'Wij zijn niet de megafoon van de andersglobalisten'

Roy Paci: ‘Wij zijn niet de megafoon van de andersglobalisten’ De terugkeer van de keizer naar Iran. Het eindeloze wachten op democratie in BirmaAfhanistan ongeschikt voor democratie?

‘Wij zijn niet de megafoon van de andersglobalisten’


‘We leven in een vreselijke tijd. Onze regering-Berlusconi schildert revolutionairen af als fascisten. We moeten de ideeën van premier Berlusconi dan ook blijven bevechten. Het is geen toeval dat ons grootste wapen de ironie is.
In de concerten van Roy Paci & Aretuska worden volop antiglobalistische boodschappen meegegeven. Dat gaat van ‘Eet Siciliaanse cannoli in plaats van hamburgers van MacDonalds!’ tot verzet tegen de brug over de Straat van Messina die Italië met Sicilië verbindt. Volgens onze politici dient die om het transport tussen Italië en het eiland te verbeteren, maar eigenlijk wordt het gewoon een Mussolini-monument. Wij hebben ervoor gekozen om te zingen over sociale en politieke thema’s die belangrijk zijn in het leven, maar dat wil niet zeggen dat ik muzikanten bekritiseer die alleen maar over de liefde zingen. Ik denk dan onmiddellijk aan een verhaal van een meisje dat uit haar coma is geraakt dankzij de muziek van haar favoriete popster –die niet over sociale thema’s zingt. Dat is toch schitterend! Het bewijs van de kracht van muziek, die groter is dan alle woorden samen. Muziek verandert misschien niet de wereld, maar kan wel mensen veranderen. Ik probeer mijn dagelijkse mini-revolutie te voeren door Fair Trade producten te kopen die niet vervuilend zijn en door te glimlachen naar de mensen rond me. Vooral naar ouderen, want zij vertegenwoordigen onze culturele erfenis.’
‘Ik krijg niet graag het etiket opgekleefd dat wij de megafoon van de andersglobalisten zijn. Dat is trouwens nogal een grote verantwoordelijkheid. Waarschijnlijk doen we gewoon waar we het beste in zijn, muziek maken. Op het podium geven we de mensen oprechte boodschappen over het dagdagelijkse leven. En zo steunen we automatisch de beweging van de antiglobalisten.’ (sf)

De terugkeer van de keizer naar Iran


De hele islamitische wereld kijkt naar Iran. De combinatie van democratie en islam is op weinig andere plaatsen zo inheems vormgegeven als in Iran, zeggen kenners zoals Tariq Ali en Nasr Hamid Abu Zayd (zie interview met hen op blz. 24-28.) Er zitten natuurlijk veel gaten in het democratische weefwerk van Iran, en met name de jongeren zitten al enkele jaren aan het vel van de politieke verkozenen om meer participatie te realiseren én om meer afstand te creëren tussen politiek en religie. Dat laatste behoort overigens tot het wezen van de sjiitische islam, betoogde Karen Armstrong onlangs in The Guardian.
Intussen worden in Washington de messen geslepen.
Via allerlei beschuldigingen –zoals stilaan de gewoonte is zonder degelijke bewijzen– bereiden Donald Rumsfeld en de ultra-conservatieve lobby de publieke opinie voor op de noodzaak van een regime change in Iran. Hoe democratisch de plannen zijn, mag blijken uit het feit dat steeds vaker de naam Reza Pahlavi, de zoon van de afgezette Shah, genoemd wordt. Niet alleen woont de jonge Pahlavi momenteel in de VS, hij heeft bovendien goede contacten met Israëlische machtskringen. Dat zou dus mooi passen in het opzet om Israël in een hertekend Midden-Oosten een veilige en centrale plaats te bezorgen.
Het hele plan lijkt sterk op een herhaling van 1953, toen de CIA de verkozen premier Mossadeq opzijschoof en de eeuwenoude Pahlavi-dynastie opnieuw aan de macht bracht. Het netto-effect van de bemoeienissen van Washington is momenteel dat de klerikale rechterzijde in Iran minder dan ooit bereid is haar greep op het land te lossen, terwijl de hervormingsgezinde jongeren zich nauwelijks nog durven te uiten. Democratie groeit het beste van binnenuit, maar daar heeft de “Bush-junta” geen boodschap aan. (gg)

Birma. Het eindeloze wachten op democratie


‘Democratie is de beste politieke weg’, staat er in grote letters op een muur in Rangoon. Al vier decennia lang dwarsboomt het leger elke poging om die democratie in Birma op sporen te zetten. Het leven van nobelprijslaureate Aung San Suu Kyi is getekend door die strijd voor democratie, bijna veertien jaar heeft ze al doorgebracht onder huisarrest. De tweede onafhankelijkheidsstrijd noemt ze het, na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in de jaren veertig.
Vorig jaar in mei kreeg ze, na jaren huisarrest, opnieuw vrije bewegingsruimte. Die vrijlating paste in een proces van vertrouwensopbouw tussen haar Nationale Liga voor Democratie (NLD) en de militaire junta. Kort na die “vrijlating” zei ze: ‘In om het even welk land is een diversiteit aan politieke partijen de enige weg om mensen een stem te geven. Ik besef heel goed dat voor Birma de Liga niet de enige partij is die dit doel heeft. Onze strijd is een bredere strijd, voor vrije meningsuiting en politieke diversiteit.’
Het hoopvolle perspectief dat haar vrijlating toen bracht, is alweer tenietgedaan. Eind mei werd Aung San Suu Kyi onder “preventief arrest” geplaatst. Die maatregel is het antwoord van de junta op de rellen die uitbraken tussen NLD-aanhangers en medestanders van de regering. Over heel het land werden de kantoren van de NLD gesloten ‘tot het probleem is opgelost,’ zo heet het.
De afgelopen weken was nogmaals gebleken, tijdens een rondreis die ze maakte door het land, hoe groot de aanhang en de populariteit van The Lady wel zijn. De laatste parlementaire verkiezingen in Birma zijn intussen geleden van 1990. Die leverden toen een overweldigende meerderheid op voor de NLD, maar die uitslag werd door de militairen nooit erkend. Deze zomer herdenken de Birmanen de volksopstand van 8 augustus 1988. De zenuwachtigheid van de militairen zal daar zeker ook mee te maken hebben. (adw)

Afghanistan ongeschikt voor democratie?


Half juni gingen in Afghanistan de gesprekken van start om de weg te effenen naar een nieuwe grondwet. In oktober verzamelt de Loya Jirga om te overleggen welke nieuwe politieke structuur het naoorlogse Afghanistan het best aanneemt. In juni 2004 zouden er dan presidentsverkiezingen komen om een opvolger aan te duiden voor huidig interim-president Hamid Karzai. Dat is zo overeengekomen in het Akkoord van Bonn, eind november 2001.
VN-waarnemers en mensenrechtengroepen vrezen nu al dat dit proces moeizaam zal verlopen. Ze klagen over bedreigingen, intimidaties en willekeurige arrestaties van wie het aandurft een kritische mening te ventileren over de huidige regering. Daarnaast wordt het land nog steeds verscheurd door etnische conflicten en de machtsstrijd van lokale krijgsheren. Ook de aanwezigheid van Amerikaanse “vredestroepen”, en de talloze incidenten waarbij die betrokken raken, verhit de gemoederen.
Robert J. Barro van de Harvard University vraagt zich nu af of de westerse visie op democratie wel toegepast kan worden op een land als Afghanistan, waar de economische en sociale omstandigheden geen volwaardige participatie van iedereen mogelijk maken. ‘Misschien moet Afghanistan opgedeeld worden in verschillende onafhankelijke landen’, klonk het onlangs, ‘om binnen elke politieke jurisdictie grotere homogeniteit te bekomen.’
Hij verwacht meer van een eerder autoritair regime dat Afghanistan nog minstens vijf jaar met strakke hand bestuurt, om de economie op te krikken en te werken aan politieke stabiliteit. ‘Het zachte wapen van democratie, gekoppeld aan massa’s buitenlandse hulp die het land uiteindelijk afhankelijk maakt, heeft in de loop van de geschiedenis altijd al gefaald’, is de opmerkelijke uitspraak van Robert Barro. Voor lezers met een kort geheugen: de Afghanen werden eind 2001 bevrijd van het Taliban-regime, om de democratie te herstellen. (adw)

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur