Walter Benn Michaels: ‘Aandacht voor diversiteit verbergt groeiende ongelijkheid’

De Verenigde Staten doen er alles aan om discriminatie op basis van afkomst, huidskleur of geslacht te bestrijden. ‘Maar steeds meer mensen beginnen zichzelf te zien als slachtoffers van uitbuiting in plaats van discriminatie’, zegt taalwetenschapper Walter Benn Michaels. Volgens hem is dat de hoogste tijd, want ‘de volledige economische groei van de voorbije veertig jaar is alleen ten goede gekomen aan de rijkste tien procent van de Amerikaanse bevolking’.

Walter Benn Michaels gooide in 2006 een steen in het stilstaande water van het Amerikaanse zelfbeeld. In zijn boek The Trouble with Diversity: How We Learned to Love Identity and Ignore Inequality maakte Michaels brandhout van de overtuiging dat een antidiscriminatiebeleid een progressieve keuze is. Na vier jaar onder president Barack Obama, het ultieme symbool van een succesvol gelijkekansenbeleid, is Michael nog gesterkt in zijn opinie, al twijfelt hij niet aan het belang van de sprong van een officieel gesegregeerde samenleving vijftig jaar geleden naar een land waarin antiracisme de nationale ideologie werd. ‘Waar ik me zorgen over maak, is dat terwijl discriminatie onaanvaardbaar werd, de ongelijkheid juist enorm is toegenomen.’

Is er een oorzakelijk verband tussen die twee tegengestelde tendensen?

Walter Benn Michaels: Culturele diversiteit en economische ongelijkheid maken allebei deel uit van hetzelfde neoliberale programma dat de voorbije dertig jaar het beleid bepaald heeft. Gary Becker, een van de grondleggers van het neoliberale economische denken en Nobelprijswinnaar in 1992, argumenteerde in zijn eerste boek dat werkgevers in een efficiënte, concurrentiële markt zich geen discriminatie kunnen veroorloven. Want wie weigert zwarte werknemers aan te werven, zal zijn blanke werknemers meer moeten betalen.

Tezelfdertijd aanvaardt dit economische denken wel dat de verhoging van de marktefficiëntie zorgt voor groeiende ongelijkheid op het vlak van inkomen en bezit. Je kunt dus niet zeggen dat antidiscriminatie de toenemende klassenverschillen veroorzaakt heeft, maar beide trends maken wel deel uit van eenzelfde economisch programma. De gelijkheid waarover liberale denkers het hebben, wil iedereen gelijke toegang geven tot de markt, ongeacht huidskleur, geloof, geslacht of seksuele voorkeur. Het gaat niet over een grotere gelijkheid van inkomen, laat staan over de herverdeling van welvaart.

Het feit dat links en liberaal samen opkomen tegen discriminatie is toch geen probleem?

Walter Benn Michaels: Neen. Maar het feit dat ook socialisten zich blindstaren op zogenaamd ethische kwesties en de bestrijding van discriminatie op grond van afkomst of zogenaamde identiteit, is wél een probleem. Want het leidt tot het verwaarlozen van economische ongelijkheid. Linkse politiek is in wezen een herverdelingspolitiek, en die heeft niets met identiteit te maken.

U zegt dat de diversiteitspolitiek van de voorbije jaren vooral bedoeld is om blanke en gekleurde elites een gerust geweten te bezorgen. Waarom is er dan zo’n breed verspreide steun voor dat beleid?

Walter Benn Michaels: De Verenigde Staten hebben nooit een sterke politieke stroming gehad die pleitte voor herverdeling van welvaart. De enige uitzondering was misschien ten tijde van de Grote Depressie in de jaren dertig. De Grote Recessie sinds 2008 heeft eindelijk opnieuw een prille herverdelingsbeweging doen ontstaan, de Occupy Movement. Hun basisslogan – ‘We are the 99 procent’ – heeft niets te maken met minderhedenbeleid en culturele diversiteit, maar focust volledig op de uitbuiting en uitsluiting van een groeiende groep mensen.

Er was wel kritiek dat de Occupy Movement veel te blank was.

‘De eenzijdige focus op gelijkheid van kansen is een manier om vooruitgang te realiseren zonder vooruitgang te maken op het vlak van sociaaleconomische gelijkheid.’

Walter Benn Michaels: Ik was niet verrast door die kritiek, maar wel door het feit dat de beweging die kritiek zo makkelijk van zich afschudde. Heel veel mensen begrijpen dat het er niet toe doet of je wit of zwart bent als je uit je huis gezet wordt of je baan verliest of om andere redenen verarmt. Trouwens: de grootste “etnische” groep onder de armen is op dit moment blank. En voor zover we kunnen spreken over economisch herstel, zien we dat minderheden daar meer van profiteren dan de blanke meerderheid.

U schrijft dat economische ongelijkheid niets te maken heeft met etnische of culturele identiteit. Bent u daar wel zeker van?

Walter Benn Michaels: Zolang discriminatie bestaat, zal ze functioneren als een bijkomende drempel waar een aantal mensen niet over geraakt. Het is duidelijk dat Afro-Amerikanen nog steeds oververtegenwoordigd zijn bij de armste tien procent van de bevolking, terwijl ze ondervertegenwoordigd blijven bij de rijkste tien procent. Maar stel je voor dat we nog meer vooruitgang maken bij het elimineren van allerlei vormen van discriminatie, dan zou de huidskleur van de armsten en de huidskleur van de rijksten wel veranderen, maar het zou niets veranderen aan de diepe kloof tussen arm en rijk. De eenzijdige focus op gelijkheid van kansen is dan ook een manier om vooruitgang te realiseren zonder vooruitgang te maken op het vlak van sociaaleconomische gelijkheid.

Culturele diversiteit is niet alleen een kwestie van binnenlands beleid, het is ook een uitdaging voor de gemondialiseerde wereld. U lijkt het echter ook op dat niveau een irrelevante vraag te vinden.

Walter Benn Michaels: Ik vind culturele diversiteit politiek irrelevant. Dat is wat anders dan irrelevant zonder meer. We moeten opnieuw zuiverder leren denken en spreken over politieke ideologieën. Als ik een aantal stukken van Bart De Wever lees, krijg ik de indruk dat hij er alles aan doet om politieke ideologieën voor te stellen als culturele feiten. Alsof een herverdelingsbeleid wel geschikt is voor de Waalse cultuur maar niet voor de Vlaamse, terwijl de keuze voor een vrijemarktaanpak deel zou uitmaken van de Vlaamse cultuur, maar niet van de Franstalige. Taal is cultureel, ideologie niet.

Ook Evo Morales in Bolivië heeft daarmee af te rekenen, omdat hij naast zijn socialistische ideologie ook het Aymara zijn tot een politieke keuze verheven heeft. Dat vervuilt het debat en verklaart een deel van zijn problemen met zijn achterban. Een deel van zijn kiezers zijn arme Bolivianen die geen inheemsen zijn en een deel van zijn inheemse achterban wil niet weten van zijn socialistische politiek.

Identiteitspolitiek kan toch ook emancipatorisch zijn, zoals bij de Aymara van Bolivië, de prille Vlaamse beweging, de gemeenschapsbehoeften van immigranten en hun kinderen in Europa?

Walter Benn Michaels: Uiteraard. Als de ene groepsidentiteit verdrukt wordt ten voordele van een andere, zal de strijd van die eerste ontvoogdend zijn. Toch blijft de vraag: zal die emancipatie een impact hebben op economische ongelijkheid? En meestal is het antwoord op die vraag neen. Wie arm is blijft arm, maar dan in een wereld waarin zijn taal of nationale identiteit meer gerespecteerd wordt. Dat is onvoldoende, vind ik. En het is problematisch, omdat de identitaire ontvoogding meestal alle aandacht voor ongelijkheid wegneemt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur