WHO speelt hete aardappel door aan ministerconferentie

De voorbereidingen voor de ministerconferentie in Cancún volgende maand werden gisteren (woensdag) besloten in een klimaat van onenigheid. De ontwikkelingslanden zijn niet tevreden met het ontwerpakkoord waarmee de 146 handelsministers van de Wereldhandelorganisatie (WHO) binnen twee weken in Mexico aan de slag moeten. Het enige geschilpunt dat echt opgelost lijkt te raken, is de regeling voor goedkopere geneesmiddelen voor ontwikkelingslanden.


Het diplomatieke werk is gedaan, de verdere liberalisering van de wereldhandel is nu in handen van de handelsministers. Die zullen op de ministerconferentie van de WHO in Cancún van 10 tot 14 september weinig gemeenschappelijke grond hebben om van te vertrekken. De meningsverschillen onder WHO-lidstaten worden weerspiegeld in de startdocumenten voor de vierdaagse top.

In de eerste plaats is er de ontwerpverklaring: die heeft slechts de status van een voorstel want de Algemene Raad (het hoogste WHO-orgaan) heeft ze niet ondertekend. De voorzitter van de Algemene Raad, Carlos Pérez del Castillo, trachtte de wil van de lidstaten samen te vatten in één tekst, maar zijn inspanningen waren tevergeefs. De ontwikkelingslanden willen er hun handtekening niet onder zetten omdat ze vinden dat de ontwerpverklaring te veel de belangen van de industrielanden vertegenwoordigt. Del Castillo kondigde gisteren (woensdag) dan maar aan dat hij het document zo voorlegt aan de handelsministers, vergezeld van een persoonlijke brief met de bezwaren van de verschillende delegaties in Genève.

Naast de ontwerpverklaring zullen de aparte voorstellen van de verschillende blokken ook op tafel komen in Cancún. Samen vormen ze een versplinterd vertrekpunt. Eén van die voorstellen is dat van de Groep van 20, een club van ontwikkelingslanden die vorige week ontstond als reactie op het Amerikaans-Europese voorstel over de handel in landbouwproducten. Het Zuiderse voorstel eist een definitief einde van alle exportsubsidies, een vermindering van subsidies aan landbouwers en een betere toegang tot landbouwmarkten.Tegelijk eisen de arme landen het recht op om beschermende maatregelen (bijvoorbeeld invoertarieven) te behouden voor landbouwproducten die van strategisch belang zijn

De landbouw is al een struikelblok sinds de onderhandelingen gelanceerd werden op de vorige ministerconferentie in november 2001 in Doha. De verlamming was compleet op alle gebieden die de zogenaamde Doha Ontwikkelingsagenda gecreëerd heeft: de handel in landbouwproducten, de toegang tot geneesmiddelen en alle andere handelsregels die van belang zijn voor het Zuiden. Daardoor werd er ook geen vooruitgang geboekt in de domeinen waar het Noorden vooruit wilde, met name de afbouw van invoertarieven op nijverheidsgoederen en internationale regels voor grensoverschrijdende investeringen.

De immobiliteit was het gevolg van de radicaal tegengestelde belangen van de industrielanden, die enkel die gebieden willen liberaliseren waar zij voordeel bij hebben, en de arme landen, die gefixeerd zijn op het slopen van de protectionistische barrières op de rijke markten.

De Indische vertegenwoordiger K.M. Chandrasekhar begrijpt de onverzettelijke houding van de industrielanden niet. “Hoe kunnen ze verwachten dat de ontwikkelingslanden inspanningen leveren om hun invoertarieven af te bouwen? Dat is het enige instrument dat we hebben om onze boeren te beschermen.” Chandrasekhar vindt het geen slechte zaak dat de handelsministers straks tegenstrijdige voorstellen onder ogen krijgen: “Wij hadden ernstige bezwaren. Het is niet meer dan eerlijk dat de ministers de verschillende opinies kunnen bestuderen.”

Woensdag werd op de valreep wel nog een akkoord bereikt over de Handelsgebonden Intellectuele Eigendomsrechten (TRIPS), een akkoord dat de kostprijs van geneesmiddelen in belangrijke mate bepaalt. De WHO heeft in november 2001 van de handelsministers een mandaat gekregen om een uitzonderingsregeling uit te werken op die eigendomsrechten, vertrekkend van het principe dat arme landen die bedreigd worden door zware epidemieën het recht moeten krijgen om patentvrije geneesmiddelen (bijvoorbeeld aidsremmers, maar ook middelen tegen malaria en tbc) te produceren en in te voeren. Het bleek erg moeilijk om dat principe in de praktijk om te zetten, want de Verenigde Staten lagen dwars onder druk van de farmaceutische industrie, die bang was voor misbruiken.

Het voorstel dat gisteren werd goedgekeurd bevat enkele controlemechanismen die aan die angst tegemoetkomen. Waarschijnlijk wordt de tekst nog deze week ondertekend. Een aantal niet-gouvernementele organisaties die het dossier opvolgt, heeft zware kritiek op het nakende geneesmiddelenakkoord. “Als het voorstel wordt goedgekeurd, dan zal het geen verschil maken voor de miljoenen die elk jaar onnodig sterven in de derde wereld, zegt Celine Charveriat van Oxfam International. Het is fundamenteel oneerlijk om nieuwe juridische obstakels op te werpen voor ontwikkelingslanden die betaalbare generische medicijnen willen.”


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift