‘Wij merken hier in Myanmar niets van politieke hervormingen’

Burgeroorlog in Kachin

In Kachin, een deelstaat in het uiterste noorden van Myanmar, woedt een burgeroorlog die het geduld van buurland China en het pas gewonnen vertrouwen van het Westen op de proef stelt. Chinese bedrijven hebben tientallen miljarden geïnvesteerd in een gebied dat veranderd is in een grote oorlogszone. MO* bezocht de regio in mei en stootte op een bitter etnisch conflict.

  • Lydia Stilman Soldaten van het verzetsleger. Lydia Stilman
  • Lydia Stilman Het vluchtelingenkamp Jeyang buiten Laiza telt meer dan zesduizend vluchtelingen. Lydia Stilman
  • Lydia Stilman De stad Laiza: drie artillerie-eenheden van het Birmese leger hebben het hoofdkwartier van het Kachin-verzetsleger omsingeld. Lydia Stilman
  • Lydia Stilman In een kamp in de omgeving van Maija Yang wachten mensen op betere tijden. Ondertussen proberen ze hun leven enigszins te organiseren. Lydia Stilman

In de bergen bij Laja Yang, een dorpje 25 kilometer rijden van Laiza, hoor je de mortiergranaten van het Birmese leger inslaan. Drie artillerie-eenheden hebben het hoofdkwartier van het Kachin-verzetsleger in Laiza omsingeld. Op de enige toegangsweg naar de stad staat een wegversperring. Jonge militairen rijden op brommers af en aan, de kalasjnikov AK-47 nonchalant over de schouder geslagen. ‘Ze komen op het lawaai af en willen vechten’, verklaart een militair, waarna hij doorgaat met schreeuwen in zijn walkietalkie. Van de andere kant komen trucks met vluchtelingen aanrijden. Een van de dorpen is net geraakt door een mortiergranaat. Achter op de brommer van een jonge soldaat zit een dominee. Hij is op weg naar het front om voor de soldaten te bidden en hen morele steun te geven.

Volgens rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties en Kachin-ooggetuigen maakt het Birmese leger zich schuldig aan verkrachtingen, martelingen en executies van Kachinburgers. Dorpen worden platgebrand en mensen opgepakt om als dwangarbeider te werken voor het leger. Zowel het Birmese leger als het verzetsleger leggen landmijnen en zetten kindsoldaten in. Duizenden Kachin zijn de grens over gevlucht naar buurland China, meer dan 75.000 vluchtelingen worden opgevangen in kampen nabij de Chinese grens.

Buiten Laiza is een kamp met zesduizend vluchtelingen ontstaan, waar een voedseltekort heerst. Vluchtelingen leven met twee gezinnen samengepropt in een bamboehut, op een rantsoen van twee kleine kopjes rijst, een lepel olie en wat zout. Aanhoudende internationale druk heeft de regering in Myanmar doen besluiten deze maand één VN-voedselkonvooi toe te laten, het eerste in een jaar tijd.

Terwijl we over de lange zandweg met rijen bamboehutten lopen, wijst Layang Naw Ja, een van de kampleiders, naar de rivier achter het kamp: ‘Als je de rivier oversteekt, zit je in China.’ Hij weet één ding zeker: ‘Als het leger Laiza binnenvalt, zal iedereen naar China vluchten.’ Als ik vraag of China ook hulp stuurt, lacht hij. ‘Ze laten nog geen rijstkorreltje de grens over gaan!’

Olie, teak en rubber

Buurland China heeft groot belang bij stabiliteit in het grensgebied. Het groene, vruchtbare land van de Kachin is rijk aan delfstoffen; de kostbaarste jade ter wereld komt hiervandaan, maar ook goud en zilver. De regio is vermaard om zijn illegale handel in opium en teakhout. De Kachin Independence Army (KIA), het op één na grootste verzetsleger van Myanmar, strijdt sinds 1962 voor autonomie en heeft een belangrijke positie veroverd in het grensgebied.

Gewapende conflicten tussen de KIA en het staatsleger, de Tatmadaw, teisterden de staat Kachin, tot in 1994 een staakt-het-vuren werd getekend. Dat leidde niet tot ontwapening, maar creëerde genoeg ruimte voor een eigen staat onder leiding van de politieke tak van het leger, de Kachin Independence Organisation (KIO). Door tolheffing op de wegen tussen Myanmar en China genereert het verzetsleger inkomsten en wordt het een belangrijke schakel in de grensoverschrijdende handel van onder andere teak. De KIO verpacht land aan Chinese landbouwbedrijven en de opiumteelt en drugsoverlast worden in samenwerking met de Chinese autoriteiten met harde hand bestreden. Zolang de oorlog voortduurt, blijft de handel in illegaal teakhout floreren: ‘We zouden het kappen van teak wel willen stoppen, maar hebben het geld nu juist hard nodig’, zegt een ambtenaar van het rebellenleger die anoniem wil blijven.

Chinese landbouwbedrijven hebben de afgelopen tien jaar flink geïnvesteerd in rubber- en banaanplantages. Welke consequenties het gewapende conflict voor die bedrijven zal hebben, is niet te voorspellen. In 2009, tijdens gevechten tussen het staatsleger en etnische milities in de Kokang-regio ten oosten van Kachin State, werd veel bezit van Chinese bedrijven vernietigd en kwamen Chinese burgers om het leven. Meer dan 30.000 vluchtelingen staken de Chinese grens over. Beijing vreest een herhaling en oefent druk uit op Naypiydaw, de hoofdstad van Myanmar, om de gevechten te staken; als het conflict verder escaleert, zullen tienduizenden Kachin namelijk het grensgebied overspoelen.

China investeerd niet alleen in landbouwgrond en waterkrachtcentrales, maar legt dwars door het hart van Myanmar ook een pijplijn aan om olie en gas in Afrika, de Perzische Golf en de Zee van Bengalen direct toegankelijk te maken voor China’s snel groeiende industrie. Die Swe-pijplijn moet het land zo minder afhankelijk maken van olietoevoer door de Straat van Malakka. Tot groot ongenoegen van Beijing zijn de gevechten uitgebreid naar het gebied waar de aanleg van de pijplijn plaatsvindt. Er bestaan ook prestigieuze infrastructuurplannen voor een 1920 kilometer lange hogesnelheidstreinverbinding tussen Kunming en de havenstad Yangon en voor een spoorverbinding tussen Kachinhoofdstad Myitkane en de Chinese stad Dali. Door al die investeringen in het gebied heeft China er alle belang bij dat de gevechten snel ophouden.

Waterkracht

Het conflict barstte in juni 2011 weer los nadat Myanmarese militairen geprobeerd hadden Kachinsoldaten uit de buurt te houden van een Chinese waterkrachtcentrale. De China Power Investment Corporation (CPI) investeerde 16 miljard euro in de bouw van zeven waterkrachtcentrales in Kachin State. Samen genereren ze 20 miljoen kilowatt stroom, waarvan 90 procent bestemd is voor China. Om de bouw van de waterkrachtcentrales en de veiligheid van de Chinese arbeiders te beschermen, werd het staatsleger ingezet, maar zijn aanwezigheid leidde al vlug tot problemen met het verzetsleger.

Van de zeven centrales is de Myitsone-dam, gelegen op het punt waar twee rivieren uitmonden in de levensader van Birma, de rivier Irrawaddy, het meest omstreden. Niet alleen is de plek van grote culturele waarde voor de Kachin, vergelijkbaar met Mount Fuji in Japan, volgens milieuorganisaties zou door de bouw van de dam een bosgebied ter grootte van Singapore blank komen te staan. Dat zou drastische gevolgen hebben voor het milieu en de duizenden Kachin die er wonen.

Na veel kritiek in binnen- en buitenland beloofde president Thein Sein in september 2011 de werkzaamheden stop te zetten. Maar verhalen doen de ronde dat de bouw in het geheim wordt voortgezet en dat honderden dorpelingen gesommeerd werden hun huis te verlaten. ‘Thein Sein zegt het ene en doet het andere. We hebben geen vertrouwen meer in de Birmese regering’, laat een Kachinmilitair weten. ‘In december riep hij dat het leger moest stoppen met vechten. Nu ja, je hoort de mortiergranaten!’

Het was slechts een kwestie van tijd voor het verzetsleger de wapens weer zou oppakken. Na een wapenstilstand van zeventien jaar had de KIO haar doel niet bereikt; een beloofde politieke overeenkomst met de regering in Myanmar bleef uit. Toenemende druk vanuit regeringscentrum Naypiydaw om het Kachinleger om te vormen tot een grenswacht onder controle van het staatsleger, betekende het einde van het staakt-het-vuren.

Internationale gemeenschap

‘We hebben spijt van de wapenstilstand uit 1994’, zegt een zichtbaar geagiteerde La Nan, algemeen secretaris van de Kachin Independence Army. Met afgemeten woorden vervolgt hij: ‘Zeventien jaar, en we zijn geen stap verder. Het heeft ons geen politieke oplossing gebracht. De Birmese regering heeft deze tijd alleen gebruikt om haar leger te versterken en zakendeals te sluiten met Chinese bedrijven. Ons land wordt geplunderd!’

We zitten in de tijdelijke commandopost, die gehuisvest is in een zwaar bewaakt hotel in de binnenstad. Achter groene zandzakken houdt een jonge soldaat de wacht. Geografische legerkaarten hangen aan de muren en het is tropisch warm. Geruchten dat het staatsleger de KIA een genadeslag wil toebrengen door het hoofdkwartier in te nemen, vindt de algemeen secretaris niet waarschijnlijk. ‘Ze kunnen niet zomaar Laiza binnen marcheren. Internationaal zou dit niet goed overkomen’, redeneert hij. ‘Ze zijn er eerder op uit ons bang te maken, zodat zij sterker staan tijdens de vredesonderhandelingen.’

VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon noemde het gewapende c

‘Aung San Suu Kyi en haar partij hebben tot nu toe geen enkel programma getoond met een oplossing voor het etnische conflict. Ze heeft erover gepraat, maar dat is niet genoeg.’
lict in Kachin State ‘inconsistent’ met alle hervormingen die aan de gang zijn. De 66-jarige president en voormalige legergeneraal Thein Sein opende Myanmar voor het Westen, maar lijkt het leger niet onder controle te hebben. Sommige analisten denken dat er sprake is van een machtsstrijd tussen de hervormingsgezinde president en conservatieven in de legertop; zij denken er niet aan etnische minderheden meer rechten te geven.

La Nan denkt niet dat het opschorten van de sancties of het openen van ambassades een positieve invloed zullen hebben op het etnische conflict: ‘De sancties, opgeschort of niet, hebben nooit enig effect gehad op de mensen die wonen in de berggebieden. Zelfs als er westerse ambassades geopend worden, merken wij dat hier niet.’

Hij verzoekt de internationale gemeenschap vooral niet alleen te luisteren naar de Birmaanse politici in Yangon en Naypiydaw. ‘De situatie in de etnische gebieden is zo anders, het leven hier is vol ontberingen. Willen ze iets verbeteren, dan is het cruciaal dat ze komen luisteren naar de mensen in de etnische gebieden en informatie verzamelen over hoe de praktijk hier is.’

Zelfbeschikking

Etnische conflicten in Myanmar worden deels gevormd door de geografie van het land. De lange, vlakke Irrawaddy-delta huisvest het grootste deel van de grootste etnische groep, de Birmanen. Dunbevolkte bergachtige regio’s zijn het traditionele thuisland van de etnische minderheden. Aan de oostgrens van Myanmar wonen de Shan-, Karenni- (Kayah-) en Karen-volkeren. Grenzend aan India wonen de Rakhine en de Chin en in het uiterste noorden, aan de voet van de Himalaya, de Kachin. De Kachin zijn van alle minderheden in Myanmar het meest geïsoleerd ten opzichte van de Irrawaddy-delta. Ze behoren tot de Sino-Tibetaanse etnische volkeren en spreken Jingpo, een Tibetaans dialect. Door de invloed van Engeland in de achttiende en negentiende eeuw hangen de Kachin het christelijke geloof aan; ze zijn overwegend baptist of katholiek.

Voor de Britse overheersing hadden de Kachin hun eigen grondgebied. Een keerpunt in de moderne geschiedenis van Kachin vormde in 1947 de Panglongconferentie. Onder leiding van generaal Aung San, de vader van oppositieleidster Aung San Suu Kyi, werd een akkoord bereikt dat zelfbeschikking garandeerde voor de Kachin en een grote mate van bestuurlijke autonomie binnen een federaal Myanmar. Niet lang na de overeenkomst werd generaal Aung San vermoord en raakte het land verdeeld door een etnisch conflict. Birmaanse generaals probeerden met harde hand alle etnische minderheden in Myanmar onder hun bevel te krijgen. Als reactie daarop werden in het hele land etnische verzetslegers opgericht.

President Thein Sein stelde om het etnische conflict op te lossen een ‘stappenplan voor binnenlandse vrede’ op. Het afgelopen jaar werden met verschillende etnische milities wapenstilstanden bereikt. Maar de vredesbesprekingen tussen de politieke tak van het Kachinleger en de regering zijn gestagneerd. Alleen als de regering de fronttroepen terugtrekt en een internationale toezichthouder toestaat, wil de KIO de onderhandelingen hervatten. In een brief aan VN-secretaris-generaal Ban Ki-moon hebben de rebellen gevraagd in te grijpen ‘voor het conflict nog groter en complexer wordt’.

Vrouwenhandel

Op vier uur rijden van Laiza ligt Ma Ja Yang, een stadje dicht bij de Chinese grens. In december waren hier veel gevechten, maar ‘de situatie is er momenteel rustig’, zegt kapitein Naw Mi van het Kachin-verzetsleger. Met zijn manschappen bewaakt hij vier observatieposten in de bergen, op twintig kilometer afstand van de stad. Naw Mi wijst naar de rivier: ‘Bij helder weer kunnen we de Birmese soldaten daar water zien halen.’ In de rode grond zijn schuttersputjes gegraven en een paar stokken met hoedjes en jasjes moeten de suggestie wekken dat er veel soldaten zijn.

Dit is het gebied waar de 27-jarige Sumlut Roj Ja werd opgepakt door soldaten van het staatsleger. Haar 31-jarige man Da Lung vertelt: ‘Soldaten omsingelden ons op de boerderij en namen haar mee. Sindsdien is ze vermist. Ik mis haar zo en zou haar graag nog één keer zien. We waren nog maar vier jaar getrouwd, onze baby heeft nog borstvoeding nodig.’ Zijn ogen zijn rood omrand van het huilen. Hij schudt het hoofd, wil niet terugdenken aan wat er gebeurd is: ‘Soldaten van ons leger hebben gezien dat ze zich moest uitkleden bij de rivier, meer weet ik niet.’

Da Lung wil niet vertellen wat iedereen inmiddels weet; dat zijn vrouw dagen lang vastgehouden en misbruikt werd door de Myanmarese soldaten. De kans dat hij haar ooit nog levend terugziet, is nihil. Veel van de getuigenissen van oorlogsmisdaden zijn te gruwelijk voor woorden. Nooit eerder was de steun voor het verzetsleger zo groot. De oorlog heeft sluimerende nationalistische sentimenten aangewakkerd: ‘Steeds meer mensen hoor ik zeggen dat ze een onafhankelijke Kachinstaat willen’, zegt Mai Ly Awng, coördinatrice van de lokale hulporganisatie in Ma Ja Yang.

De problemen in de vluchtelingenkampen bij Ma Ja Yang zijn groot. ‘We zien nu ook een toename van de vrouwenhandel maar hebben niet de mogelijkheden in deze situatie om er prioriteit aan te geven.’ Mai Ly legt uit hoe de Chinese agenten te werk gaan: ‘Ze zijn slim en hebben hun tactiek aangepast aan onze culturele tradities.’ In de kampen worden arme gezinnen benaderd door agenten die zeggen een rijke huwelijkspartner te kennen voor hun dochter. Sommige gezinnen, arm en goedgelovig, stemmen in met het “huwelijk”.

‘Nadat hun dochter is meegenomen om de man te ontmoeten, horen ze niets meer. De beloofde bruidschat wordt niet betaald en een huwelijk niet gesloten’, vertelt Mai Ly. Ze vertelt er nog bij dat de vrouwen in Yunnan worden doorverkocht en vaak terechtkomen in bordelen bij de Koreaanse grens. ‘Soms belt een meisje ons op met de vraag of wij haar kunnen helpen. Maar omdat ze gevangen zit en de Chinese taal niet spreekt, kan ze ons niet uitleggen waar ze zich precies bevindt.’

Niets te kiezen

In een uit bamboe opgetrokken kantoor zit de overkoepelende hulporganisatie Ranir. Ze verdeelt de hulp over de kampen en zorgt ervoor dat er geen overlap ontstaat. De hulp die geboden wordt, bestaat vooral uit voedsel en medische zorg, voor traumabegeleiding is er geen geld.

Coördinator van de organisatie La Rip zegt dat er vooral een groot gebrek is aan geld. ‘Bijna alle donaties komen uit onze eigen gemeenschap. De mensen hebben niets meer over, zij zijn zelf ook arm!’ Westerse hulporganisaties geven tot nu toe nog geen financiële steun in het door de KIO gecontroleerde gebied, om politieke redenen. Als we beginnen te praten over de recente politieke hervormingen in de rest van Myanmar wordt hij fel en zegt verontwaardigd: ‘Wij merken hier niets van politieke hervormingen!’

Bij de eerste “vrije” verkiezingen in Myanmar, in november 2010, werd de politieke partij gelieerd aan het verzetsleger van de Kachin geweigerd door de kiescommissie. In grote delen van Kachin werden geen stemlokalen ingericht; volgens de regering was de situatie er ‘te onveilig’. Ook de tussentijdse verkiezingen, waaraan de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi meedeed, werden er niet gehouden. La Rip is niet onverdeeld positief over wat Aung San Suu Kyi en haar partij, de National League for Democracy (NLD), voor het conflict in Kachin State kunnen betekenen: ‘Ze hebben tot nu toe geen enkel programma laten zien met een oplossing voor het etnische conflict. Ze heeft er wel over gepraat, maar dat is niet genoeg’, zegt hij resoluut.

In april schortte de EU de sancties tegen Myanmar voorlopig op. Voorwaarde voor een definitieve opheffing is dat de hervormingen doorgezet worden. De gevechten roepen vragen op over hoe ver de hervormingsagenda van president Thein Sein eigenlijk reikt. ‘Europa en de VS hebben niet door dat vrede en democratie pas mogelijk zijn als er een einde komt aan het etnische conflict’ ,zegt La Rip, en hij vervolgt een beetje bitter: ‘Iedereen komt nu naar Myanmar om wat te halen, het is nog de vraag of ze ons ook iets gaan brengen.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift