Wie is God?

‘Ik ben een Theravada-boeddhist’, zegt Aung San Suu Kyi, ‘maar ik heb ook eerbied voor het Mahayana-boeddhisme. In deze stroming binnen het boeddhisme die vooral in Tibet, in Vietnam, in Japan en tot op zekere hoogte ook in China wordt gevolgd, ligt de nadruk veel meer op mededogen dan in het Theravada-boeddhisme. Ik ben daar heel gevoelig voor, omdat we in deze wereld heel veel behoefte hebben aan mededogen.
Ook al heb ik me niet echt verdiept in de andere godsdiensten, de idee van metta - liefhebbende goedheid - vind ik terug in elke godsdienst. De christenen zeggen: God is liefde. En als ze zeggen dat volmaakte liefde angst uitbant, dan denk ik dat ze met volmaakte liefde precies hetzelfde bedoelen als wij met metta.’ Aung San Suu Kyi hecht veel belang aan de vier boeddhistische waarden metta (liefhebbende goedheid), karuna (medelijden), mudita (medevoelende vreugde) en upekkha (gelijkmoedigheid). ‘Een wijze collega maakte ooit de opmerking dat het voor gewone mensen bijna onmogelijk is upekkha te bereiken. Het begrip betekent veel meer dan gelijkmoedigheid in de conventionele betekenis van het woord. Het staat voor een perfect gebalanceerde geestesgesteldheid, een evenwicht tussen geloof en intelligentie, tussen energie en concentratie, tussen wijsheid en mededogen. Het is vrij zijn van voorkeuren en zich behoeden voor buitenmatigheid in gelijk welke richting.’ De Eerste Nobele Waarheid van dukkha - de waarheid van het lijden - is geworteld in het besef dat alle dingen veranderen. Alles is voortdurend in beweging en dus onbevredigend. Uiteindelijk betekent dit dat er geen blijvend geluk kan zijn in een ‘vergankelijke’ wereld. Maar Aung San Suu Kyi ziet hierin geen conflict tussen haar individuele gevecht voor spirituele bevrijding en haar sociaal-politieke gevecht voor de vrijheid van haar volk. ‘Ik beschouw mijn spiritualiteit niet als zo ver gevorderd dat ik boven alle wereldse beslommeringen sta. Daarom is het mijn plicht te doen wat ik kan. Ik probeer er altijd voor te zorgen dat ik in mijn wereldse zaken de boeddhistische principes naleef. En natuurlijk mediteer ik wel. Dat doe ik omdat ik geloof dat wij allen, als menselijke wezens, een spirituele dimensie hebben die we niet mogen verwaarlozen. Via meditatie leer ik mezelf bewust te worden want alleen door je bewust te zijn van alles wat je doet, leer je onzuiverheden vermijden. Over het algemeen voel ik me een gewone boeddhist die op latere leeftijd meer tijd zal wijden aan de godsdienst. Mijn houding ten aanzien van het leven is heel banaal. Als ik vind dat ik iets moet doen uit naam van de rechtvaardigheid of de liefde, dan doe ik het gewoon. De motivatie beloont zichzelf.’ Voor Aung San Suu Kyi is de meditatie een proces van spirituele sterking geweest, om op het rechte pad te blijven. ‘Meditatie is voor mij ook een onderdeel van de levensweg, omdat je door te mediteren leert je gedachten te beheersen door het ontwikkelen van bewustzijn. En dat bewustzijn zet zich voort in het dagelijkse leven. Voor mij is dat een van de meest praktische voordelen van het mediteren - mijn gevoel van bewustzijn is verhoogd. Ik ben nu minder geneigd dingen ondoordacht en onbewust te doen.’ Een ander boeddhistisch principe waarin Aung San Suu Kyi voor honderd procent gelooft is de wet van karma - het verband tussen oorzaak en gevolg. Volgens Aung San Suu Kyi heeft alles wat een mens doet een psychologisch effect. ‘Zelfs de wreedaardigste dictator wordt aangetast door het leed dat hij anderen aandoet. Ook al heeft die man maar een greintje geweten, ergens diep in zijn hart, zal hij daar toch last van krijgen.’

Uit ‘Stem van Verzet’ en ‘Heavenly Abodes and Human Development’

SUBCOMANDANTE MARCOS: ALLES EN NIETS

‘Broeders, we willen dat jullie weten wie ons drijft en motiveert, wie stapt met onze voeten, wie bezit genomen heeft van ons hart, wie er galopeert in onze woorden, wie er voortleeft in onze doden. We willen dat jullie de waarheid kennen, en die is als volgt. Sinds het eerste uur van die lange nacht waarin we gestorven zijn, zo vertellen onze verre voorouders, was er iemand die ons van onze pijn bevrijdde en ons voor de vergetelheid behoedde. Er was een man die naar onze bergen kwam, al van ver kon je zijn woorden horen. Hij sprak de taal van al wie oprecht is. Zijn stap was van deze aarde, en was ook weer niet van deze aarde. In de mond van onze doden, in de stem van de wijze ouderlingen bereikte zijn woord ons hart. Er was iemand, er ís iemand, broeders, die wel en tegelijk ook weer niet zaad is van deze grond en naar de bergen kwam om te sterven en om opnieuw te leven. Toen hij zijn huis optrok onder het nachtelijke dak, hier in de bergen, stierf het hart van de stap die de zijne was, en toch ook weer niet de zijne. Het stierf om opnieuw te leven. Zijn naam leeft voort in tal van dingen. Zijn tedere woorden leven voort onder ons en begeleiden ons in ons lijden. Hij is van deze aarde, en ook weer niet: Votán Zapata, de bewaker en het hart van het volk.

Votán Zapata. Licht dat van ver kwam en hier, op onze grond, opnieuw geboren werd. Votán Zapata, een naam die telkens weer genoemd wordt door onze mensen. Votán Zapata, het schuchtere vuur dat 501 jaar voortleefde in onze dood. Votán Zapata, de naam die alles verandert, een mens zonder gezicht, het tedere licht dat ons behoedt. Zapata kwam tot bij ons. De dood heerste altijd onder ons en met de dood stierf ook de hoop. Maar Votán Zapata kwam op zijn tocht tot bij ons. De naam zonder naam. Votán Zapata keek met de ogen van Miguel, stapte met de voeten van José María, hij was Vicente, liet zich aanspreken in Benito, hij vloog voorbij in een vogeltje, besteeg met Emiliano het paard, hij riep met de stem van Francisco, hij kleedde Pedro. Hij stierf maar leefde voort, hij die zonder naam genoemd wordt, hier op onze grond. Al sprekend zweeg zijn woord in onze mond. Hij komt, Votán Zapata, bewaker en hart van het volk. Hij is alles in ons -en tegelijk is hij dat niet. Niemand en allen. Hij is op komst. Votán Zapata, bewaker en hart van het volk.

Dat is de waarheid, broeders. Jullie moeten dit goed weten, in ons leven zal hij niet meer sterven, in onze dood leeft hij al en voor altijd. Votán, bewaker en hart van het volk. Zonder naam laat hij zich noemen, gezicht zonder aangezicht, alles en niemand, één en velen, levend dood. Votán, bewaker en hart van het volk. Vogel Tapacamino, altijd vóór ons, altijd achter ons. Votán, bewaker en hart van het volk. Hij kreeg een naam in ons naamloos bestaan, hij kreeg het gezicht van hen die geen gezicht hebben. Hij is de hemel in de bergen. Votán, bewaker en hart van het volk. Onze onbenoembare weg, wij die geen gezicht hebben.’

In een perscommuniqué van de Mexicaanse Zapatisten, 10 april 1994

STEPHEN HAWKING: DE ONWAARSCHIJNLIJKHEID VAN GOD

‘Wij zijn zulke onbeduidende schepselen op een klein planeetje van een erg middelmatige ster ergens aan de rand van één van honderd miljoen galaxieën. Dat maakt het wel erg moeilijk om te geloven in een God die om ons bezorgd is, laat staan dat hij weet zou hebben van ons bestaan.’

In ‘A Brief History of Time’

MGR. MUSKENS: EEN LEGE KERK

U vertelde ooit iets over het moment waarop u direct contact met God hebt gehad, het moment waarop u absoluut zeker wist dat God bestaat. Dat was bij een bezoek aan een kartuizer klooster, de Certosa di Pavia in de buurt van Milaan. Een koele februari-ochtend. Een gigantische kerk, die helemaal leeg was. Geen banken, alles grijs. Midden in de immense stilte hing een touw, een oud klokkentouw, van het gewelf tot de vloer. U hebt daar een ervaring gehad van het bestaan van God… Kunt u daar iets meer over zeggen? Mogen wij u dat vragen?

Ik weet het niet wat ik daar meer over moet zeggen. Wat ik ook zeg, dat is het niet. Echt, ik kan er niets meer over zeggen. Ik weet het niet. Het was zo. De absolute zekerheid was er. Zo is het gebeurd. Wat is dat nou precies? Dat is niet in woorden te zeggen. Liefde kun je ook niet onder woorden brengen. Gelukkig maar.

Heeft die ervaring, die zekerheid van het bestaan van God uw leven veranderd?

Eerder bevestigd. Want met al mijn twijfels, geloofde ik natuurlijk. Nu heb ik daarover geen twijfel meer. In die zin is mijn leven misschien veranderd.

Overvalt zo’n ervaring u? Is ze te vergelijken met een esthetische ervaring?

Dat touw vroeg erom dat eraan getrokken werd. De kerk was leeg. Er was niemand om dat te doen, om dat contact met God op te roepen. Niemand. Ik vulde als het ware die ruimte denk ik, of zoiets. Ze kreeg ineens bestemming, die ruimte. Ja, ze kreeg een bestemming, in dat contact met God.

(Uit een interview met Tiny Muskens, bisschop van Breda, in Streven, oktober 1998)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift