Wat bedrijven tegen armoede kunnen doen

Anno 2013 groeit een op tien Vlaamse kinderen op in armoede. In een klas van twintig zitten dus gemiddeld twee arme kinderen. Dat is ontstellend, zeker als je weet dat hun aantal stijgt en dat kinderen die in armoede geboren worden een grotere kans hebben om later ook in armoede te leven. De plek van je geboorte is bepalend voor de rest van je leven. Vanuit mijn job, stel ik mij daarbij de vraag: kunnen de bedrijven hier iets aan doen?

  • Brecht Goris Sabine Denis. Brecht Goris

Liefdadigheid

Wie armoede zegt, denkt onmiddellijk aan gebrek aan geld. De eerste reflex is dan ook bij bedrijven aankloppen voor geld. Dat deed recent nog Minister Lieten toen ze, met huilende baby’s, een oproep deed om financieel bij te dragen tot het Kinderarmoedefonds.

Ik weet niet wat de resultaten van die campagne zijn, maar het lijkt mij niet onmiddellijk de meest geschikte oplossing. De makkelijkste misschien wel, maar de minst vernieuwende. Geld geven doen bedrijven immers al, via de belastingen, aan de instelling die instaat voor de herverdeling, namelijk de staat. Ik ben niet overtuigd dat liefdadigheid het generatiearmoede probleem zal oplossen, maar alle beetjes zullen waarschijnlijk wel helpen?

Van liefdadigheid naar social value

De vraag is of bedrijven nog iets anders kunnen doen? Ik heb net mijn eerste boek afgewerkt: Value2: ondernemen voor de samenleving. Een hoofdstuk daarin is gewijd aan de manier waarop bedrijven kunnen, en mijn inziens moeten, inspelen op maatschappelijke problemen om antwoorden te kunnen bieden. Een pleidooi voor een veel actievere bijdragen van bedrijven tot (duurzaam) welzijn.

We mogen de rol die bedrijven kunnen spelen in het oplossen van maatschappelijke uitdagingen niet onderschatten. De nood aan een meer actieve rol van bedrijven wordt bevestigd door de evolutie van onze welvaartstaat. Immers, de overheid is niet langer in staat – zeker niet met een krimpende staatskas – om alle problemen zelf op te lossen.

Werkgelegenheid

De eerste taak die bedrijven kunnen opnemen is via werkgelegenheid de mensen uit de armoede te halen. Volgens professor Bea Cantillon, directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen, is vooral de kloof tussen de groep mensen die veel werk hebben (werkrijke productieven) en zij die geen werk hebben (werkarme niet-productieven) problematisch in België.

Er zal meer initiatief van de ondernemingen en andere organisaties moeten komen om via sociale innovatie en proactieve praktijken ook de werkarmen aan werk te helpen. Het Engelse Business in the Community schakelt daklozen via het Ready for Work programma weer in in een van de 155 bedrijven die meewerken aan het programma, waaronder Marks& Spencer en Royal Mail.

In Vlaanderen vervult de sociale economie al jaar en dag een brugfunctie naar de reguliere arbeidsmarkt. Het recent maatdecreet zal hopelijk nog meer bedrijven aanzetten om voor deze doelgroep initiatieven te nemen.

Producten en diensten

Naar analogie van de bottom of the pyramide beweging die bedrijven aanzet om in ontwikkelingslanden aangepaste producten te leveren, ben ik op zoek gegaan of er ook hier in België voorbeelden zijn van bedrijven die aandacht hebben voor de armen. Professor C.K. Prahalad introduceerde dat concept in zijn boek The Fortune at the Bottom of the Pyramid: eradicating poverty through profits.

Hij verdeelt de wereldbevolking in drie welvaartsgroepen. De top van de piramide vertegenwoordigt ongeveer een half miljard mensen. Zij leven in grote welvaart in sterk ontwikkelde markten. Meer dan de helft van de wereldbevolking leeft echter op de bodem van de piramide, en moet het rooien met een gemiddeld jaarlijks inkomen dat schommelt tussen de 750 en 3.200 dollar. Dat moet volstaan om te eten, drinken, slapen en om zich te verzorgen en te verplaatsen.

Ondanks de geringe koopkracht van die groep is de bodem van de piramide interessant voor bedrijven, mits een specifieke, aangepaste marktbenadering. De massa is immers enorm en biedt heel veel potentieel. Hoewel het niet echt om een massa gaat in België, zijn er toch al een aantal initiatieven die erop inspelen.

Zo is er bijvoorbeeld Microstart, een initiatief van BNP Paribas Fortis, dat een microkrediet verleent aan ondernemers die geen beroep kunnen doen op het klassieke banksysteem (werkzoekenden, mensen die een uitkering krijgen van het OCMW, kleine zelfstandigen, …) om hun zelfstandige activiteit op te starten of verder uit te breiden.

Danone werkt sinds een paar jaar samen met het Franse Rode Kruis om de voeding van peuters van 0 tot 3 jaar te verbeteren. Bij de eersteleeftijdsmelk van Danone wordt, via vrijwilligers van het rode kruis, een bon voor fruit en/of groenten uitgedeeld met bijkomende informatie over gezonde voeding. Total Belgium werkt samen met de sociale onderneming Mobil Insert om rijlessen te geven aan de werkzoekenden die zij begeleiden. Renovassistance renoveert leegstaande huizen in Brussel om ze via een sociaal verhuurkantoor aan de doelgroep te verhuren.

Wat is het verschil met een traditionele liefdadigheid? De samenwerking tussen de partners ligt in de core business van het bedrijf en komt niet alleen de doelgroep ten goede maar ook het bedrijf. Als mensen gezonder blijven, zullen ze langer de producten van Danone kunnen eten. Als de microkredietnemers succesvol zijn, kunnen ze klant bij de bank worden. Als de werkzoekende werk hebben kunnen ze tanken bij Total. De strategie van de samenwerking is gericht op een economische activiteit, niet op liefdadigheid.

Bij al deze mooie voorbeelden toch een kanttekening. Een bedrijf kan zo een initiatief niet alleen aan. Er moet altijd samengewerkt worden met actoren op het terrein, die met de mensen in armoede samenwerken en ze ook goed kennen. Zo niet riskeert een goedbedoeld initiatief een averechts effect te hebben door de armen te “bedienen” in hun armoede en ze er ook in te bevestigen. Bedrijven zijn bedreven in het ontwikkelen van rendabele programma’s maar kennen weinig van de maatschappelijke problemen. Om gedeelde waarde of shared value te creëren, moeten ze altijd een beroep doen op partners om hen daarbij te helpen.

Sabine Denis is Change Executive Officer bij Business & Society Belgium, een netwerk van bedrijven rond maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift