Wereldwijde economische dip hindert strijd tegen armoede-

Het ziet er volgens de Wereldbank niet goed
uit voor het wereldwijde gevecht tegen de armoede. De wereldeconomie stokt
en de groei valt overal lager uit dan verwacht. De eerste slachtoffers
daarvan zijn de ontwikkelingslanden, die op niet veel buitenlands kapitaal
moeten rekenen. In een nieuw rapport van de Wereldbank staat te lezen dat
het wereldwijde bruto nationaal product in 2003 weliswaar wat meer zal
stijgen dan in de rampjaren 2001 en 2002, maar dat de verwachte groei van
2,5 percent absoluut geen succes te noemen is. Het cijfer ligt ver beneden
die van het jaar 2000 en blijft ook ver onder het groeipotentieel op lange
termijn.




Studies wijzen uit dat de angst en onzekerheid die als spoken boven de grote
financiële markten hangen, het bescheiden herstel dat aan het einde van 2001
inzette, in de kiem hebben gesmoord. Het economische herstel laat veel
langer op zich wachten en is veel grilliger dan we verwacht hadden, zegt
Nicholas Stern, de belangrijkste economist van Bank. Het lijvige rapport van
de Wereldbank somt een aantal factoren op die de wereldwijde economische
groei zullen tegenwerken. Het noemt onder meer het historisch lage
consumentenvertrouwen, de hoge schulden door de wankele evenwichten op de
markten, de uitbarsting van financiële schandalen in de Verenigde Staten en
de ongerustheid over het banksysteem in Japan. Vooral in Latijns-Amerika
wegen de schulden heel zwaar, aldus de Wereldbank.

Het rapport zet de remedies tegen de trage groei en de woekerende armoede
die de Bank voor staat nog eens in de verf: buitenlandse investeerders
aantrekken en handelsbarrières wegnemen. Volgens het rapport ligt het
investeringspeil gewoon te laag om een voortdurende groei te kunnen
waarborgen. Volgens de Wereldbank moeten de ontwikkelingslanden een beter
klimaat voor investeerders scheppen, waardoor ze vanzelf kansen zouden
krijgen. Maar volgens andere stemmen in het ontwikkelingsdebat is het niet
zo eenvoudig. Infrastructuurwerken zoals energiewerken, wegen- en
waterwerken zijn duur en volstaan vaak niet om investeerders te lokken, zo
klinkt het uit niet-gouvernementele hoek.

Bovendien is de combinatie van verstikkende schulden met weinig controle
over een lokale economie die door multinationals wordt geregeerd, juist één
van de belangrijkste oorzaken is van de wereldwijde armoede. Verder blijven
de rijke landen hun ogen sluiten voor de handelsmoeilijkheden van
ontwikkelingslanden. Ontwikkelingslanden kijken tegen hogere invoertarieven
en kleinere quota aan dan geïndustrialiseerde landen om hun producten aan de
man te brengen in het buitenland. Op Chileense tomaten die naar de VS worden
uitgevoerd, bijvoorbeeld, wordt een taks geheven van 2,2 percent. Zijn de
tomaten gedroogd en verpakt, dan wordt dat 8,7 percent en zitten de tomaten
in salsa of ketchup, dan loopt de taks op tot 12 percent. Dat is niet
bepaald stimulerend voor de Chileense economie en zet zowel een rem op
binnen- als op buitenlandse investeringen.

Rijke landen schrikken er ook niet voor terug om maatregelen te nemen die de
eigen markt ten goede komen maar ronduit schadelijk zijn voor de
ontwikkelingslanden. Het landbouwbeleid van de VS en de landbouwsubsidies
van de EU zijn daar mooie voorbeelden van.

De Wereldhandelsorganisatie vergadert in Cancun in Mexico in september 2003
en mag volgens rapporten twee controversiële thema’s niet meer uit de weg
gaan: een internationale investeerderovereenkomst en een globaal
concurrentiebeleid. Ook de handelskartels in rijke naties, clusters van
bedrijven die prijzen en markten onderling afspreken, moeten ter discussie
staan, want zij zijn een grote, vaak veronachtzaamde oorzaak van armoede.
Het rapport van de Wereldbank stelt dat zes van die kartels, vervolgd in de
jaren negentig, de ontwikkelingslanden ongeveer drie tot zeven miljard
dollar te veel hebben laten ophoesten voor hun producten.

De Wereldbank stelt dat het opblazen van prijsafspraken in kartels
bijvoorbeeld de transportkosten op zee met 20 percent zou kunnen reduceren,
wat de ontwikkelingslanden 2,3 miljard importkosten per jaar zou kunnen
besparen. Dergelijke misbruiken zouden veel strenger moeten worden
aangepakt, onder meer door de ontwikkelingslanden het recht te geven
bedrijven in rijke landen te vervolgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift