Wereldbank en VN willen kleptocraten aanpakken

De Verenigde Naties en de Wereldbank hebben gisteren (maandag) plannen gelanceerd om geld dat corrupte leiders stelen, terug te vorderen. Dat geld willen ze besteden aan gezondheidszorg en ontwikkeling.
“Het moet vanaf nu moeilijker worden voor kleptocraten om het geld van de mensen te stelen en makkelijker voor de mensen om hun geld terug te krijgen” zegt Antonio Maria Costa, directeur van het VN-Bureau voor Drugs- en Misdaadbestrijding (UNODC), de organisatie die het initiatief leidt.
Volgens het rapport dat werd gepubliceerd ter gelegenheid van de lancering van het Stolen Asset Recovery Initiative, worden ontwikkelingslanden door middel van smokkel, corruptie en belastingontduiking voor ongeveer 1 tot 1,6 biljoen dollar per jaar opgelicht. Door zelfs maar een gedeelte van het gestolen geld terug te krijgen zouden sociale programma’s kunnen worden opgezet en de aanbouw van infrastructuur worden gefinancierd.
“Iedere teruggekregen 100 miljoen dollar zou kunnen worden gebruikt voor het vaccineren van vier miljoen kinderen, 250.000 huishoudens van water voorzien, of 600.000 mensen met HIV/Aids een behandeling kunnen bieden,” aldus het rapport.
Het initiatief probeert ook om diefstal te voorkomen door ontwikkelingslanden te helpen hun regeringen verantwoording te laten afleggen. Daarnaast wil het er bij de rijke landen op aan dringen geen veilige havens meer te bieden voor het illegaal verkregen geld. Het roept landen op om het VN-Conventie tegen Corruptie te ondertekenen, een overeenkomst uit 2003 die regeringen verplicht om allerlei vormen van omkoperij tegen te gaan. Van de G8-landen, de rijke industrielanden, moeten Canada, Duitsland, Italië en Japan nog tekenen.
De helft van de dertig vrijemarktdemocratiën in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft de verklaring ondertekend, net als dertien van de 54 jurisdicties die door het Internationaal Monetair Fonds erkend zijn als zogenaamde ‘offshore financial centres’. Hierbij horen ook de onder de Britse kroon vallende eilanden Guernsey en het eiland Man; Bermuda en de Bahama’s; Europese staten als Liechtenstein en Monaco; Pacifische eilandstaten als Samoa en Vanuatu; en delen van of gehele landen als Djibouti, Maleisië, Panama en de Verenigde Staten.
Zoals met vele internationale verdragen heeft de Conventie tegen Corruptie weinig prioriteit van regeringen gekregen. Financiële bedrijven en bestuurders hebben hun zorgen uitgesproken over spanningen tussen voorwaarden uit het verdrag en nationale normen en wetten.
Pogingen om schoon schip te maken zijn ook gefrustreerd door schandalen rondom fraude en nepotisme bij de Wereld Bank en de Verenigde Naties.
Daarnaast zal het initiatief financiële centra introduceren in wetgeving die als doel heeft witwassen op te sporen en te ontmoedigen en de capaciteit van financiële opsporingsdiensten te vergroten om de wereldwijde samenwerking te verbeteren.
Ontwikkelingslanden zullen ook om hulp kunnen vragen bij gerechtelijke vervolgingen. Naast advies aan landen die onvoldoende capaciteiten hebben om het gestolen geld terug te claimen, worden er ook leningen en fondsen beschikbaar gesteld.
Het initiatief is ook bedoeld om toezicht te houden op het gebruik van de teruggekregen gelden, zodat die voor ontwikkelingsdoeleinden zullen worden gebruikt. “Er zullen strenge richtlijnen moeten komen om er zeker van te zijn dat het geld niet opnieuw gestolen wordt door een nieuwe generatie leiders,” zegt Costa, baas van het UNODC. “Dat betekent dat er toezicht zal worden gehouden op de teruggekregen fondsen door middel van afspraken over het gewenste gebruik en verslaglegging van de uitgaven.”
Er zijn behoorlijke bedragen mee gemoeid: vertegenwoordigers in ontwikkelingslanden en landen van de voormalige Sovjet-Unie staken jaarlijks minstens 20 tot 40 miljard dollar in hun zak, ongeveer 20 tot 40 procent van het gehele bedrag dat aaan ontwikkelingshulp werd besteed, meldt het rapport.
De anticorruptie-organisatie Transparency International schat in dat Soeharto, die in 1998 werd gedwongen om af te treden als president van Indonesië, 15 tot 35 biljoen dollar heeft verduisterd. Overleden leiders Ferdinand Marcos van de Filipijnen, Mobutu Sese Seko van voormalig Zaïre en Sani Abacha van Nigeria hebben elk ongeveer 5 miljard dollar in hun zak gestoken.
Volgens de Afrikaanse Unie verliest Afrika ieder jaar 148 miljard dollar aan corruptie, wat gelijk staat aan 25 procent van de economische opbrengsten.
VN-vertegenwoordigers hebben gemeld dat corrupte leiders in de jaren negentig in Nigeria 5,5 miljard dollar hebben verduisterd en in Kenia 3 miljard.
Het terugvinden van het gestolen geld kan echter veel tijd gaan kosten: zo duurde het op de Filipijnen achttien jaar voordat de 624 miljoen dollar die Marcos op zijn geheime bankrekening in Zwitserland had gezet, terug was.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift