Dossier: 

Wat oogst Congo van zijn supermijnen?

De Congolese mijnbouw is onder impuls van grote multinationale bedrijven aan een sterke opmars bezig. Ten opzichte van het vorige MO*-onderzoek is de Congolese mijnbouwsector heel wat transparanter geworden. Maar dat lost niet alle problemen op. En wat levert de boomende mijnbouw eigenlijk op voor het land, in de vorm van belastingen en een betere levensstandaard voor de werknemers van de mijnen? John Vandaele zocht het uit.

  • MO*/John Vandaele Het staatsbedrijf Gécamine heeft aftandse installaties en een miljard euro schulden, maar verkoopt zijn concessies onder de prijs. MO*/John Vandaele

Is er nu meer transparantie?

In 2006 schreven we dat het grote probleem niet de arbeidsvoorwaarden bij Forrest waren, maar zijn contracten – de ondoorzichtige manier waarop die tot stand kwamen en hoe weinig ze boden voor Congo.

Toen was er bijzonder weinig transparantie. Wij waren slechts via een gunstige wind aan de beruchte contracten van Forrest en Gertler gekomen. Bovendien was onduidelijk hoe ze tot stand kwamen: alles verliep in grote duisternis.

Een van de stappen vooruit is dat nu, onder druk van het Internationaal Muntfonds en de civiele samenleving, alle mijncontracten gepubliceerd worden op de website van het ministerie van Mijnbouw. Toen een bepaald contract niet werd gepubliceerd, weigerde het IMF eind 2012 zijn financieringsakkoord met Congo te verlengen.

Congo is ook toegetreden tot het Initiatief voor meer Transparantie in de Ontginningsindustrie (ITOI). Onder het ITOI moeten mijnbedrijven verklaren welke bedragen ze betalen aan de overheden. En die laatste zijn op hun beurt weer verplicht om te publiceren wat ze van de verschillende bedrijven ontvangen. Professor Mack Dumba is de enthousiaste coördinator van ITOI: ‘Tegenwoordig storten de bedrijven zich op onze formulieren. Sturen we die ’s morgens op,’s avonds krijgen we ze al ingevuld terug. Ook de belastingdiensten vullen ze snel in.’ Toch blijven er heel wat gebreken: als Congo er dit jaar niet slaagt om beter te doen dan vorig jaar, wordt het uit het ITOI gezet.

Publicatie lost niet alle problemen op, maar maakt ze wel zichtbaar.Dit voorjaar beschreef het Africa Progress Report onder voorzitterschap van voormalig VN-secretaris-generaal Kofi Annan vijf gevallen waarin het staatsbedrijf Gécamines zijn aandelen in joint ventures verkocht voor een opmerkelijk lage prijs, en altijd aan bedrijven waar Dan Gertler het voor het zeggen had. Die verkocht dan die zelfde aandelen enkele maanden later door voor een veelvoud van de prijs. Ook Glencore was betrokken bij een paar van die transacties. Gertler is een goede vriend van president Kabila. ‘Gertler beheert de rekeningen van Kabila in Israël en Hongkong’, zegt een waarnemer. Er zijn tot nu toe geen harde bewijzen van financiële banden tussen Gertler en Kabila.

Die vijf schimmige deals betekenden voor Gécamines een verlies van 1,3 miljard dollar. Dat is meer dan Congo aan onderwijs en gezondheidszorg samen besteedt. Oscar Melhado van het IMF: ‘Het onderwaarderen van publieke eigendommen is al jaren vaste prik, maar vroeger verliep dat in het geheim. Niemand wist het. Nu kan iedereen het zien.’ Het is wel moeilijk om het in de Congolese media te brengen en het zo te politiseren: het valt op dat zeer weinig Congolezen hiervan afweten.

Gécamines is de spin in een web van merkwaardige transacties. Waarheen leidt dat web? De vroegere ceo van Gécamines was Calixte Mukasa, de oom van Katumba Mwanke, de onlangs overleden rechterhand van Kabila. De huidige ceo, Ahmed Kalej, was financieel raadgever van die zelfde Katumba. Mensen dus die dicht bij de president staan. De voorzitter van Gécamines, en medeverantwoordelijk voor het gesjoemel, is Albert Yuma, die in 2012 de Belgische decoratie van commandeur in de Leopoldsorde ontving.

Vorige maand raakte bekend dat Gécamines aan het onderhandelen was over de verkoop van zijn aandeel van 20 procent in KCC zonder dat de minister van Mijnbouw daar iets van afwist en zonder aanbesteding. Opnieuw zou Dan Gertler aan het langste eind trekken. Het bericht verwekte wat commotie, vooral in het buitenland, maar de vraag is of dat de verkoop tegen zal kunnen houden.

Betaalt de sector nu meer belastingen?

Elk jaar werken meer bedrijven mee aan het ITOI en die betalen ook meer belastingen. In 2010 verklaarden de grote mijnbedrijven dat ze 800 miljoen dollar aan belastingen hadden betaald. Professor Dumba: ‘Voor 2011 verwacht ik dat het anderhalf miljard dollar wordt. En 2012 moeten we de twee miljard kunnen halen.’

De totale belastingopbrengst van de mijnactiviteiten bedroeg in 2004 volgens het Internationaal Muntfonds niet meer dan 13 miljoen euro. De belastinginkomsten nemen dus toe maar het blijft zwaar onvoldoende, onderstreept Oscar Melhado van het IMF: ‘Die inkomsten blijven een zeer lage bijdrage als je ze vergelijkt met het gewicht van de sector in de economie.’ Op een totale overheidsbegroting van 4,6 miljard dollar in 2010 waren de 800 miljoen inkomsten maar goed voor zo’n 16 procent van het totaal, terwijl de mijnsector volgens de Centrale Bank bijna 39 procent van de totale economie uitmaakte. Jean-Marie Kabanga van de Katangese ngo-koepel POM zegt het zo: ‘We produceren nu meer koper dan in de hoogtijdagen van Gécamines, maar toen was Gécamines goed voor 70 procent van het staatsbudget.’

Het valt in elk geval op dat de meeste mijnbedrijven in handen zijn van houdstermaatschappijen die zich op fiscale paradijzen in de Caraïben bevinden. ‘Toch betalen we in Congo de belastingen die we moeten betalen’, stelt woordvoerder Charles Wathenpul van KCC, al kan hij ons niet duidelijk maken welke andere redenen dan fiscale KCC zou hebben om in zee te gaan met Caraïbische eilanden.

Om te verhelpen aan de lage opbrengsten, wordt momenteel gewerkt aan een nieuwe mijncode. ‘De vraag hoeveel belastingen worden gegeven, staat centraal in die discussies. Wij zijn tegen meer belastingen’, zegt een vertegenwoordiger van de mijnbedrijven.

Wat krijgt congo ervoor terug?

Veel Congolezen vinden dat de mijnindustrie, ondanks de vooruitgang, niet genoeg bijdraagt tot de Congolese samenleving. Ze vergelijken de nieuwe bedrijven voortdurend met het oude Gécamines. ‘We zijn allemaal kinderen van Gécamines’, zegt dokter Kapya Mukeya. ‘Wij hebben alles aan Gécamines te danken. Nu hebben we meer dan 300 mijnbedrijven, maar ze hebben geen woningen gebouwd, geen ziekenhuizen en scholen. De cholera in Lubumbashi neemt toe. De vorige jaren hadden we minder dan 2000 choleragevallen. Dit jaar zijn er nu al meer dan 11.000 en dat terwijl er elke dag meer vrachtwagens met koper uit ons land wegrijden. Dat is wraakroepend.’

Mensen willen dat bedrijven lokaal zelf hun sociale verantwoordelijkheid op zich nemen: niet alleen omdat ze het voorbeeld van Gécamines kennen, maar vooral omdat ze niet geloven dat de belastingen die de mijnbedrijven betalen hen ten goede zullen komen.

KCC en TFM wijzen op hun sociale programma’s. Het sociaal fonds van TFM is 2,5 miljoen euro per jaar. KCC claimt dat het in 2012 alleen al 8 miljoen euro besteedde aan gemeenschapsprojecten. Als we uitstappen in een van de dorpen die TFM heeft gebouwd, omdat de oorspronkelijke dorpen boven op de koperlagen bleken te liggen, blijken de inwoners niet erg tevreden. ‘Het is hier als een woestijn. We hebben geen elektriciteit en we zijn geen eigenaar van deze woning, we hebben enkel vruchtgebruik.’

Wat veel kwaad bloed zet, is dat er weinig echt lokale werkgelegenheid is. De meeste werknemers zijn geschoolde mensen uit de steden. Soms is er ook milieuhinder. De Luilurivier was erg vervuild de eerste jaren dat KCC begon te werken. Dat is nu verbeterd. De echt grote bedrijven zijn meer bekommerd om het milieu. TFM bouwde een gigantisch bassin waarin afvalwater wordt opgevangen eer het wordt hergebruikt.

Bij het Indiase mijnbedrijf Chemaf ligt dat anders. We lopen rond in de wijk Katcheba van Lubumbashi, gelegen rond de koperfabriek van Chemaf. Iedereen die we spreken – mannen, vrouwen, kinderen – bevestigt dat Chemaf haast elke nacht gassen uitstoot die mensen aan het hoesten maken en het slapen bemoeilijken. Op bepaalde plaatsen zien we dat de muren van woningen een soort wittige substantie uit de bodem opzuigen. Het grondwater is onbruikbaar geworden. Ongelooflijk dat zoiets jaren kan doorgaan. ‘Wat wil je? De baas van Chemaf zegt zelf dat hij de president in zijn zak stopt’, zeggen verschillende omwonenden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift