We zullen nooit accepteren dat we Marokkanen zouden zijn’

De Saharanen wachten al 22 jaar op een referendum over hun onafhankelijkheid. Tot nu toe vreedzaam, maar hun geduld raakt op. Lennart Hofman ging voor MO* naar Laayoune, de hoofdstad van de Westelijke Sahara.

  • Andreas Stahl Geheime viering van de "Saharawi-cultuur" in Laayoune, Westelijke Sahara. Andreas Stahl
  • Andreas Stahl Geheime vergadering in Laayoune over verdwenen Saharawi's. In heel wat families zijn personen vermist: gearresteerd door de Marokkaanse politie of "verdwenen" na "illegale politieke activiteiten". Andreas Stahl

Hamza Al Filali, een 25-jarige Saharaanse activist, is boos: ‘De Marokkaanse overheid geeft ons twee keuzes: vreedzaam doorgaan en ons iedere dag in elkaar laten slaan, of de Marokkanen laten lijden zoals zij ons ook laten lijden.’ Wat hij zelf kiest? ‘Ik denk net als de jongeren. Ik wacht op de oorlog.’

Veel jonge Saharawi’s zijn gefrustreerd, arm en kansloos. Een uiterst explosieve mix. Als het conflict in de Westelijke Sahara niet snel wordt opgelost, waarschuwde VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon in april, bestaat de kans dat het geweld uit Mali overslaat naar de Saharaanse jeugd.

Kort na die waarschuwing kwam de VS met een voorstelresolutie om de VN vredesmissie MINURSO, die sinds 1991 toeziet op een staakt-het-vuren tussen Marokko en het Saharaanse Polisario Front, uit te breiden met een humanitair mandaat. Het voorstel haalde het bij lange na niet, maar het maakte de zorgen van enkele grote spelers van de internationale gemeenschap duidelijk: Marokko moet haast maken met een oplossing, voor het probleem in de Westelijke Sahara escaleert.

Tikkende tijdbom

Het conflict in de Westelijke Sahara is een vergeten conflict. De Saharanen, die sinds 1970 voor een onafhankelijke staat strijden, staan tegenover de Marokkaanse autoriteiten, die de regio als hun grondgebied beschouwen en sinds 1975 bezetten.

In 1991 maakten de VN een einde aan een bloedige oorlog tussen het Saharaanse Polisario Front en Marokko, en werd overeengekomen dat er een referendum zou komen waarin de Saharanen zelf konden beslissen over onafhankelijkheid. De Saharanen wachten hier tot de huidige dag op (zie kaderstuk). Een deel van hen woont in erbarmelijke omstandigheden in tentenkampen over de grens in Algerije, en een deel woont in gebied dat door Marokko wordt bezet. Een 1500 kilometer lange muur, bewaakt door 150.000 Marokkaanse soldaten, scheidt hen van elkaar.

Gewapende leden van het Polisario Front laten geregeld bij hun leiders doorschemeren dat ze het wachten zat zijn en de wapens weer op willen nemen. Tegelijk erkennen zelfs Saharanen dat jongeren uit de kampen af en toe hand- en spandiensten verlenen aan militante moslims en drugscriminelen in de regio. Ze maken zich openlijk zorgen dat jonge Saharanen radicaliseren.

Aan de andere kant van de muur ontwikkelt de strijd zich de afgelopen jaren in stilte. In 2005 werd een nieuwe opstand uitgeroepen, de Tweede Saharaanse Intifada. Er volgden demonstraties, talloze actiecomités zagen het licht, en in oktober 2010 werd een enorm tentenkamp opgericht: Gdeim Izek. Gdeim Izek werd hard uiteengeslagen door de Marokkaanse politie, er vielen aan beide kanten doden. Maar daarmee stond het conflict ook weer op de kaart. Internationale organisaties uitten hun zorgen over de harde ontmanteling van het kamp en er verschenen verschillende kritische rapporten over de mensenrechtensituatie in de regio. Niettemin verliezen steeds meer Saharanen hun vertrouwen in de internationale gemeenschap en het tot nu toe gepleegde vreedzame verzet.

Activiste Aminatou Haidar (47), in 2012 genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede en zelf jarenlang gemarteld in een geheime Marokkaanse gevangenis, maakt zich vooral zorgen om de jeugd.

‘Hoe moet je jongeren ertoe aansporen zich vreedzaam te blijven verzetten in een samenleving vol politie en militairen? Die staan voor hun scholen, lopen door de straten, pakken hen op en slaan hen in elkaar. Net zoals hun ouders overkomt. We kunnen niet wachten op een referendum als dit zo door blijft gaan.’

‘Wij hebben als activisten een dubbele missie’, vervolgt ze gelaten. ‘We vechten tegen de bezetting en tegen het geweld binnen de eigen gelederen. Maar onze mogelijkheden zijn beperkt. Hoewel we oproepen tot vreedzaam verzet is onze organisatie verboden omdat we ons met politiek bezighouden. Als we met jongeren praten kunnen we hen zelfs in gevaar brengen.’

‘Ik leg ze uit dat ze vreedzaam door moeten gaan en geduld moeten hebben, zoals anderen dat ook doen. Ze moeten de ervaringen van Ghandi, Martin Luther King en Mandela in hun hoofd houden. Dat moeten de symbolen zijn van deze generatie. Maar meestal luisteren ze niet. Ze zien de opstanden in andere delen van de wereld op televisie en internet en raken daardoor gemotiveerd. Ze zijn het wachten zat en willen oorlog.’

Waarom moeten de Saharanen zo lang wachten?

De Saharanen wachten al 22 jaar op het referendum over hun onafhankelijkheid. Waarom duurt dat eigenlijk zo lang?

Wie mag er stemmen?

Marokko stelt dat iedereen die in de Westelijke Sahara woont mag meestemmen bij het referendum. Omdat er sinds 1975 duizenden Marokkanen met belastingvoordelen naar de Westelijke Sahara zijn gelokt, vormen zij daar nu de meerderheid. Hun stem zal de doorslag geven. Marokko investeerde intussen ook miljarden euro’s in de regio en zegt nu: er is geen weg terug voor de Saharanen. Zij moeten accepteren dat ze onderdeel zijn van Marokko.

De meeste Saharanen zijn het hier hartgrondig mee oneens. Zij willen zelfbeschikking, inclusief betere toegang tot de natuurlijke rijkdommen van de regio. Ze vinden dat alleen Saharanen mogen meestemmen in het referendum, wat zou betekenen dat zij winnen.

Wat wil de wereld?

Wanneer de Saharanen hun zin krijgen, ontstaat er een zwakke staat dicht bij Europa. Het is onduidelijk hoe goed de Saharaanse leiding is georganiseerd en of zij in staat is de poreuze grenzen van een van de dunst bevolkte gebieden ter wereld te verdedigen (naar schatting een half miljoen mensen voor een oppervlakte van 266.000 km2, negenmaal België). De internationale gemeenschap wil vooral rust in de regio. Maar geen van beide partijen lijkt die te kunnen bieden.

De voorkeur lijkt uit te gaan naar Marokko, een functionerende staat met een modern leger. Maar de Marokkaanse claim erkennen gaat in tegen het internationale recht. Dat doet dan ook niet één land. Daarentegen steunen 82 staten en verschillende internationale organisaties, waaronder de VN, de EU en de Afrikaanse Unie, het recht op zelfbeschikking van de Saharanen.

Mensenrechten en terrorisme

Marokko schendt geregeld de mensenrechten om het Saharaanse verzet de kop in te drukken. MINURSO, de enige vredesmissie ter wereld zonder humanitair mandaat, moet hier lijdzaam op toekijken. Er verschijnen ook geregeld rapporten waaruit blijkt dat de Saharanen in de Westelijke Sahara worden gemarginaliseerd en gediscrimineerd ten opzichte van Marokkanen.

En de grondstoffen dan?

Marokko beschouwt het voorstel van de VS om de VN vredesmissie MINURSO uit te breiden met een humanitair mandaat als een stap vooruit voor de Saharanen. Daarmee komt een tweede stap dichterbij: zeggenschap over de grondstoffen in de regio. En vervolgens hun uiteindelijke doel: onafhankelijkheid. Wanneer dit werkelijkheid wordt, verliest Marokko niet alleen veel geld, het betekent ook een flinke inperking van zijn macht in de regio. De Westelijke Sahara beslaat een derde van zijn grondgebied en is rijk aan fosfaat, vis en mogelijk olie. Voorts beschouwen de Marokkanen de Saharanen als een verlengstuk van aartsrivaal Algerije. Wanneer de Saharanen krijgen wat ze willen, vrezen ze dat Algerije via de Saharanen de scepter zal zwaaien over de regio.

‘Je moet slachtoffer zijn’

In een woonkamer in Laayoune zijn vijf leden van de verboden mediagroep Equipe Media Sahara druk bezig met het uploaden van nieuw beeldmateriaal over een uiteengeslagen demonstratie. Het gebruik van geweld is het gesprek van de dag onder de jonge activisten.

‘Wat met geweld wordt afgenomen, moet je met geweld terugnemen’, vindt Sabbar Bani (37). ‘We maken iedere dag mee hoe we worden gemarginaliseerd en gediscrimineerd. Ze vallen onze huizen binnen, slaan onze vrouwen en pakken ons op. De enige oplossing is de gewapende strijd. Daar zijn de jongeren het over eens.’

De meeste jongens om hem heen schudden echter afkeurend hun hoofd. Sommigen hebben hun vader verloren in de oorlog, van een ander zit de broer in de gevangenis en weer een ander mist een oom. Maar ze zien vooral de nadelen van het gebruik van geweld.

Abdati Podach (39): ‘Het Polisario kan de gewapende strijd terugbrengen naar de steden, maar begrijpt dat dat tegen de Saharanen zal worden gebuikt. Marokko zal ons terroristen noemen en de internationale gemeenschap zal ons in de steek laten. Dan is al het werk van de mensen voor ons voor niets geweest. Ik zeg daarom tegen de jongeren: gooi geen stenen. Je moet slachtoffer zijn. Dat is in ons voordeel. We moeten vreedzaam doorgaan, ook al weten we dat alle slachtoffers aan onze kant vallen.’

Mayara Mohamed (38) knikt instemmend: ‘Ik denk dat als we vreedzaam doorgaan een oplossing dichterbij komt. Sinds 2005, toen de opstand begon, is er internet en telefoon en raakten de ontwikkelingen in een stroomversnelling. In 2010 bereikten we een historisch moment: het tentenkamp Gdeim Izek. Want van 1975 tot toen hadden we moeten wachten om aan de wereld te laten zien dat we bestonden. Dit verzet ontwikkelt zich. We moeten geduldig blijven. Want we hebben het gelijk aan onze kant.’

‘Ik denk dat de internationale gemeenschap Marokko op een dag zal dwingen om het conflict op te lossen. Ze ziet het gevaar van terrorisme in de buurlanden, en maakt zich zorgen over drugshandel, armoede en frustratie. Ze wil niet dat dit zich verspreidt over de regio. Daarmee komt ons probleem ook weer op haar agenda te staan.’

Ziek van het geweld

Hamza Al Filali richtte in 2011 met dertig andere jongeren de groep Refusing Moroccan Identity op. Het logo van de groep is een gebalde zwarte vuist.

‘Een universeel symbool van verzet’, legt hij uit. ‘Wij zijn niet de enigen die strijden voor onafhankelijkheid. Dat deden de Basken en de Palestijnen ook. Ze gebruikten geweld, maar dat is in mijn ogen gerechtvaardigd, want het zijn vrijheidsstrijders.’

Als protest gooide Hamza in 2011 samen met een groep vrienden zijn paspoort weg. ‘Daarmee lieten we zien dat we geen Marokkanen zijn, maar Saharanen. We hebben onze eigen staat en onze eigen overheid. Hoewel ze niet hier zijn, maar in de kampen over de grens, zijn zij onze leiders. We zullen nooit accepteren dat we Marokkanen zouden zijn.’

Na de actie viel de politie de groep iedere dag aan. Op demonstraties, maar ook in de parkeergarage waar de leden van de groep elkaar ontmoeten. ‘Ik kan het aantal keren dat ze ons aanvielen niet meer tellen’, zegt Hamza somber. Tien van de dertig leden werden zo bang dat ze ermee ophielden, twee leden uit de zustergroep in de stad Guelmim belandden in de gevangenis.

‘Dat ze ons alleen maar slaan en oppakken is misschien wel erger dan dat ze ons vermoorden’, zegt hij boos. ‘Als ze je vermoorden, is dat maar één kogel, dan ben je dood. Door te slaan proberen ze je waardigheid af te nemen en maken ze je moe.’

Hij somt op: ‘Al mijn vrienden hebben littekens, mensen zijn ziek van het geweld, en we leven altijd in angst. De politie brak mijn pols in Gdeim Izek. Ik verloor veel bloed en hij is nog steeds krom. Maar ik beschouw dat als een aandenken, zodat ik die dag nooit zal vergeten. Het was een grote slag tegen Marokko. Hoewel ik oorlog wil, blijf ik wachten op het besluit van Polisario. Zij zijn onze leiders en zullen ons de onafhankelijkheid brengen. En ik voel dat die dag steeds dichterbij komt.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift