Wie volgt Saddam op?

Net als over alle andere punten inzake het
buitenlands beleid bestaat er binnen de regering van George W. Bush in de VS
ook grote onenigheid over de vraag wie er na Saddam Hussein de leiding moet
nemen in Irak. Een overzicht van de verschillende strekkingen en de
lobbygroepen die ermee verbonden zijn.


Aan de ene kant staan de neoconservatieve haviken rond de leider van het
Pentagon Donald Rumsfeld en vice-president Dich Cheney. Zij schuiven het
Irakese Nationale Congres INC en zijn leider Ahmed Chalabi naar voren. Aan
de andere kant staan Midden-Oostendeskundigen bij Buitenlandse Zaken en hun
collega’s bij de CIA, die de voorkeur geven aan voormalige legerofficieren
die nog invloed zouden hebben in het Irakese leger. Vorige zomer spraken
beide partijen af ontmoetingen te financieren tussen Irakese
oppositieleiders in de hoop dat die een gezamenlijk front zouden vormen vóór
de VS militaire acties zouden ondernemen om Saddam Hussein af te zetten. Nu
lijkt die eensgezindheid weer ver te zoeken.

De voorbije twee weken hebben beide partijen belangrijke tegenslagen te
verwerken gekregen, ook al is de militaire troepenconcentratie rond Irak
volop op gang gekomen. Washington had gehoopt eind deze week in Brussel een
bijeenkomst van oppositieleiders te houden. Maar door onderlinge geschillen
tussen de verschillende oppositiegroepen, vooral omdat het INC veel meer
vertegenwoordigers had gevraagd, is het overleg met drie weken uitgesteld.
Vermoedelijk zal de vergadering nu in Londen plaatshebben.

De tegenstanders van Chalabi waren blij met dit uitstel, maar ook zij kregen
dinsdag een fikse klap. Een Deense rechter beschuldigde generaal Nizar
al-Khazraji, voormalig chefstaf van het Irakese leger, van misdaden tegen de
menselijkheid. De generaal zou een rol hebben gespeeld in de beruchte
Anfal-veldtocht aan het eind van de oorlog tussen Irak en Iran in 1988,
waarbij bijna 200.000 Koerdische dorpelingen werden vermoord, sommige met
chemische wapens. Khazraji, die zichzelf een nationalist noemt en Irak in
1995 heeft verlaten, heeft de beschuldigingen ontkend. Hij wordt door de CIA
en het ministerie van Buitenlandse Zaken in de VS opgevoerd als de beste
kandidaat om Hussein te vervangen na een Amerikaanse invasie.

Nu Khazraji in opspraak is gekomen, maakt Chalabi weer meer kans. Hij wil
maar wat graag in de voetsporen treden van Hamid Kharzai, de Afghaanse
politicus die Washington heeft opgevist als voorlopig president van het land
na de militaire veldtocht van vorig jaar. Maar in tegenstelling tot Kharzai
heeft Chalabi bijna zijn hele leven in ballingschap geleefd. Chalabi’s
familie vluchtte weg uit Irak na de val van de monarchie in 1958. Hij werd
opgeleid in de VS en woont nu als welgesteld bankier in Londen. Tot 1989 had
hij nauwe banden met de monarchie in Jordanië. Toen hij werd beschuldigd van
bankfraude, vluchtte hij ook daar weg. Hij dook voor het eerst op in de
Irakese politiek toen hij in 1992 het INC opstartte.

Ook Chalabi noemt zichzelf een nationalist. Hij zegt op te komen voor
mensenrechten, gerechtigheid en een federale structuur voor een toekomstig
Irak met meer autonomie voor de verschillende regio’s en etnische groepen in
het land. Dat imago heeft hem heel wat steun opgeleverd in het Amerikaanse
Congres, dat in 1998 een wet heeft gestemd over de bevrijding van Irak. De
wet voorziet bijna 100 miljoen dollar hulp voor de oppositie, en vooral voor
het INC. Chalabi geniet in de VS vooral steun van een groep neoconservatieve
politici die nauw aansluiten bij de Israëlische Arbeidspartij, het
Amerikaanse Instituut voor Ondernemingen AEI en het Project voor de Nieuwe
Amerikaanse Eeuw (PNAC). Rumsfeld en Cheney zijn allebei stichtende leden
van PNAC. Zij hebben hun belangrijkste medewerkers voor buitenlands beleid
vooral uit deze twee groepen gerekruteerd. Richard Perle van de AEI, leider
van Rumsfelds Bestuur voor Defensiebeleid, is al twintig jaar een goede
vriend van Chalabi.

Deze groepen menen ook dat een INC-regering in Bagdad dodelijk zou zijn voor
de anti-Israëlische as tussen de PLO, Syrië, Irak en Iran en een versterking
zou kunnen vormen voor de ontluikende banden tussen Israël, Turkije en
Jordanië. Bovendien zou een democratisch Irak kunnen leiden tot een aantal
opstanden tegen autoritaire regimes, in onder andere Iran, Saoedi-Arabië en
Egypte en meer open en representatieve regeringen aan de macht helpen.

Maar Buitenlandse Zaken, de CIA en enkele gepensioneerde militairen met
ervaring in het Midden-Oosten en de Golfregio geloven niet in die theorie.
Chalabi mag zich dan wel beroepen op zijn democratische waarden, maar andere
INC-leiders hebben al geklaagd dat hij de INC veel te veel in zijn greep
houdt. De belangrijkste lidorganisaties van het INC - de Koerdische groepen
in het noorden en de sjiïetische Islamitische Revolutie in Irak uit
Teheran - zijn inderdaad al verschillende keren opgestapt uit de koepel en
hebben zich vorige zomer aangesloten bij het Irakese Nationale Akkoord, een
groep voormalige militairen en medewerkers van de inlichtingendienst die
nauwe banden hebben met de CIA.

Hoewel beide kanten in de VS hebben beloofd samen te werken, lijken zij toch
nog altijd hun eigen kandidaten te willen begunstigen. Zo is het Pentagon
erin geslaagd zeggenschap te krijgen over het meeste geld dat nog niet is
uitgegeven in het kader van de wet op de bevrijding van Iran. Die middelen
zijn gebruikt voor het opleiden van Irakese bannelingen gerekruteerd door
het INC. Tegelijk hebben Buitenlandse Zaken en de CIA naar verluidt een
voorstel geblokkeerd over een project om inlichtingen te verzamelen dat het
Pentagon aan de INC wou uitbesteden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift