Water is the limit

Minstens twee miljard mensen wonen in regio’s met waterstress. Ze hebben per jaar minder dan 1,7 miljoen liter water beschikking. MO* peilt naar de stand van het water in de wereld, zowel boven als onder de grond.

  • Francisco Martins In gebieden waar het oppervlaktewater niet meer volstaat om de dorst te lessen, zoekt men het water onder de grond. Grondwater is nu goed voor een kwart van het menselijk waterverbruik. Francisco Martins
  • Philippe Rekacewicz Waterstress-index: hoe donkerder, hoe problematischer. Philippe Rekacewicz

Water is overal op onze blauwe planeet. Het valt uit de lucht als neerslag, stroomt over de aarde in beekjes en machtige rivieren maar bevindt zich ook onder de grond in de mysterieuze grondwaterbekkens of aquifers. De menselijke honger naar water is zo groot dat we het overal gaan zoeken.

Tot de 20ste eeuw gebruikte de mens vooral oppervlaktewater. Sindsdien, en vooral sinds 1960, pompen we met almaar meer technische middelen water uit de ondergrond op. Volgens het World Water Development Report 2012 van de Verenigde Naties werd in 2010 wereldwijd 1000 km3 water opgepompt. 67 procent daarvan was bestemd voor irrigatie, 22 procent voor huishoudelijk gebruik en de overige elf procent voor industriële doelen.

De voorbije vijftig jaar is het gebruik van grondwater op zijn minst verdrievoudigd. Het stijgt nog elk jaar met een tot twee procent. Grondwater is nu goed voor een kwart van het menselijke waterverbruik, de helft van alle drinkwater en 43 procent van alle irrigatiewater.

1,7 miljoen liter per persoon

De explosie van grondwaterverbruik heeft de dorst van een almaar groeiende wereldbevolking niet echt gelest. Minstens twee miljard mensen wonen in regio’s met waterstress: jaarlijks is er minder dan 1700 m3 water beschikbaar per hoofd van de bevolking. 1,7 miljoen liter lijkt misschien veel maar om een mens te voeden, wassen en van energie en industriële producten te voorzien, is nu eenmaal veel water nodig.

Het beschikbare water van een land of regio is de som van de neerslag die er valt (daaronder ook het water dat de grond insijpelt) plus de helft van het water dat via rivieren de regio komt ingestroomd.

In Vlaanderen en Brussel heeft de gemiddelde inwoner per jaar 1480 m3 ter beschikking, een stuk minder dan het Europese gemiddelde. Daarmee behoren ze, samen met India, Pakistan, Ethiopië, Somalië, Polen, Zuid-Korea en Zuid-Afrika, tot de gebieden met waterstress (tussen 1700 en 1000 m3 water beschikbaar per hoofd). Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Kenia hebben zelfs minder dan 1000 m3 beschikbaar en lijden onder waterschaarste. In België zit het Scheldebekken op dat niveau. Kristine Walravens, professor hydrogeologie aan de Universiteit Gent: ‘Dit wordt Europees als een ernstig watertekort aanzien en heeft natuurlijk alles te maken met onze hoge bevolkingsdichtheid.’

De gemiddelde waterbeschikbaarheid in het Belgische Maasbekken is met bijna 10.000 m3 dan weer heel hoog. Die weelde dankt het bekken vooral aan de immense instroom vanuit Frankrijk.

Dat nationale gemiddelden niet alles zeggen, blijkt niet alleen in het kleine België maar ook op de wereldkaart van de waterstress. Regio’s die meer water verbruiken dan er jaarlijks bijkomt, bevinden zich ook in het westen van de VS, Iran, Centraal-Azië, het noordoosten van China en delen van Europa.


Waterstress-index: hoe donkerder, hoe problematischer. Bron: grida.no

Er is een belangrijk onderscheid tussen de fysieke beschikbaarheid van water en de reële toegang tot water. Dat is nergens duidelijker dan in Congo. Het land heeft veel water ter beschikking maar door een gebrek aan technische middelen en aangepaste instellingen heeft een groot deel van de bevolking toch geen toegang tot drinkwater. De VN noemen dat economische waterschaarste.

Steeds dieper onder de grond

De regio’s met de grootste waterstress zijn ook de plaatsen waar verhoudingsgewijze het meest grondwater wordt opgepompt. Logisch: als het oppervlaktewater niet volstaat om de dorst te lessen, zoekt men het onder de grond.


Het geschatte percentage van grondwater dat wordt opgepompt boven de natuurlijke aanvulling van de reserves (in 2000). Bron: Resources Future, Chatham House

In het noordoosten van China is jaarlijks gemiddeld slechts 500.000 liter (500 m3) water per persoon voorhanden. Dat is vergelijkbaar met de beschikbaarheid in Jordanië. Maar China moet wel veel meer monden voeden en industriële producten leveren aan de rest van de wereld. Op heel wat plaatsen is het grondwater er met tientallen meters gezakt. Een gebied ter grootte van zes maal België is met verzakking bedreigd.

De Indiase deelstaat Punjab, goed voor anderhalf procent van India’s oppervlakte, produceert liefst twaalf procent van ’s lands voedselgranen. Punjab was de deelstaat waar de Groene Revolutie –die steunt op hybride zaden, meststoffen en veel water– het meeste succes had. De productieboom had evenwel een keerzijde: in 2010 is liefst 79 procent van de grondwaterbekkens overgeëxploiteerd of in kritieke toestand.

Net over de grens, in de Pakistaanse Punjab, zijn de problemen even groot. In 2000 stonden er al meer dan een half miljoen waterpompen, die van de Punjab de graanschuur van het land maakten. Het merendeel van die pompen is niet geregistreerd, wat een waterbeleid erg bemoeilijkt. Hoe overleggen met honderdduizenden mensen die je niet kent?

In het zuidoosten van Spanje zetten de explosieve groei van de toeristische industrie en de groententeelt voor export zware druk op een regio die van nature eerder droog is. Dat geldt ook in Californië, waar een grote bevolking die graag zwembaden en groene grasvelden aanlegt, leeft in een relatief droog gebied.

Het Midden-Oosten gaat het verst in de uitputting van zijn grondwater. De erg droge maar rijke oliestaten aan de Golf probeerden de realiteit te ontkennen door gebruik te maken van zeer diepe grondwaterbekkens. Het gaat om zogenaamd fossiel water dat niet meer aangevuld wordt door neerslag en dus per definitie eindig is. Die aanpak was gedoemd om te mislukken. In 2008 gaf Saoedi-Arabië zijn dertig jaar oude beleid van grootschalige graanproductie op. Tussen 2005 en 2010 halveerde de graanproductie en tegen 2016 zou ze volledig kunnen stoppen.

Verbazend genoeg zijn er ook in het regenachtige Vlaanderen gebieden waar de grondwaterbekkens uitgeput worden. Professor Walravens: De zogenaamde Sokkel-aquifer (een aquifer is een ondergronds waterbassin, jvd) vertoont ter hoogte van Waregem een heuse “depressietrechter”. Om nog water te vinden, moet je al 200 meter diep gaan zoeken. Aalst heeft een kleinere depressietrechter.’

Grondwaterbekken = ondergrond gedrenkt in water

Grondwaterbekkens zijn geen ondergrondse plassen of rivieren, je kan ze beter omschrijven als volumes van ondergrond die min of meer gedrenkt is in water. Sommige types ondergrond kunnen veel water bevatten, andere weinig. Grondwaterbekkens stemmen doorgaans overeen met de waterscheidingsgebieden van rivieren. Het reliëf van harde gesteenten bepaalt in welke richting het water over de aarde stroomt. Een deel van dat aflopende water verdwijnt geleidelijk in de zachtere bodem, een ander deel stroomt bovengronds verder in beken en rivieren.

Ook onder de grond blijft dat water evenwel stromen, zij het aan een veel lagere snelheid dan in de rivieren: het sijpelt doorgaans langzaam naar beneden in de richting die de onderliggende harde lagen toelaten. De rivieren blijven de voornaamste afvoerkanalen van het grondwater: in het droge seizoen danken rivieren en beken hun stroming in grote mate aan het grondwater. Daardoor blijven ze stromen, ook als het al weken niet meer heeft geregend. Bronnen zijn plaatsen waar grondwater aan de oppervlakte opborrelt.

Bekijk hieronder de grondwaterbekkens in de wereld.

Legende: soorten grondwaterbassins en hun jaarlijkse aanvulling (mm/jaar)

Bron: WHYMAP

De vraag blijft groeien

Ondanks de toename in grondwaterverbruik blijft er dus waterstress. Reden is dat menselijke activiteiten steeds meer water vergen. In de toekomst zullen ze de druk op water alleen nog maar doen toenemen.

Bovenaan staan natuurlijk landbouw en voedselproductie. Globaal genomen gaat zeventig procent van alle water naar de landbouw. Dat aandeel is vooral hoog in ontwikkelingslanden. In de Minst Ontwikkelde Landen bedraagt het negentig procent, in India 83 procent. Het Oeso-gemiddelde bedraagt dan weer 44 procent.

Dat een groeiende wereldbevolking meer voedsel nodig heeft, is logisch. Maar omdat nu ook in de ontwikkelingslanden meer welgestelde mensen wonen, wordt ook daar almaar meer vlees gegeten. En dat vergt meer water. De productie van een kilo rijst vergt 3500 liter water; die van een kilo vlees minstens vier keer zoveel. Naar alle verwachting zal de vleesconsumptie in de opkomende landen nog sterk toenemen.

Ook energieproductie vergt water: koelwater voor thermische centrales, groeiwater voor biobrandstoffen en waterdebiet voor waterkrachtcentrales. Landen als China en India zullen hun elektriciteitsproductie de komende decennia wellicht vervijfvoudigen. De VN verwachten dat de energieproductie tegen 2050 elf procent meer water zal vergen.

In de rijke landen gaat meer dan veertig procent van het waterverbruik naar de industrie. Vermits nogal wat opkomende landen industrialiseren, mogen we ook daar meer industrieel waterverbruik verwachten. Ook het groeiende grondstoffenverbruik in de opkomende landen zet druk op water. Zo gebruikt de grootste koperproducent ter wereld, Chili, een miljoen ton water per dag voor de koperontginning. De regering verwacht er dat dat verbruik in 2020 met bijna de helft zal toegenomen zijn. Vermits een groot deel van de exploitatie in de woestijn gebeurt, moet steeds meer zeewater tot 4000 meter hoog worden gepompt, om het daar te ontzilten. Dat vergt immens veel energie –wat eens te meer de nauwe band tussen energie en water blootlegt.

Sinds enkele jaren woont de helft van de wereldbevolking in steden. Verstedelijking heeft een heel eigen impact op de waterhuishouding. Enerzijds leggen megasteden een zware druk op hun grondwaterbekkens. Bangkok (Thailand), Chennai (India), Manilla (de Filipijnen) en de Chinese steden Beijing, Shanghai, Tianjin en Xian krijgen te maken met dalende watertafels, aantasting van de waterkwaliteit en landverzakkingen. Mexico-Stad kende grondverzakkingen tot negen meter: het kondigde onlangs aan dat het water op meer dan twee kilometer diepte gaat aanboren.

Anderzijds vermindert de urbane watervervuiling ook de hoeveelheid beschikbaar water.

Dat alles maakt duidelijk dat de vraag naar water nog zal toenemen, terwijl de hoeveelheid water niet toeneemt. We mogen dus groeiende spanningen rond water verwachten: spanningen tussen sectoren, en spanningen tussen zij die meer en zij die minder water hebben.

Keuzes maken

In alle regio’s met waterstress dringen zich keuzes op. Eerst moet onderzocht hoeveel water duurzaam kan verbruikt worden. Vervolgens moeten keuzes gemaakt worden tussen landbouw, huishoudelijk gebruik, energie en industrie. Dat klinkt eenvoudiger dan het is aangezien het altijd gaat om mensen en hun belangen –soms zelfs hun overleven.

Ook handel maakt de situatie soms ondoorzichtig. Handel komt immers in veel gevallen neer op in- of uitvoer van water via het virtuele water dat in de verhandelde producten verwerkt zit. ‘Daarom ben ik tegen vrijhandel. Water moet voor mij deel uitmaken van de publieke economie’, zegt andersglobalist Riccardo Petrella, die graag de sociale en morele dimensie van watergebruik belicht.

Handel kan inderdaad op watergrenzen stoten. Een regio die veel meer water uitvoert dan invoert, kan zijn grondwatervoorraden uitputten. Grondwater is een buffer die regio’s beschermt tegen droogtes. Wie zijn buffer verliest, wordt kwetsbaar. Bovendien ontneemt de export van water –bijvoorbeeld via landbouwproducten– soms andere gebruikers hun water. Als Israël naar Europa fruit uitvoert, geteeld met water uit de grondwaterbekkens onder de bezette Westbank, dan is de keuze tussen handel, landbouw en huishoudelijk gebruik erg politiek. Wij consumeren dan water ten koste van de Palestijnen – die sowieso al veel minder water ter beschikking hebben dan de gemiddelde Israëli– en Israëlische boeren verdienen eraan. Keuzes inzake watergebruik hebben vaak ecologische, sociale en politieke gevolgen.

Op sommige plaatsen is het niet alleen een verdelingskwestie maar zit er niets anders op dan minder water te gaan gebruiken. China plafonneerde onlangs zijn waterverbruik: in 2015 mag het niet meer dan 635 miljard m3 water verbruiken. Ook Vlaanderen staat op sommige plekken voor die keuze, zegt professor Walravens: ‘Alleen als men in en rond Waregem driekwart minder water oppompt dan nu, kan het waterpeil er zich geleidelijk herstellen. Zo’n daling kan natuurlijk niet van vandaag op morgen maar ooit zal het wel moeten gebeuren. Het laat zich aanzien dat daar een zekere rantsoenering van water, in overleg met alle actoren, in de toekomst onvermijdelijk is.’

Lange tijd werd er een tegenstelling gezien tussen ecosystemen en ontwikkeling, tussen natuur en mens. Tegenwoordig dringt het besef door dat we niet buiten de ecosystemen kunnen en dat die allemaal op een of andere manier op water steunen. Het beleid moet verstandige keuzes maken tussen verschillende “diensten” die ecosystemen ons leveren. Overdadig water onttrekken aan ecosystemen gaat ten koste van andere diensten die ecosystemen leveren. Zo heeft het overdadig onttrekken van irrigatiewater aan de bovenstroom van de Mississipi de delta veel schade toegebracht en zijn vermogen om de mens te beschermen tegen orkanen sterk verminderd. De mens moet anders leren kijken naar water en zo ook naar zijn plaats in de natuur. Walravens: ‘Wij zijn gewoon een deel van de natuur.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur