Weids, uitputtend, opwindend, intriest

Het mooiste MO*ment van John Vandaele

Het was een uitputtende tocht. Te voet door het Oost-Congolese oerwoud. Berg op, berg af, rivier in, rivier uit, altijd door het overvloedige groen – op zoek naar de achterban van de FDLR. Die Forces Démocratiques pour la Libéralisation du Rwanda (FDLR) zijn een militie die groeide uit de twee miljoen mensen die na de genocide in Rwanda in 1994 naar Congo vluchtten.

Honderd nummers MO*. Dat betekent ook dat de redactie tien jaar reportages, dossiers, interviews, nieuwsberichten, ontmoetingen, ontdekkingen en andere ervaringen achter de rug heeft. De redacteurs van MO* selecteerden uit hun onmetelijke archief één onvergetelijk moment..

Aanvankelijk bestonden de FDLR vooral uit leiders van de genocide, maar naarmate de jaren verstreken, stierven die een al dan niet gewelddadige dood en werden nieuwe troepen gerekruteerd uit de Rwandese vluchtelingen die zich nog altijd schuilhielden in Oost-Congo. Een onbepaald aantal duizenden mannen, vrouwen en kinderen, velen nog kind of ongeboren in 1994, maar wel een van de bronnen van de eindeloze oorlog in Oost-Congo.

Begin 2010 gingen we kijken hoe die het maakten. We reden met Artsen Zonder Grenzen naar door de FDLR gecontroleerd gebied. Daar ontmoeten we FDLR-majoor Régis Pilot in een wereld zonder motoren en met amper stroom. Hij liet ons weten naar welke vluchtelingen we konden gaan; ze kozen een kleine groep. Een dag later vertrokken mijn medewerker Chrispin Mvano en ik samen met twee FDLR-soldaten en een verkenner die het bos als zijn broekzak kende. De soldaten namen al ons gewicht over, sleepten een zwaar geweer mee en moesten dan nog vaak op ons wachten.

Na uren stappen kwamen we in Bitengo, een heuvel waar we zes, zeven schamele hutten troffen en mensen met trieste ogen. Angstig levend in het woud. Gevlucht voor een zoveelste actie van het Rwandese leger (Kimia 1 en 2). Ze hadden het gevoel dat dit leger hen zo zou afslachten. Ze hadden daar reden toe, want dat was al meer gebeurd. Een van hen was er zijn been bij ingeschoten. Een andere zat met een onmenselijk gezwollen been: in een wereld zonder dokters kan de minste wonde slecht aflopen. AzG vertelde ons dat het leger hen niet toestond FDLR-kinderen te vaccineren. Un génocide peut en cacher un autre. Leed bestaat niet als het niet wordt gezien.

Ik raakte die avond amper terug. Ik kroop de laatste berg haast op handen en voeten op. Mijn brandstof was op. Toen ik boven kwam, snakte ik naar frisdrank. Een paar dagen later stapten we het FDLR-gebied uit door een chaotische overgangszone: tussen plukjes mensen, met have en goed wegtrekkend voor niet nader bepaald geweld, warrige bandieten op de vlucht, een paar minuten later gevolgd door een hollende troep soldaten met zwaar schiettuig in de hand… Wie was hier de baas? Wie was te vertrouwen? Dat was onduidelijk. We overnachtten in het lege gezondheidscentrum van Kibati. Achteraf beseften we dat welke militie dan ook ons die nacht had kunnen overvallen: hier was niemand echt de baas. ’s Anderendaags kwam de VN-vredesmacht MONUC ons oppikken: ze vroegen zich af waar we zo lang gebleven waren. Wij konden weg uit die chaos. De locals bleven achter.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur