moment reeds bekend dat het materiaal later naar Saoedi-Arabië verscheept zou worden, een land met een bedenkelijke reputatie op het vlak van mensenrechten. De Saoedische veiligheidstroepen reden met diezelfde voertuigen eerder dit jaar Bahrein binnen om de opstand neer te slaan.

Vrije Europese markt

Het Saoedische voorbeeld illustreert perfect waar het om draait: Vlaamse firma’s kunnen zich, al dan niet bewust, verschuilen achter de bestaande schemerzone en materiaal verkopen dat later ingezet wordt tegen onschuldige burgers. Het is maar de vraag of het toekomstige Vlaamse wapendecreet hier iets aan kan veranderen. Totnogtoe wordt het exportbeleid, een regionale bevoegdheid sinds 2003, geregeld door een verouderde federale wet. De liberalisering van de Europese wapenmarkt, die volgend jaar van start gaat, noodzaakt de regio’s echter om zelf initiatieven te nemen.

Die vrijmaking is het gevolg van een Europese richtlijn uit 2009 die de regels voor wapenhandel tussen EU-lidstaten aanzienlijk versoepelt. Dat is goed nieuws voor producenten die zo gemakkelijker kunnen samenwerken. Het welslagen van de eengemaakte markt vereist evenwel een consequente regelgeving voor alle buitengrenzen. Daartoe werd reeds in 2008 op Europees niveau een Gemeenschappelijk Standpunt afgesproken. ‘De ketting is immers maar zo sterk als de zwakste schakel’, verklaarde Tomas Baum, directeur van het Vlaams Vredesinstituut hierover.

Het nieuwe Vlaamse decreet zou nog voor het einde van het jaar gestemd worden. Nils Duquet is onderzoeker bij het Vredesinstituut, dat inhoudelijk advies verleende bij de totstandkoming. Hij spreekt over een ‘vrij evenwichtig’ ontwerp van decreet. ‘De vraag blijft evenwel hoe het geïmplementeerd zal worden’, aldus Duquet. ‘De kans dat de wetgeving even verregaand is als de Amerikaanse ITAR-wet (Regulering voor Internationale Handel in Wapens) is nagenoeg onbestaand. Die verplicht elke fabrikant van militair materieel dat ook maar het kleinste Amerikaanse onderdeel bevat immers om toestemming te vragen alvorens hij zijn afgewerkte product exporteert.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift