Wetenschappers restaureren menselijk erfgoed op de zuidpool

Wanneer het zomer wordt op de zuidpool en de temperaturen er slechts enkele graden onder nul bedragen, trekken wetenschappers erop uit om de sporen van de nog jonge menselijke aanwezigheid op Antarctica te vrijwaren van de ondergang. Sommige van de expeditiekampen, vissersnederzettingen en onderzoekstations die van onder het ijs worden gehaald zijn meer dan honderd jaar oud, maar in verbazend goede staat.

In het Antarctische Verdrag van 1961 staat al een clausule over de bescherming van historische sites tegen het natuurgeweld en menselijke activiteiten. Niet lang daarna werd een lijst van 73 sites opgesteld, een inventaris van het nog jonge menselijke erfgoed op het onherbergzame continent.

Wanneer het zomert op het zuidelijke halfrond, trekt een team van het Argentijns Antarctisch Instituut onder leiding van Ricardo Capdevila erop uit de sites te onderhouden en nieuwe vondsten te ontsluiten. Dit jaar restaureerden de Argentijnen de blokhut van de Zweedse geoloog Otto Nordenskjold op Snow Hill Island. Omdat het bouwwerk helemaal gevuld raakte met ijs, was het na honderd jaar nog niet ingestort.

Eerst hebben we het ijs weggehakt, en dan hebben we een staalkabel rond het gebouw gespannen om het zijn vorm te laten bewaren. Het is een stevig ding, we hebben er gekampeerd bij windsnelheden van 270 kilometer per uur en de hut gaf geen krimp, legt Capdevila uit.

Nordenskjold en zijn mannen vertrokken in 1901 in de Zweedse havenstad Götenborg aan boord van het schip ‘Antarctic’. In februari 1902 zette hij met vijf bemanningsleden voet aan wal op Snow Hill Island, nabij de oostkust van het Antarctisch Schiereiland. Ze bouwden de hut en brachten er de winter door, in afwachting dat de Antarctic hen in december opnieuw zou komen halen. Het schip raakte echter vast in het ijs en kwam nooit opdagen.

Nordenskjold en zijn mannen werden pas in november 1903 opgepikt door het Argentijnse korvet ‘Uruguay’, dat enkele dagen later ook de schipbreukelingen van de Antarctic aan boord nam. Die hadden hun toevlucht genomen in een stenen huis op Paulet Island, een ander stuk menselijk erfgoed dat momenteel wordt heropgebouwd.

Capdevilla werkt verder aan de restauratie van het Casa Moneta, het eerste Argentijnse onderzoeksstation op de zuidpool. Oorspronkelijk was het de expeditiebasis van de Schotse ontdekkingsreiziger William Bruce. Het bouwwerk werd in 1903 overgedragen aan de Argentijn José Moneta, die er een weerstation inrichtte.

Ook Australië, Groot-Brittannië, Chili, Nieuw-Zeeland, Spanje en de Verenigde Staten dragen bij tot de conserveringsinspanningen. De Chileense onderzoeker Jorge Berguño weet dat er resten van een de jacht op zeeleeuwen zijn teruggevonden die dateren uit 1820. Gedurende de hele negentiende eeuw maakten jagers uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten fervent jacht op de bontrob, die daardoor bijna uitstierf. De jachtexpedities lieten over de hele zuidpool stenen nederzettingen, scheepswrakken en werktuigen achter.

Later kwamen de walvisjagers. Op Livingston Island, een van de Zuidelijke Shetlandeilanden, zijn een dijbeen en een schedel teruggevonden die ooit moeten hebben toebehoord aan een inheemse vrouw uit het Argentijnse Patagonië. Volgens Berguño namen de walvisvaarders inheemse mensen mee aan boord voor het vuile werk: het doden en versnijden van de walvissen.

In de twintigste eeuw begon de race tussen ontdekkingsreizigers om als eerste de geografische zuidpool te bereiken. Zoals bekend ging de Noor Roald Amundsen met die eer lopen. Hij was een maand vroeger dan zijn onfortuinlijke collega Robert Falcon Scott, die in 1912 zijn doel bereikte maar op de terugweg van ontbering omkwam. Veruit de avontuurlijkste expeditie was die van Ernest Shackleton, die met zijn schip vastgevroren raakte in het ijs, moest uitwijken naar het onherbergzame Elephant Island en uiteindelijk in een roeibootje hulp ging zoeken en werd gered.

De belangstelling voor het menselijke erfgoed hangt volgens Berguño samen met de toenemende toeristische interesse voor de zuidpool. In de zomer van 2000 en 2001 kwamen vanuit de Argentijnse havenstad Ushuaia ongeveer 13.000 mensen naar Antarctica. Om te vermijden dat toeristen de gerestaureerde gebouwen beschadigen, moeten ze volgens Berguño bewust worden gemaakt van de waarde van het historisch erfgoed op Antarctica.

Marcela Valente

Xml=3

Ref: cr sc

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift