Wederopbouw in Haïti gaat moeizaam

 De wederopbouw in Haïti na de aardbeving van januari 2010, waarbij meer dan 200.000 mensen omkwamen en zo’n 1,5 miljoen Haïtianen ontheemd raakten, verloopt moeizaam. De door internationale donors verstrekte financiële steun blijft achter bij de beloofde bedragen en onenigheid in de nieuwe regering hindert de voortgang.

“Met alle puin dat hier nog op straat ligt, kunnen achtduizend Olympische zwembaden gevuld worden”, staat in een recente studie van het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP). Het meeste puin ligt in de hoofdstad Port-au-Prince. Het verhindert dat mensen terug naar huis kunnen, hun leven weer oppakken en ervoor zorgen dat het herstelproces echt voet aan de grond krijgt in de Haïtiaanse hoofdstad.  

De kosten voor de wederopbouw van Haïti zijn geschat op 11,5 miljard dollar (bijna 9 miljard euro) en de organisaties die in het land werken “hebben voortdurend steun nodig”, schrijft het UNDP.

Tsunami

In maart 2010 beloofden VN-lidstaten meer dan 9 miljard dollar (6,2 miljard euro) voor de wederopbouw van Haïti, inclusief 5,3 miljard (3,7 miljard euro) voor de periode 2010/2011.

Tot op heden ontving het Haïtiaanse Reconstructiefonds 335 miljoen dollar (232 miljoen euro). Van dat geld werd 237 miljoen dollar (164 miljoen euro) geïnvesteerd in veertien bouwprojecten, blijkt uit het eerste jaarlijkse rapport van het fonds dat op 22 juli verscheen.

Het Reconstructiefonds (HRF), dat in juni 2010 werd opgericht door de Haïtiaanse regering, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, de Verenigde Naties, de Wereldbank en donorlanden, heeft daarmee 71 procent van het door de donoren overgemaakte geld gebruikt.

Josef Leitmann, manager van het HRF, zegt in een reactie dat realisme geboden is. “Onder de huidige, uitzonderlijk moeilijke omstandigheden, kost wederopbouw tijd.”

Hij verwijst naar de moeilijkheden bij de wederopbouw in Aceh in Indonesië, een van de zwaarst getroffen gebieden van de aardbeving en daaropvolgende tsunami in de Indische Oceaan in 2004. Het herstel ging daar langzaam, net als in de Verenigde Staten na de orkaan Katrina in 2005. En die landen hadden, anders dan Haïti, een goedfunctionerende centrale regering.

“De aardbeving van 2010 heeft de bestaande problemen in Haïti verergerd: zwakke regeringscapaciteit en gebrek aan economische en fysieke infrastructuur en diensten”, zegt Leitmann.

Door de menselijke, economische en institutionele schade zal wederopbouw een langdurig proces zijn, benadrukt hij. “Tegelijkertijd hebben we op belangrijke terreinen vooruitgang geboekt: huisvesting, puin ruimen en onderwijs.

Tentenkampen

Minstens 600.000 Haïtianen leven nog in tentenkampen en meer dan 5500 mensen overleden aan de cholera-epidemie die vorig jaar oktober uitbrak.

De reconstructie-inspanningen op Haïti worden niet alleen geleid door donoren uit rijke en arme landen, maar ook door internationale organisaties zoals de Verenigde Naties, de Wereldbank, de Europese Unie, de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en IBSA, de coalitie van drie opkomende ontwikkelingslanden: India, Brazilië en Zuid-Afrika.  

Ambassadeur Hardeep Singh Puri van India, een actief lid van IBSA, zegt dat zijn land een “bescheiden bijdrage ” van 5 miljoen dollar (3,5 miljoen euro) heeft geleverd, direct na de aardbeving. Vlak daarna volgde 500.000 dollar  (345.000 euro) van het Centrale Noodfonds van de Verenigde Naties (CERF).

“We hebben ook beloofd een van de ministeries te herbouwen, als de regering van Haïti aangeeft welk ministerie”, zegt hij.

Daarnaast wil IBSA wil zijn afvalbeheerproject uitbreiden door in andere behoeften te voorzien, zoals onderdak, drinkwater en sanitaire voorzieningen.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift