West-Afrikaanse katoenboeren schieten wakker doorBraziliaanse klacht tegen VS in WHO

Katoenboeren uit Benin, Burkina Faso, Mali en
Senegal hebben eind vorige week een campagne opgestart ter ondersteuning van
de klacht die Brazilië in de Wereldhandelsorganisatie heeft ingediend tegen
de Verenigde Staten in verband met de forse subsidies waarmee dat land zijn
katoenboeren bedenkt. De West-Afrikaanse producenten proberen ook hun
regeringen en de West-Afrikaanse Economische Unie aan te zetten zich achter
de Braziliaanse klacht te scharen. Momenteel wordt katoen uit West-Afrika
uit de markt geprijsd door de productie uit de VS en andere landen die hun
boeren rijkelijk subsidiëren. Voor sommige landen in West-Afrika is katoen
het belangrijkste exportproduct.


Brazilië legde op 27 september klacht neer bij de WHO tegen de steun die de
VS aan hun katoenboeren en exporteurs bieden. Brazilië zegt dat het de
voorbije 12 maanden ongeveer 652 miljoen euro aan exportinkomsten is
misgelopen door de Amerikaanse katoensubsidies. De VS zijn de grootste
katoenproducent ter wereld, en de Amerikaanse subsidies zorgen voor een
groot aanbod en drukken de prijzen op de wereldmarkt.

De Afrikaanse landen die katoen produceren zitten in precies hetzelfde
schuitje als Brazilië. In juni besloten handelsministers uit West- en
Centraal-Afrika na een beraadslaging over het probleem ook een dossier in te
dienen bij het Dispute Settlement Body van de WHO. Ze spraken ook af
onderhandelingen op te starten over het thema met de Europese Unie en de VS.
Maar tot hiertoe bleef het bij plannen. Toen de West-Afrikaanse katoenboeren
over het Braziliaanse initiatief hoorden, besloten ze het proces een nieuwe
impuls te geven.

In West-Afrika wordt katoen van een erg hoge kwaliteit geoogst, en een
plantage van één hectare levert er algauw 500 kilogram katoenvezel op. De
productiekosten zijn er bovendien erg laag, zodat Afrikaans katoen eigenlijk
onklopbaar zou moeten zijn op de internationale markt. Maar dat is zonder de
subsidies gerekend. De 25.000 Amerikaanse katoenboeren kunnen dit jaar op
2,5 miljard dollar steun rekenen. Voor elke hectare met katoenplanten
ontvangt een Amerikaanse boer ongeveer 520 dollar aan subsidies. Ze kunnen
hun oogst bovendien verkopen tegen 72 dollarcent per pond, terwijl katoen op
de beurs van New York amper de helft van dat bedrag haalt. De Afrikaanse
producenten krijgen nauwelijks staatssteun en kunnen niet rekenen op
prijsondersteuning, waardoor ze per hectare katoen niet meer van 114 tot 135
euro verdienen.

Katoen is van levensbelang voor West-Afrika - het gewas is goed voor 50 tot
80 procent van alle exportinkomsten in Mali, Benin, Burkina Faso en Togo. In
de vier landen samen verdienen negen miljoen mensen hun brood met de teelt
en de export van katoen. Omdat de lage prijzen vorig jaar al een sociale
ravage dreigden aan te richten, kocht de Burkinese overheid toen 375.000 ton
katoen op in de hoop dat de prijzen weer zouden stijgen. Maar dat deden ze
niet.

De Internationale Adviesraad voor Katoen stelt dat de prijs voor katoen op
de wereldmarkt met een kwart zou stijgen als de Amerikaanse overheid haar
subsidies aan de katoenboeren in de VS zou schrappen. Als een direct gevolg
van de door alle subsidies kunstmatig laaggehouden katoenprijs, zouden de
Afrikaanse katoenproducenten in 2001 193 miljoen euro verloren hebben. Mali
alleen al speelde meer dan 43 miljoen euro kwijt, acht procent van zijn
exportinkomsten en 1,7 procent van zijn bruto binnenlands product.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift