West-Afrikaans katoeninitiatief heeft Europese sympathie

De katoenproducerende West-Afrikaanse landen
Benin, Burkina Faso, Tsjaad en Mali sturen hun handelsministers naar de
WHO-ministerconferentie in Cancun met een gezamenlijk katoeninitiatief. Ze
eisen het stopzetten van concurrentievervalsende katoensubsidies in vooral
de Verenigde Staten en vragen in afwachting een schadevergoeding voor de
gederfde exportinkomsten. Het initiatief kan op sympathie rekenen bij de
Europese Unie, die voor een keer niet de kop van jut is.


De vier Afrikaanse landen zijn voor zestig procent van hun exportinkomsten
afhankelijk van katoen. Zo’n tien miljoen mensen zijn voor hun
levensonderhoud van katoen afhankelijk, maar zagen de prijs op de
wereldmarkt tussen 1997 en 2002 met 39 procent verminderen. De oorzaak is
het overaanbod dat wordt veroorzaakt door gesubsidieerd katoen uit de
Verenigde Staten, Europa en China. In 2001 en 2002 ontvingen 25.000
Amerikaanse katoenboeren 3,7 miljard van wereldwijd 5,8 miljard dollar
katoensubsidies. Dat is meer dan het bruto binnenlands product van Burkina
Faso, waar twee miljoen mensen van katoen moeten leven.

De vier hebben bij de Wereldhandelsorganisatie een voorstel ingediend waarin
ze vragen deze unfaire subsidies in rijke landen te laten verdwijnen.
Bovendien eisen ze een schadevergoeding voor de exportinkomsten die ze
intussen mislopen. Die laatste eis is waarschijnlijk wat te hoog gegrepen,
zo klinkt het in de wandelgangen van Cancun.

De Europese Unie lijkt het initiatief niettemin genegen en stelt voor dat
alle industrielanden hun tarieven afschaffen voor import uit de armste
landen, in navolging van het Europese Everything but arms-initiatief. De
EU-commissarissen voor Handel en Landbouw, Pascal Lamy en Franz Fischler,
minimaliseerden tegelijk de invloed van de eigen katoensubsidies, bestemd
voor kwekers in Spanje en Griekenland. Deze zijn gekoppeld aan een
productieplafond en verminderen wanneer teveel katoen wordt geproduceerd.
De EU is een netto-importeur van katoen en heeft geen exportsubsidies of
invoertarieven. Bijgevolg hebben we bijna geen invloed op de wereldprijzen,
zo luidde het maandag in een verklaring.

De Wereldbank, Frankrijk, Duitsland, Nederland en Zwitserland hebben de vier
Afrikaanse landen geholpen om een concurrentiepositie uit te bouwen op de
internationale katoenmarkt. De Duitse minister voor
ontwikkelingssamenwerking, Heidemarie Wieczorek-Zeul reisde maandag al naar
Cancun voor overleg met haar vier West-Afrikaanse collega’s. Ze nam er deel
aan een panelgesprek waarin nog maar eens werd gewezen op de schadelijk
invloed subsidies in rijke landen.

De presidenten van Mali en Burkina Faso, Amadou Toimani Touré en Blaise
Compaoré, hebben het thema gezamenlijk aangekaard in een artikel in de New
York Times. De betalingen aan 25.000 relatief rijke boeren heeft als
onbedoeld maar niettemin reëel gevolg dat 10 miljoen armen op het
West-Afrikaanse platteland nog armer worden, zo schrijven beide
staatshoofden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift