Wetenschap zoekt geschiedenis mensheid in DNA indianen

Hoe heeft de mensheid zich 60.000 jaar geleden vanuit Afrika over de planeet verspreid? Met de steun van National Geographic en IBM zullen wetenschappers de volgende vijf jaar het antwoord zoeken in de genen van inheemse volkeren uit de hele wereld. Tenminste, als die volkeren hun toestemming geven. Met name in Latijns-Amerika staan vele indianen door slechte ervaringen in het verleden uiterst kritisch over het project.

Zo’n 100.000 bloedstalen hopen ze te verzamelen, de wetenschappers van het groots opgezette ‘Genografieproject’ dat deze maand officieel van start ging en vijf jaar zal lopen. De financiering (zo’n 40 miljoen dollar) komt van de Waitt Family Foundation uit de Verenigde Staten. Uit de stalen willen de vorsers genetisch materiaal isoleren en dat gebruiken voor een gigantische genenbank. Ze willen stambomen bepalen en zo de migratiepatronen van de prehistorische mens te ontrafelen.

De tijd dringt, zegt Spencer Wells, de wetenschapper uit de Verenigde Staten die aan het hoofd staat van het project. We moeten dit doen voor de culturele en geografische context verloren gaat en de rassen zich vermengen.

De inheemse volkeren, die eeuwenlang op dezelfde plaats bleven wonen, zijn essentieel voor de slaagkansen van het project. En precies daar wringt het schoentje. Op het Amerikaanse continent staan de indianen helemaal niet te springen om bloed te geven aan wetenschappers. We zullen ze nog niet eens een foto laten nemen, laat staan een bloedstaal, zegt Santiago de la Cruz, vice-president van de Federatie van Inheemse Volkeren van Ecuador (Conaie), één van de machtigste belangengroepen van indianen op het Amerikaanse continent.

De la Cruz is een leider van de Chachi-indianen, die de aandacht van de genetici hebben getrokken. Momenteel leven er nog 7.000 Chachi’s, aan de kust van Ecuador. Eind jaren tachtig gaven de ouders van de la Cruz bloed voor een medisch onderzoek waarvan de bedoeling nooit duidelijk was. Toen vroeg niemand genoeg, maar vandaag is dat anders, verzekert hij. Als de mensen van dat Genografisch project bij onze gemeenschappen willen komen, moeten ze met ons komen praten.

We zijn niet op voorhand tegen, maar we zijn het beu ons te laten misbruiken, knikt Jecinaldo Barbosa Cabral, leider van inheemse volkeren uit de Braziliaanse Amazone.

De indianen hebben reden om sceptisch te zijn. Braziliaanse indianenvolkeren als de Yanomami - bekend geworden door popster Sting - en de Ticunas uit het Amzaonegebied werden in de jaren zestig en zeventig zonder veel scrupules aan genetische onderzoeken onderworpen.

Onlangs brak nog een schandaal uit over de genen van Karitiana en de Suruí-etnies uit de Amazonedeelstaat Rondonia. Een afdeling van het Coriellinstituut voor Medisch Onderzoek uit de Verenigde Staten bood die op het internet te koop aan. Ze namen ons bloed, haalden er het DNA uit en verkochten het aan 85 dollar per stuk. Wij haalden er geen enkel voordeel uit, zegt Almir Suruí, een indianenleider uit Rondonia. Er bestaan wetten tegen, maar die worden blijkbaar niet toegepast.

Veel indianen voelen zich ook bedrogen door het Menselijk Genoomdiversiteitsproject (HGDP), door inheemse volkeren herdoopt tot het vampierproject. Het HGDP is een onderdeel van het mediagenieke Menselijk Genoomproject dat gesteund wordt door onder meer het Max Planck Instituut en het US National Institute of Health. Dit deelproject wil een collectie genetisch materiaal aanleggen van 10.000 tot 15.000 individuen behorend tot 772 verschillende etnische groepen,. Deze collectie wordt opgeslagen in de Verenigde Staten.

Het Genoomdiversiteitsproject probeerde zonder toestemming bloedmonsters te verkrijgen van inheemse volkeren, zegt Tarcila Rivera, leidster van indianenvrouwen uit Peru. Sindsdien hebben talrijke inheemse organisaties, gemeenschappen en volken de onmiddellijke beëindiging ervan geëist. Onder meer het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO vzw) is er kritisch over.

In de Verenigde Staten heeft de niet-gouvernementele organisatie Indigenous Peoples Council on Biocolonialism (IPCB), dat eerder campagne voerde tegen het Genoomdiversiteitsproject, nu ook opgeroepen tot een boycot tegen het nieuwe Genografieproject. Dat is van hetzelfde laken een pak, vindt de ngo. Luigi Luca Cavalli-Sforza, de gerenommeerde wetenschapper die de drijvende kracht is achter het Genoomdiversiteitsproject, zit de adviesraad van het nieuwe project voor.

National Geographic en IBM zeggen dat er substantiële verschillen bestaan tussen beide projecten. Bij het Genoomdiversiteitsproject was het niet duidelijk welke voordelen het onderzoek zou opleveren, zegt Wells. Wij willen dat ons project relevant is voor de hele wereld. Genografie wil een fonds oprichten voor educatieve en culturele projecten bij de deelnemende inheemse volkeren.

We hebben geleerd uit de fouten van het Genoomdiversiteitsproject, zegt Saharon Rosset, wetenschapper bij softwaregigant IBM die de informaticakant van het project op zijn rekening neemt. Nu zal er een veel betere communicatie zijn met de inheemse gemeenschappen. (ADR/MM)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift