'Weeshuizen Nepal doen meer kwaad dan goed'

Nederlandse stichtingen die kindertehuizen of scholen bouwen in Nepal zijn een gemiste kans, omdat ze afhankelijk blijven van buitenlands geld en niet bijdragen aan de verzelfstandiging van het land.
Dat schrijven Susan van Klaveren en Wilko Verbakel van de Nederlandse ngo ICFON in een opiniebijdrage op MO.be. De stichting adviseert, financiert en controleert ontwikkelingshulpprojecten die door Nepalese samenwerkingspartners worden uitgevoerd.
Nepal is een van de armste landen van de wereld en het aantal straatkinderen is de afgelopen jaren flink gestegen. ‘Buitenlanders willen vaak iets voor deze “wezen” doen en richten samen met hulpvaardige Nepalezen een kindertehuis op’, schrijven Van Klaveren en Verbakel. Begin dit jaar waren er in Nepal 1065 kindertehuizen.
Van de duizenden opgevangen kinderen is echter een klein deel daadwerkelijk wees. Het is dan ook de vraag of er meer tehuizen komen omdat er meer straatkinderen zijn, of dat er wellicht sprake is van een omgekeerd proces. Voor ouders is het plezierig dat kinderen in een tehuis betere voeding en onderwijs krijgen dan zij zelf ooit kunnen bieden.

Nederlandse stichtingen


Als van de vijftig Nederlandse stichtingen er veertig een kindertehuis of school opzetten, dan hebben die een investering gedaan van naar schatting drie à vier miljoen euro. Bovendien moeten ze jaarlijks meer dan een half miljoen ophalen aan variabele kosten.
Al dat geld moet in Nederland worden opgehaald en gaat meestal ten koste van donaties aan projecten die gericht zijn op structurele armoedebestrijding, ofwel projecten die eraan bijdragen dat ouders zelf voor hun kinderen kunnen zorgen. Een gemiste kans, want tehuizen blijven altijd afhankelijk van buitenlandse gelden en dragen niet bij aan de verzelfstandiging van het land.

Eigenbelang


Vaak is het zo dat Nepalezen die er bij westerlingen op aandringen een weeshuis te beginnen, dat doen uit eigenbelang. Er is een enorme werkeloosheid in Nepal en het opzetten van een weeshuis betekent een goede en vaste bron van inkomsten.
In plaats van te investeren in het lokale onderwijs, plaatsen stichtingen de kinderen in een hostel, ver weg van hun dorp. En dat terwijl het vele malen goedkoper en doeltreffender is een extra docent te betalen en een toelage aan docenten die daadwerkelijk dagelijks lesgeven. Als er lokaal geïnvesteerd wordt, kunnen tientallen kinderen profiteren van misschien 800 euro per jaar, terwijl voor datzelfde geld maar twee kinderen in een hostel kunnen verblijven.
‘De beste projecten zijn gericht op de oorzaken van de problemen, ofwel het bestrijden van armoede. Als je alleen maar school voor de kinderen biedt, moet de familie nog steeds honger lijden. Alleen zelfredzaamheid kan de cirkel van armoede doorbreken’, besluit ICFON.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2751   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift