Wereldbank pleit voor meer invest eringen in infrastructuur

De Wereldbank heeft de internationale
gemeenschap dinsdag opgeroepen snel meer geld vrij te maken voor
investeringen in de infrastructuur in ontwikkelingslanden. 1,2 miljard
mensen hebben daar nog geen toegang tot drinkbaar water en bijna 2,5 miljard
mensen beschikken niet over sanitaire voorzieningen en kunnen geen gebruik
maken van stroom en moderne brandstoffen. In veel arme landen voldoet ook
het wegennet niet. De Wereldbank vindt dat het geld voor die hoogdringende
infrastructuurwerken moet komen uit een verdubbeling van de budgetten voor
ontwikkelingssamenwerking en een grotere inbreng van de privé-sector.


Volgens Wereldbankbaas James Wolfensohn zijn de infrastructuurnoden in de
arme landen enorm, zowel in de steden als op het platteland. Niets doen remt
de ontwikkeling van die landen af en veroorzaakt veel menselijk leed. Mensen
die geen toegang hebben tot drinkbaar water zijn bijvoorbeeld veel
kwetsbaarder voor allerlei besmettelijke ziekten. In dorpen waar geen stroom
is, veroorzaken houtvuurtjes en kerosinelampen ademhalingsproblemen en gaat
in de donkere avondstonden veel waardevolle tijd verloren die mensen zouden
kunnen gebruiken voor huisarbeid of om bij te studeren.

Het ergst zijn de echt infrastructuurarme landen en gebieden er aan toe.
Volgens de Wereldbank moeten wereldwijd 900 miljoen plattelandbewoners het
stellen zonder betrouwbare wegen die in alle seizoenen berijdbaar zijn. In
de regentijd raken die mensen afgesneden van regionale markten, scholen en
ziekenhuizen.

In Afrika bezuiden de Sahara is de nood het hoogst. Minder dan acht procent
van de bevolking heeft er stroom in huis, en in sommige landen leeft meer
dan driekwart van de bevolking verder dan twee kilometer verwijderd van een
weg die het hele jaar door bruikbaar is. Voor de vrouwen, die in veel landen
een groot deel van het zware werk opknappen, komt het gebrek aan wegen en
transportmiddelen neer op een dagelijkse inspanning die vergelijkbaar is
met het versjouwen van een last van 20 kilogram over een afstand van 1,4
tot 5,3 kilometer, zo rekenen de statistici van de Wereldbank voor. Dat
maakt dat vrouwen naast hun werk nauwelijks nog tijd hebben om bijvoorbeeld
politiek actief te worden.

In het veel rijkere Latijns-Amerika hebben nog altijd 125 miljoen mensen
geen toegang tot veilig water; 200 miljoen Latino’s hebben geen sanitair en
zowat 70 miljoen mensen hebben geen elektriciteit in huis of toegang tot
moderne energiebronnen als aardolie en gas.

De komende jaren zullen de infrastructuurnoden in de ontwikkelingslanden nog
sterk toenemen als gevolg van de bevolkingsgroei. De snelle verstedelijking
in die landen maakt de problemen niet beter beheersbaar. Ook in de
sloppenwijken in de grote steden moeten verrassend veel mensen het stellen
zonder de meeste zegeningen van de moderne infrastructuur.

De Wereldbank breekt een lans voor meer en betere
infrastructuurinvesteringen door de privé-sector, maar ook voor een
verdubbeling van de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking in de
donorlanden. Dat laatste thema komt aan bod op de VN-conferentie over de
Financiering van Ontwikkeling die in maart in het Mexicaanse Monterrey
plaatsvindt. Maar de rijke landen hebben er wel al voor gezorgd dat er in de
verklaring die daar zal worden ondertekend, niets te vinden is dat hen er op
enige manier toe zou kunnen verplichten tegen een vastgesteld tijdstip meer
geld uit te geven aan ontwikkelingshulp.

De Wereldbank, traditioneel één van de grootste investeerders in
infrastructuurprojecten in de ontwikkelingslanden, loopt overigens ook zelf
het gevaar in de toekomst minder geld ter beschikking te hebben voor
dergelijke initiatieven. De financiering van het International Development
Agency (IDA), de afdeling van de Wereldbank die zachte leningen verstrekt
aan ontwikkelingslanden, zou in het gedrang kunnen komen nu de VS als
belangrijkste aandeelhouder van de Wereldbank heeft aangekondigd minder op
leningen en meer op giften te willen zetten bij de toekomstige
ontwikkelingssamenwerking.

De oproep van de Wereldbank om meer te investeren in infrastructuur gaat in
tegen de conclusies van een recent verschenen evaluatierapport over de
Belgische ontwikkelingssamenwerking. Volgens dat rapport steekt België te
veel geld in materiële infrastructuur en besteedt het te weinig aandacht aan
scholing en alfabetisering. Waar mensen niet geholpen worden zelfredzaam te
zijn, hebben infrastructuurwerken weinig zin, beweert de onafhankelijke
evaluator Etienne De Belder.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift