Wapenwedloop langs de Kaspische Zee

De leiders van de vijf staten aan de Kaspische Zee — Azerbeidzjan, Iran, Kazachstan, Rusland en Turkmenistan — praten vaak over de noodzaak van vrede en veiligheid in de Kaspische regio. Het grote geostrategisch belang van de aanwezige energiereserves zorgen echter voor rivaliteit en wantrouwen, en voor een wapenwedloop. De jaarlijkse militaire uitgaven worden intussen geraamd op ongeveer 80 miljard euro.

  • Enkele Azeri's, vissend in de haven van Baku. De betrekkingen tussen de landen rond de Kaspische Zee zijn veel minder vredig.

De auteur van dit artikel kwam in opspraak. MO* kan de juistheid van de artikels niet garanderen. Om transparant te zijn tegenover onze lezers, halen we de artikels niet offline. Lees voor meer informatie: Wat betreft de verwerpelijke journalistieke praktijken van Peter Blasic

Volgens een rapport van het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) zijn de wereldwijde militaire uitgaven in 2012 licht gedaald tot 1,75 biljoen dollar, een daling van 0,5 procent ten opzichte 2011. In sommige regio’s, waaronder de Kaspische regio, is er echter juist sprake van een stijging, omdat alle landen in de regio actief werken aan de opbouw van hun militaire capaciteiten. Helaas verhoogt een dergelijke militaire opbouw alleen maar de spanningen in deze toch al kwetsbare en met veiligheidsuitdagingen overstelpte regio.

Toenemende spanningen

Terwijl Rusland en in mindere mate Iran al langere tijd een sterke vloot in de Kaspische regio hebben, hebben de andere drie staten hun potentieel de voorbije jaren langzaam opgebouwd. Inmiddels is het zo ver dat het niveau van militarisering gevaarlijk hoog is en er door de jaren heen talloze dreigende confrontaties zijn geweest.

In 2001 voerden Iraanse schepen beschietingen uit op een schip van BP, dat onderzoek verrichtte in wateren die Azerbeidzjan als haar eigen beschouwt. In 2012 waren er verschillende incidenten tussen Azerbeidzjan en Turkmenistan, en onlangs werd nog beweerd dat een Turkmeens schip te dicht bij de Azerbeidjaanse olievelden zou zijn gekomen. Voortdurende marine-oefeningen zijn ook niet bevorderlijk voor de stabiliteit en vredesopbouw. En waar Moskou fel wordt als het gaat om de bouw van een trans-Kaspische pijplijn tussen Azerbeidzjan en Turkmenistan, is Iran grillig en onvoorspelbaar. Irans omstreden nucleaire programma en de reactie van het Westen daarop doet de stabiliteit van de regio verder wankelen.

De Russische Kaspische vloot heeft haar thuishaven in Astrakhan en is de oudste Russische marinevloot, in het leven geroepen in 1722. Het blijft de sterkste vloot op de Kaspische zee, zeker nu Moskou vele verouderde schepen heeft vervangen. Moskou is naar verluidt van plan om nog eens 16 nieuwe schepen toe te voegen in de periode tot 2020, waaronder drie nieuwe schepen in de Buyan-klasse.

De eerste daarvan zal naar verwachting nog dit jaar te water worden gelaten, de andere zijn in 2014 gereed. Moskou zou verder langs de kust clusters van raketeenheden stationeren, die met anti-schip raketten uitgerust zijn. Deze eenheden zijn in staat doelen in het midden van de zee te raken. Kruisers van de Kaspische vloot liggen nu ook al gestationeerd voor de kust van Dagestan.

De slagvaardigheid op zee wordt versterkt door militaire bases in Centraal-Azië, Armenië en de bezette Georgische gebieden Zuid-Ossetië en Abchazië. Rusland, dat in 2013 naar verluidt 55 à 60 miljard dollar begroot voor defensie-uitgaven, heeft aangegeven dat deze opwaardering niet los te zien is van een mogelijke militaire aanval op Iran. Volgens de Russische generaal Leonid Ivashov, nu voorzitter van de Academie voor Geopolitieke Wetenschappen, zou een westerse oorlog tegen Iran “de situatie in de noordelijke Kaukasus destabiliseren en een verzwakking van onze positie in de Kaspische regio tot gevolg hebben.”

Maar ook de interne situatie in Rusland speelt in dit verband een rol. Omdat de Russische president Vladimir Poetin op steeds minder steun van zijn achterban kan rekenen, probeert Moskou kracht te tonen in haar buitenlands beleid. Het laat zien dat Rusland streeft naar het temperen van de rol van het Westen, terwijl het zijn eigen positie versterkt. Vandaar ook dat het opbouwen van militaire capaciteit hand-in-hand gaat met nieuwe Russische re-integratieprojecten, zoals de Euraziatische Unie.

Iedereen mee in wedloop

Ondertussen schroeven ook de andere landen in de regio hun defensie-uitgaven op. Vorig jaar kondigde de Kazachse regering aan om tussen 2013 en 2015 8,6 miljard dollar aan defensie te spenderen. In 2012 werd een kwart van de defensiebegroting van het land besteed aan herbewapening, om een deel van het materieel dat het land van de Sovjet-Unie had geërfd te vervangen. Grote deals waren onder meer 40 S-300 luchtverdedigingssystemen en 20 MIG-31 straaljagers.

Kazachstan lanceerde zijn eerste echte –zelfgebouwde- marineschip in 2012. Andere zelfgeproduceerde gevechtsschepen zullen naar verwachting snel volgen. Astana kocht ook ten minste twee raketboten en in 2013 zal Kazachstan naar verwachting meer van deze schepen kopen. Een marine trainingsfaciliteit zal worden geopend in 2016 en Kazachstan heeft plannen om de zeehaven van Aktau om te zetten in een hub voor het transport van militaire goederen uit Afghanistan, om op die manier Rusland te kunnen omzeilen.

Terwijl de Turkmeense defensiecapaciteiten te boek staan als mager en slecht onderhouden, lijkt Ashgabat hier de laatste tijd toch meer prioriteit aan te geven. In 2010 ondertekende president Gurbanguly Berdymukhammedov een decreet over de ontwikkeling van de Turkmeense marine in de periode tot 2015. Hoewel het land volgens SIPRI statistieken een relatief laag niveau van defensie-uitgaven heeft (circa 240 miljoen dollar) heeft het land toch zijn vlootcapaciteiten versterkt, onder meer door de bouw van een marinebasis en een marine-academie in Turkmenbashi. Het heeft ook een aantal Russische en Oekraïense raketboten gekocht, evenals Turkse patrouilleboten. Deze versterkte zeemacht is belast met het beschermen van de belangen van het land in de Kaspische Zee.

In september 2012, voor het eerst sinds zijn onafhankelijkheid, voerde Turkmenistan een militaire oefening op de Kaspische zee uit, hiermee nadrukkelijk aantonend dat het in staat is om te reageren op elke aanval op zijn olie- en gasvelden. Turkmenistan heeft de op drie na grootste aardgasreserves in de wereld. Het wordt alleen overtroffen door Rusland, Iran en Qatar. De versterking van de Turkmeense marine is wellicht bedoeld om de concurrentie met Azerbeidzjan blijvend aan te kunnen. De beide landen hebben een gespannen relatie en voeren voortdurende gesprekken over het eigendom van drie betwiste gasvelden.

Azerbeidzjan maakt op zijn beurt ook geen geheim van zijn defensie-uitgaven, die het heeft vastgesteld op ongeveer 3,7 miljard dollar in 2013. Bakoe heeft recent verschillende wapens aangeschaft, waaronder Gabriel anti-schip raketten en Green Pine radarstations. Hoewel Bakoe investeert in zijn capaciteiten op zee, ligt de focus toch op land- en luchtstrijdkrachten als gevolg van het voortdurende conflict met buurland Armenië over Nagorno-Karabach en de omliggende bezette gebieden.

De relaties tussen Bakoe en Teheran blijven ook gespannen, niet in het minst als gevolg van Azerbeidzjans nauwe banden met Israël, waar Teheran op reageerde door te melden dat het inspanningen om Azerbeidzjan te destabiliseren zou ondersteunen, bijvoorbeeld via radicale islamitische groepen in het land. Bovendien kent Iran zijn eigen gevoelens van onveiligheid en paranoia, onder meer door de grote groep (30 miljoen) etnische Azeri, die het als een potentiële bron van problemen en instabiliteit ziet. Zo scandeerden fans bij een voetbalwedstrijd dat de Iraanse provincie Oost-Azerbeidzjan geen onderdeel van Iran is.

Ondanks de pijnlijke economische sancties blijft Teheran beschikken over een omvangrijke marinevloot — hoewel veel van de schepen dateren uit het tijdperk van de sjah. Teheran is langzaam aan het moderniseren en besteedt een geschatte 10 miljard dollar aan defensie. Met een honderdtal raketboten voert de Iraanse marine regelmatig oefeningen uit, waaronder het leggen van mijnen. In maart kondigde de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad aan dat de aanwezigheid van Irans nieuw gelanceerde -en in eigen land gemaakte- Jamaran-2 torpedobootjager in de Kaspische Zee “garant zou staan” voor veiligheid in de regio. Nog twee andere van deze boten staan in de planning. Volgens Ahmadinejad, “zijn alle buurlanden zonder twijfel blij met de prestaties van de Iraanse marine, omdat ze deze ontwikkelingen als een stap in de richting van hun eigen veiligheid in de regio zien”.

Ahmadinejad kan er niet verder naast zitten. De lancering van de Iraanse torpedobootjager viel toevalligerwijs samen met de start van bilaterale gesprekken tussen Azerbeidzjan en Rusland over de afbakening van de Kaspische Zee.

Geen ontwapening in zicht

Externe actoren, zoals de VS, hebben ook bijgedragen aan de oplopende spanning. Washington heeft geholpen bij de ontwikkeling en training van de marine van Azerbeidzjan, Kazachstan en Turkmenistan om zo een tegengewicht te bieden aan de vloot van Iran en Rusland. De VS hebben zich ook hard gemaakt voor de ontwikkeling van de trans-Kaspische pijpleiding –tot grote irritatie van Moskou- om zo de Russische invloed in de regio te verminderen.

Hoewel het momenteel onwaarschijnlijk lijkt dat de Kaspische staten hun marines tegen elkaar gebruiken, kan het niet worden uitgesloten. Door het uitblijven van overeenstemming over het verloop van de Kaspische grenzen, zit demilitarisatie er voorlopig niet in. Bovendien blijven er nog vele andere veiligheidsuitdagingen: langlopende conflicten, grensgeschillen en de schaarste van water- die ontwapening in de weg staan. Een risico van verdere escalatie wordt gevormd door de Amerikaanse terugtrekking uit Afghanistan in 2014, waardoor drugs- en mensenhandel wellicht zullen toenemen en radicale Islamisten zich eenvoudiger over de regio kunnen verspreiden. 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift