WHO-lidmaatschap leidt tot revolutie in Chinese landbouw

Tal van Chinese boeren schakelen in sneltempo over
naar meer rendabele gewassen. Dat heeft alles te maken met de toetreding van
China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in november vorig jaar. Die stap
zal verregaande gevolgen hebben voor de Chinese landbouw en miljoenen boeren
werkloos maken.


Mu Benlun teelde jarenlang voornamelijk graan op zijn akker van zeven ‘mu’,
ongeveer een halve hectare. Nu is hij van plan om enkele nog groene bonen te
planten. Slechts één mu groene bonen zal 3,000 yuan (360 euro) per jaar
opleveren, zegt hij blij. Toen hij enkel tarwe produceerde verdiende hij
slechts 3,500 yuan (421 euro) per jaar. Mu woont in de Huaibei vlakte in het
oosten, de graanschuur van China. Vroeger zag je er enkel eindeloze velden
met goudgele tarwe. Vandaag duiken daartussen steeds meer groene percelen
op.

We maken ons klaar voor de dag dat de Chinese markt volledig open is voor
de wereld, onder de regels van de WHO, aldus minister van Landbouw Du
Qinglin. Momenteel kan de Chinese landbouw immers niet op tegen buitenlandse
concurrenten. Ongeveer twee derden van de Chinezen leeft in landelijke
gebieden, maar de landbouw is slechts goed voor 16 procent van het BBP en
voor 4,9 procent van de totale export. China telt 100 keer meer boeren dan
de Verenigde Staten, de waarde van hun landbouwproducten bedraagt echter
slechts 20 procent van die van hun concurrenten in de VS. En de prijzen
voor de belangrijkste binnenlandse landbouwproducten, rijst, tarwe en maïs,
liggen een stuk hoger dan de internationale prijzen.

Voorlopig krijgt China nog een zeven jaar durende ‘gratieperiode’ van de
WHO. In die periode mag China nog quota vastleggen voor de invoer van graan,
katoen, oliehoudende zaden, suiker en wol. Zijn de quota bereikt, dan worden
hogere invoerheffingen toegepast.

Ondertussen legt China steeds meer nadruk op de marktgerichtheid van zijn
landbouw. Tarwe uit het noorden, kleefrijst uit het zuiden en maïs van de
vallei van de Jangtse zijn daarom geschrapt van de lijst met beschermde
landbouwproducten. Tegelijk worden boeren aangemoedigd zich op de
internationale markt te richten. In onderontwikkelde regio’s in centraal en
westelijk China worden ze gestimuleerd om het boeren op te geven en hun land
met bomen te beplanten. In ruil daarvoor krijgen ze een bedrag van 300 yuan
(32 euro) per hectare en een hoeveelheid graan. Minister Du vat het als
volgt samen: De rendabiliteit heeft het volume vervangen als belangrijkste
maatstaf om de vooruitgang van de landbouw te meten.

China ziet vooral een toekomst in de export van groenten, fruit en dierlijke
producten, die allemaal arbeidsintensief zijn. Het gemiddelde loon van een
Chinese boer bedraagt slechts 1/25ste van dat van zijn Amerikaanse evenknie.
Dit geeft arbeidsintensieve landbouwproducten een belangrijk prijsvoordeel
op de wereldmarkt. Chinees fruit kost bijvoorbeeld 40 percent minder dan dat
uit andere landen.

Volgens minister Du worden momenteel programma’s opgezet om de productie van
dierlijke producten, vis, bloemen en fruit voor de export sterk uit te
breiden. China heeft ook meer dan 500 high-tech landbouwzones opgericht die
geavanceerde landbouwtechnieken ontwikkelen en betere variëteiten kweken.

De ironie wil dat al deze pogingen om de landbouw meer efficiënt te maken,
heel wat boeren in de werkloosheid zullen duwen. Er is immers nu al een
teveel aan arbeidskrachten op het platteland. Maar de politici beloven om de
verstedelijking te versnellen zodat voormalige boeren werk kunnen vinden in
kleine steden. ”Het lidmaatschap van de WHO zal verregaande gevolgen hebben
voor de Chinese economie, stelt Liu Peiqiang vice-directeur van de raad
voor economische hervorming. ”Maar het zal meer voordelen dan nadelen
opleveren, zegt hij overtuigd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift