Wereldbank zoekt geldschieters voor actieplan lager onderwijs

WASHINGTON, 14 juni (IPS) - De Wereldbank heeft een nieuw plan klaar om meer kinderen uit de ontwikkelingslanden lager onderwijs te doen volgen. Gratis is het plan niet: de rijke landen dienen de komende tien jaar met 3 miljard dollar extra per jaar over de brug te komen. Van de ontwikkelingslanden die van het initiatief willen profiteren, worden een aantal toegevingen verwacht.



Het ‘Education For All Fast Track’-plan moet ervoor zorgen dat alle jongens en meisjes in 23 ontwikkelingslanden tegen 2015 lager onderwijs volgen. Die landen moeten wel minstens 1.4 procent van hun BBP aan lager onderwijs gaan besteden, en maatregelen uitwerken ter verbetering van kwaliteit en efficiëntie van hun schoolsystemen. Ze moeten ook een strategie voor armoedebestrijding ontwikkelen.

Voor de financiering van het plan rekent de Wereldbank in de eerste plaats op de G-8, de groep van de acht grote geïndustrialiseerde landen. Dat verklaarde de voorzitter van de Wereldbank James Wolfensohn woensdag op een persconferentie.
Volgens Wolfensohn is onderwijs een prioriteit: in veel gebieden in de wereld is het de meest geschikte hefboom voor ontwikkeling. Zo blijken kinderen van Zambiaanse moeders die lager onderwijs genoten hebben, 25 procent meer overlevingskansen te hebben. En in Bangladesh wonen vrouwen met een basisopleiding driemaal zo vaak politieke meetings bij als ongeschoolde vrouwen.

De 23 landen waarvan sprake behoren tot een groep van 88 landen met een laag of gemiddeld inkomen die zonder speciale inspanningen nooit alle kinderen lager onderwijs zouden kunnen bieden. Wereldwijd blijft een kind op vijf helemaal van dat onderwijs verstoken, terwijl miljoenen kinderen moeten stoppen voor ze kunnen lezen, schrijven of rekenen. Een op zes volwassenen is analfabeet. Zelfs in landen met iets betere schoolsystemen zijn de klassen vaak overbevolkt, of moeten de kinderen wachten op nieuwe schoolgebouwen.

De internationale organisatie Oxfam juicht het plan toe als de eerste echt geloofwaardige poging om de wereldwijde crisis in het onderwijs aan te pakken. Maar dan moet de financiering wel rond raken. Voor Phil Twyford, directeur van Oxfam International, speelt de G-8 daarbij een doorslaggevende rol: hun engagement zal bepalen of dit plan echt dingen verandert of slechts een loze belofte blijkt, zoals zo vaak voorheen. Oxfam schat dat het ‘Education For All’-actieplan vier miljard dollar per jaar extra zal kosten; dat is een miljard meer dan wat de Wereldbank begroot.

In kringen van ngo’s en critici van de Wereldbank blijft dus een zekere scepsis heersen. Dit is immers niet het eerste onderwijsplan van de Wereldbank. Op het World Education Forum van 2000 beloofden de Bank, 180 regeringen en de UNESCO onderwijs voor allen tegen 2015. Sindsdien hebben de regeringen en internationale organisaties volgens de ngo’s bitter weinig ondernomen. Ze konden het zelfs niet eens worden over de coördinatie van de inspanningen.

Woordvoerders van de Wereldbank zweren dat het dit keer anders wordt, vooral omdat de werelddonoren eerder dit jaar jaarlijks twaalf miljard dollar extra hebben beloofd voor onderwijs en andere ontwikkelingsprioriteiten. Bovendien hebben de ministers van Financiën van de rijke landen het plan voor universeel lager onderwijs hoog op de agenda van de komende G-8-top geplaatst. Op die top zijn trouwens voor de eerste keer ook vijf Afrikaanse landen uitgenodigd.

De ngo’s vinden deze argumenten niet echt overtuigend. Recente cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) spreken immers boekdelen: de ontwikkelingshulp van de 22 OESO-leden - inclusief het geld dat voor onderwijsbevordering voorzien is - blijkt vorig jaar met bijna anderhalf procent gedaald, van 53.7 miljard dollar in 2000 naar 51.4 miljard dollar in 2001.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift