Wat vooraf ging aan de Colombiaanse vredesonderhandelingen

In het verleden zijn in Colombia al verschillende pogingen ondernomen om tot een vredesakkoord te komen. De laatste poging dateert uit het presidentschap van Andrés Pastrana (1998-2002). Hij wilde na de desastreuze, gewelddadige jaren negentig de drugseconomie onder controle krijgen en een klimaat creëren waarin serieuze vredesgesprekken met de guerrilla zouden kunnen plaatsvinden.

  • CC Globovision President Juan Manuel Santos wordt gedecoreerd door zijn voorganger Alvaro Uribe. CC Globovision

De centrale redenering van zijn beleid ging ervan uit dat drugsgeld de oorlogskas van gewapende groeperingen (zowel ter linker- als ter rechterzijde) spijst. Indien dit drugsgeld uit de markt zou worden gehaald, nemen de destructieve capaciteiten van deze groeperingen af, waardoor ook het geweld vermindert. Ter bestrijding van de drugseconomie bedacht de regering-Pastrana in 1998 aldus een uitgebalanceerde mix van sociale, economische en militaire componenten: Plan Colombia. Dat Plan werd één jaar later geënterd door de Verenigde Staten, die er een nagenoeg exclusieve militaire operatie van maakten.

Tegelijk kende Pastrana de Farc een gedemilitariseerde zone toe, waarin ze zich zou kunnen terugtrekken voor de duur van de vredesonderhandelingen. Zo kwam een gebied ter grootte van Zwitserland, gelegen in het centrale departement Caquetá, de facto onder het gezag van de guerrilla.

Analisten twijfelen er echter aan of de Farc destijds de ambitie had om tot een vredesakkoord te komen. Vanuit het comfort van hun zone ontpopte de organisatie zich tot spilfiguur in een geraffineerde kidnapindustrie en verwierf een aanzienlijk aandeel in de nationale drugsproductie. Daarnaast voerden ze een belangrijke militaire reorganisatie door. De hijacking van het vliegtuig en de daaropvolgende ontvoering van senator Jorge Géchem Turbay was voor Pastrana de druppel. In februari 2002 blaast hij de onderhandelingen af. De steden kreunden ondertussen onder het toenemende geweld van de guerrilla, het volk mort.

De democratische veiligheid van Alvaro Uribe

In dit klimaat werd hardliner Álvaro Uribe (2002-20010) verkozen. Onder zijn gespierde “beleid van de democratische veiligheid” verbeterde de algemene veiligheid in de steden aanzienlijk en kreeg de guerrilla mokerslagen te verwerken: verschillende Farc-leiders werden uitgeschakeld en het ledenaantal zakte dramatisch – tot zo’n 9000 strijders. Uribe verdubbelde het defensiebudget en een intense militaire samenwerking met de Verenigde Staten werd opgestart.

Dat brutale staatsterreur en een onversneden minachting voor mensenrechten het platteland in de tang hield, leek bijzaak voor zijn kiespubliek, voornamelijk bestaande uit stedelingen die na het geweld van achtereenvolgens het kartel en de FARC de buik vol hadden van autobommen en ontvoeringen. Een rapport van Human Rights Watch gewaagt van een beleid geplaagd door de controverses over standrechtelijke executies van boeren door het leger (het schandaal van de falsos positivos, dat losbrak in 2008, lees hierover bijvoorbeeld De verdwenen zonen van Soacha) en banden van verschillende Uribe-getrouwen met extreemrechtse paramilitaire organisaties. Deze milities, traditioneel verbonden met de Colombiaanse oligarchie, zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het geweld. Duizenden politieke activisten, vakbondsleden en andersdenkenden vonden onder zijn bewind de dood.

Een nieuw hoofdstuk

Santos houdt met zijn huidige poging de ervaringen van zijn voorgangers in het achterhoofd. Van toegeving op militaire gebied is geen sprake (begin december kwamen nog twintig guerrillero’s om in een aanval van het leger), en met zijn ambitie om voor de eerste maal in de geschiedenis tot de historische wortels van het conflict terug te keren lijkt hij te zweren bij een duurzame, onderhandelde oplossing.

Deze wortels zijn de Colombiaanse editie van het klassieke Latijns-Amerikaanse probleem van een extreem disproportionele landverdeling en een gapend schisma tussen rijk en arm. Op het menu in Havana staan vijf punten: landhervorming, de rechten van de slachtoffers, politieke integratie van de guerrilla, het einde van het gewapende conflict en het probleem van de nationale drugsproductie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur