WGO pleit voor wereldwijd fonds voor DNA-onderzoek

Het onderzoek naar het menselijk genoom kan
geneesmiddelen opleveren voor ziektes als malaria, tuberculose en aids en is
dus in theorie van levensbelang voor de ontwikkeling in arme landen. Maar de
Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) waarschuwt in het rapport Genomics and
World Health voor al te veel vertrouwen in de genetische industrie. Het
gros van het DNA-onderzoek is immers niet gericht op vaccins voor de
virussen die het Zuiden geselen. Het lijvige rapport werd samengesteld door
een team van 14 internationaal vermaarde dokters, onderzoekers en ethici.


Genetisch onderzoek stelt de ontwikkelingslanden (in theorie) in staat om
decennia medische achterstand te overbruggen, stelt Gro Harlem Brundtland,
de directeur van de WGO. Maar genetisch onderzoek - dat de aanleg van
uitgebreide databanken en een hoge graad van automatisering veronderstelt -
vereist grote investeringen. De privé-sector is niet bereid geld te stoppen
in onderzoek naar de grote killers omdat er in de industrielanden geen markt
voor is.

Het onderzoek naar DNA heeft wel al hoopgevende resultaten opgeleverd, stelt
het rapport:

- Een genetisch gewijzigde mug die geen drager kan zijn van de parasiet die
malaria veroorzaakt.

- Met twee types van genetische vaccines tegen tbc werden al klinische
proeven uitgevoerd.

- Een kandidaat-vaccin tegen aids, speciaal ontwikkeld voor Afrika, werd al
getest in ziekenhuizen in Nairobi, Kenia en Oxford.

Wetenschappers gebruiken ook DNA-technologie om vaccins tegen hepatitis B,
cholera en mazelen te produceren die geïncorporeerd kunnen worden in
aardappelen, groenten en fruit.

De WGO pleit voor de oprichting van een Wereldwijd Fonds voor Medisch
Onderzoek waarmee een internationale organisatie kan opgericht worden die
ijvert voor vaccins en medicijnen voor de ‘grote killers’ - malaria,
tuberculose en aids. Volgens de WGO is er drie miljard dollar nodig om het
genetisch onderzoek af te stemmen op de noden van de ontwikkelingslanden. De
helft van dat bedrag is nodig om een internationaal onderzoekscentrum op te
richten. De andere helft moet vloeien naar de bestaande instellingen die
onderzoek doen naar tbc, malaria en aids. Pas dan zullen ontwikkelingslanden
kunnen profiteren van het potentieel van genetisch onderzoek. In het Zuiden
hebben enkel Brazilië, China, India en Cuba de nodige investeringen gedaan
in materiaal en hoogopgeleid personeel voor DNA-onderzoek.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift