Wereldbank laakt beleid Sharon

Het aantal arme Palestijnen is verdrievoudigd sinds het begin van de tweede intifada in september 2000. Het Palestijnse Bruto Binnenlands Product (bbp) lag in 2002 veertig procent lager dan in 2000. Zonder de weerbaarheid van de bevolking was de Palestijnse economie al lang heleaal in elkaar geklapt. Dat blijkt uit een rapport van de Wereldbank, dat woensdag werd voorgesteld in Jeruzalem en Washington, en niet mals is voor de veiligheidspolitiek van de Israëlische premier, Ariël Sharon.




Het rapport, “Twee jaar intifada, blokkades en economische crisis in Palestina”, toont voor het eerst het verband aan tussen de onwrikbare houding van de Israëlische regering tegenover de Palestijnen en de spectaculaire neergang van de Palestijnse economie.

In september 2000, aan de vooravond van de tweede Palestijnse opstand, telde de Wereldbank 637.000 armen in de Palestijnse gebieden. Hun aantal is vandaag opgelopen tot twee miljoen, goed voor bijna de helft van de totale Palestijnse bevolking.

De Palestijnse armen worden ook almaar armer. In 1998 konden ze nog gemiddeld 1,45 euro per dag besteden. Vandaag is dat nog 1,3 euro. Op de totale bevolking gemeten in Gaza en op de westelijke Jordaanoever, is het gemiddelde inkomen teruggevallen tot de helft. De werkloosheidsgraad beloopt er 53 procent. In Gaza heeft de graad van ernstige ondervoeding het niveau bereikt van de ontwikkelingslanden uit Zwart Afrika. Met 13,3 procent zit Gaza tussen Congo (13,9 procent) en Zimbabwe (13 procent).

De Wereldbank toont zich ook bezorgd om de Palestijnse jongeren, die te lijden hebben onder kwaliteitsverlies in het onderwijs en in de gezondheidszorg. Het rapport is niet mals voor de blokkadepolitiek die werkloosheid in de hand werkt en van mensen met een gemiddeld inkomen steuntrekkers heeft gemaakt.

Het Bruto Binnenlands Product (bbp) van Palestina heeft op twee jaar tijd een duik met veertig procent genomen. De verdubbeling van de buitenlandse hulp aan Palestina kon die trend niet doen keren. De permanente oorlogsdreiging in en om de Palestijnse steden en dorpen, heeft de investeringen met een factor tien doen slinken. In 1999 werd nog voor goed anderhalf miljard euro geïnvesteerd, in 2002 viel dat bedrag terug tot 140 miljoen euro.

De auteurs van het rapport laken het beleid van de Israëlische premier, Ariël Sharon, die ten aanzien van de Palestijnse terreurdaden een politiek van collectieve vergelding voert. “De combinatie van militair wapengekletter met de blokkade van Palestijnse dorpen en steden maakt een heropleving van de Palestijnse economie onmogelijk”, zegt de Wereldbank.

De Palestijnen krijgen van de Wereldbank een hart onder de riem. “Ondanks de harde leefomstandigheden tonen zij een grote weerbaarheid. Het is die weerbaarheid die Palestina behoedt voor de totale economische crisis. Families helpen elkaar, een systeem van lenen en ruilen houdt de economie draaiend.” De Wereldbank prijst ook de Palestijnse autoriteit, die met 125.000 mensen op de loonlijst een belangrijke motor is van de Palestijnse economie.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift