'Wild kapitalisme laat niets over voor de zwaksten' Interview

Louis Michel is verhuisd van de Belgische buitenlandpolitiek naar het Europese ontwikkelingsbeleid. Toch is hij zijn rondborstige zelf gebleven. Liberaal, anti-kapitalist, nederlandslievend, ambitieus en gedreven. Dit najaar wil Michel de Europese Raad, de Europese Commissie én de 25 verantwoordelijke ministers uit de lidstaten overtuigen van zijn visie op ontwikkeling, die hij neerschreef in de nota De Europese Consensus.

De Vlaamse pers deed een beetje smalend toen Louis Michel binnen de nieuwe EU-Commissie de verantwoordelijkheid voor Ontwikkelingssamenwerking kreeg. Dat is nochtans geen onbelangrijke post, want de Europese Unie zorgt voor 55 procent van alle ontwikkelingshulp in de wereld. Daarvoor moet de EU-hulp wel opgeteld worden bij de inspanningen die elk van de 25 lidstaten apart doen. Het leeuwendeel van dat Europese manna zit in het Europees Ontwikkelingsfonds, dat in de huidige vijfjarenperiode 15 miljard euro kan besteden in 70 landen in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan, de zogenaamde ACP-landen. Of de Commissie de komende jaren zelf meer geld op tafel zal kunnen leggen, en hoeveel, maakt nog volop voorwerp uit van politieke strijd. Als het aan Louis Michel ligt, is het antwoord duidelijk: ‘Ja, er moet véél meer geld op tafel komen.’ De vraag is óf het aan Michel zal liggen. Op dit moment lijkt het er op dat de meeste lidstaten zelf wel meer willen doen, maar eerder denken aan een vermindering van de ontwikkelingsportefeuille van de Commissie.
De minimale ambitie van een Europees ontwikkelingsbeleid is voor Louis Michel het realiseren van de millenniumdoelstellingen. ‘Dat wordt echter niet gemakkelijk, want er is nog veel werk. Alleen voor de halvering van de armoede zitten we min of meer op schema in heel de wereld, behalve in Afrika. Nochtans vind ik het streven om het aantal mensen dat van een dollar per dag moet leven en honger lijdt te halveren, niet echt ambitieus.’
In zijn beleidsnota pleit de Europees Commissaris voor meer samenhang tussen het ontwikkelingsbeleid van de EU en het beleid dat Commissarissen ontwikkelen, bijvoorbeeld op het vlak van landbouw, buitenlandse handel of buitenlandse zaken. Het is immers duidelijk dat het Europese beleid op die terreinen minstens evenveel invloed heeft op de ontwikkelingskansen van de armere landen als de pure ontwikkelingshulp. Vraag is dan of Louis Michel zal kunnen inbreken in die andere beleidsdomeinen in het belang van ontwikkeling, dan wel of ontwikkelingssamenwerking dus een instrument wordt om aan Europese geopolitiek te doen.
Louis Michel: Er wordt al jaren geprobeerd om coherentie te verkrijgen, maar dat is nog nooit gelukt. Nu heb ik een akkoord dat slaat op elf bevoegdheden die te maken hebben met ontwikkeling, zoals landbouw, visserij, wetenschappelijk onderzoek, handel en milieu. Als de betrokken Commissarissen een maatregel nemen met gevolgen voor ontwikkeling, dan moeten ze altijd overleggen met mij. Bijvoorbeeld: Eurocommissaris voor Energie Piebalgs wil maatregelen nemen in verband met de energieprijs. Ik heb onmiddellijk gevraagd te onderzoeken wat de stijging van de olieprijzen betekent voor de ontwikkelingslanden.
Blijkt dat die stijging acht keer zoveel impact heeft op de economie van die landen als de schuldkwijtschelding. Ik wil dat ter sprake brengen en zien wat we kunnen doen. Een ander voorbeeld: er waren visserij-akkoorden met Mauretanië. Mijn administratie is, na de staatsgreep daar, tussengekomen om dat akkoord te bevriezen, zodat we eerst konden spreken met de nieuwe regering over haar intenties en engagementen. Er moet een reflex ontstaan bij de andere Commissarissen.
De Commissie wil intussen wel vrijhandelshandelsakkoorden afsluiten met groepen van ACP-landen. Hebt u greep op dat proces?
Louis Michel: Daar hebben wij natuurlijk greep op. We volgen die zogenaamde Economic Partnership Agreements (EPA’s) van dichtbij. Commissaris Mandelson voor Handel en ik hebben daar stevige discussies over. Hij wil dat we die vrijhandelsafspraken begeleiden met ontwikkelingsprojecten. Ik heb het geld, hij niet. Ik wil niet dat hij liberalisering opdringt in ruil voor ontwikkelingsgeld.
Ik kan echter niet zeggen dat de gesprekken met Mandelson makkelijk verlopen. Hij wil vooral vrijhandel met de EU, ik vind dat die EPA’s op de eerste plaats regionale handelsblokken moeten worden, waar de markteconomie haar werk kan doen. Ik wil dan wel projecten opzetten om ervoor te zorgen dat die verandering menselijk blijft. Want zelfs regionale markten betekenen dat invoertarieven afgeschaft worden en dus dat de betrokken overheden inkomsten verliezen. Terwijl de overheden die inkomsten nodig hebben om de functies van de staat te blijven uitvoeren. Ik vind dus dat die regio’s het recht hebben om zich te blijven afschermen van de EU als dat nodig is voor hun economie. Maar niet iedereen in de Commissie vindt dat.
Vrijhandel en liberalisering waren volgens het IMF nochtans het antwoord op alle vragen.
Louis Michel: Ik denk dat we die mantra in vraag moeten stellen. In de jaren negentig dacht iedereen dat de totale liberalisering dé oplossing was voor de problemen van de Minst Ontwikkelde Landen. We zouden de onzichtbare hand van de markt wonderen zien doen. Maar we hebben niks gezien. Dat was eigenlijk te verwachten. Zonder een staat kan je niet liberaliseren. Congo, bijvoorbeeld, is potentieel zeer rijk maar als je daar een wild kapitalisme op loslaat, zal er niet veel over blijven voor de Congolezen. 
Toch lijkt de Europese Commissie doordrongen van het neoliberale gedachtegoed.

Louis Michel: : (windt zich een beetje op) Wat u neoliberaal noemt, heeft niets te maken met liberalisme, maar met kapitalisme. Sommige liberalen zeggen wel: hoe kleiner de staat, hoe beter. Maar dat is krankzinnig. Het is een visie die grote ondernemingen kan helpen, maar niet de kwetsbare bevolking. Ik ben voor een goed werkende staat, die regels formuleert en doet naleven. In zwakke landen moet je een sterke staat hebben die regels bepaalt en die de rijkdom herverdeelt. Maar die visie leeft niet echt in de EU-instellingen. Dat heeft misschien te maken met een cultuur van goedbetaalde ambtenaren, maar er is ook het pensée unique, de overtuiging dat er geen alternatief is voor de globalisering zoals we die nu meemaken.
In uw beleidsnota spreekt u over het Europese model waarin herverdeling en sociale zekerheid centraal staan. De EU heeft in het IMF 32 procent van de stemmen, daarmee zou de Unie een enorme invloed kunnen uitoefenen op de wereldeconomie.
Louis Michel: Dat zou kunnen als die sociale visie binnen de EU of binnen de Europese Commissie breder gedeeld wordt. Quod non. Misschien pleit ik zo sterk voor sociale cohesie omdat ik Belg ben. In België is dat sociaal model echt ingeworteld in ons geweten. Niemand wil hier de sociale zekerheid op zijn Amerikaans. We moeten hierover in Europa een diepgaande discussie voeren. Ik ben, als liberaal, voorstander van een zeer grote vermindering van de belasting op arbeid en van een verhoging van andere belastingen.
Meer belasting op kapitaal, bijvoorbeeld.
Louis Michel: Vooral op speculatief kapitaal.
Of een belasting op vliegtuigtickets, zoals Frankrijk voorstelt?
Louis Michel: Ik sta achter dat voorstel, omdat het meer geld oplevert voor ontwikkeling. Maar echt ernstig is zo’n aanpak niet. Een taks op de wapenindustrie zou veel beter zijn. En ik zie niet in waarom het onmogelijk zou zijn zo’n wapentaks te organiseren en te innen. Maar de enige goede manier om meer geld te besteden aan ontwikkeling is door meer middelen vrij te maken op de nationale begrotingen. Daarom span ik me zo sterk in voor een verhoging van de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking.
In 2000 beloofde de EU 0,39 procent van haar bruto inkomen aan hulp te besteden tegen 2006, en we zijn nu al verder. In 2006 zullen we 0,42 procent halen. Om die reden heb ik een nieuwe doelstelling vooropgesteld voor 2010: de 15 oude lidstaten moeten tegen dan minimum 0,51 procent besteden aan hulp, en de nieuwe landen 0,17 procent. Dankzij landen als Luxemburg, Zweden en Nederland -die nu al aan 1 procent of meer zitten- zou dat ons op een Europees gemiddelde van 0,56 procent brengen voor 2010. Uiteindelijk wil ik dat we tegen 2015 0,7 procent van ons inkomen aan hulp geven.
Wordt die doelstelling gesteund in de Europese Commissie?
Louis Michel: Het is absoluut noodzakelijk dat Europa op het gebied van ontwikkeling een leiderschapsrol opneemt in de wereld. Commissievoorzitter Barroso steunt me daarin. Je voelt dat hij minister van Ontwikkelingssamenwerking is geweest. Ontwikkeling is echt een van de belangrijke beleidspunten van de Commissie geworden. 
Is het dan niet pijnlijk dat België, het land dat u vertegenwoordigt in de Commissie, het niet zo goed doet op dat vlak?
Louis Michel: In 2003 besteedde België 0,6 procent van zijn BNP aan ontwikkelingshulp. Dat was een vertekend cijfer omwille van die kwijtschelding van oude Congolese schulden (die voor 100 procent werden ingebracht als hulp, nvdr). Maar het is toch een feit dat het budget ontwikkelingssamenwerking sinds 1999 elk jaar gestegen is.
Dat klopt niet. In 2002 stond de Belgische hulp op 0,43 procent van ons nationaal inkomen, in 2004 was het nog slechts 0,41 procent.
Louis Michel: Het huidige cijfer klopt met de realiteit. De 0,43 procent van 2002 was virtueel. Dat was niet zeer eerlijk. We hebben toen wat trucjes gebruikt. Dat weet ik nog.
In 2004 zijn ook trucs gebruikt, zoals het aanrekenen van de opvang van asielzoekers als hulp.
Louis Michel: Dat kan best, maar wat wilt u?
Vreest u niet dat landen de door u verhoopte cijfers zullen halen door oude schulden kwijt te schelden, die de ontwikkelingslanden al lang niet meer afbetalen?
Louis Michel: Dat zal ook afhangen van de projecten die wij de lidstaten aanbieden. Als de Commissie goede projecten heeft, dan zullen de lidstaten wel bewegen, denk ik. Iin november presenteer ik een groot plan voor Afrika: infrastructuurwerken zoals wegen, autostrades, communicatienetwerken, het ontsluiten van geïsoleerde regio’s. Het is een zeer ambitieus pakket, maar de Commissie heeft dan ook veel expertise op dit gebied (80 procent van de EU-hulp gaat naar dat soort investeringen, nvdr).
Bereidt u die Afrika-strategie voor samen met de Afrikanen?
Louis Michel: We werken in permanent overleg met de Afrikaanse Unie, maar ook met de regionale organisaties. De Afrikaanse Unie is beloftevol en krijgt dus inspraak in onze plannen, al werkt ze wat weinig van onderuit. De regionale organisaties vertolken meer de dagelijkse realiteit. Zij zullen mee bepalen waar de wegen en spoorwegen komen.
U hecht ook veel belang aan mensenrechten, maar worden die in de praktijk niet snel vergeten als er commerciële belangen in het gedrang komen?
Louis Michel:
Mijn ontwikkelingsbeleid staat volledig los van economisch belangen. Dat betekent niet dat ik helemaal ongevoelig ben voor economische betrekkingen tussen de ACP-landen en Europa. Daarom probeer ik de idee te lanceren dat ondernemingen die met Europees ontwikkelingsgeld werken een ethisch label moeten hebben. Zo’n label zou gebaseerd zijn op een aantal criteria: dat ze hun werknemers moeten vormen, bepaalde arbeidsnormen moeten naleven…
Dat is het kader waarin u pleit voor het betrekken van privé-bedrijven in ontwikkeling.
Louis Michel: Wat wil je? Als we in Congo jobs willen creëren, zullen we daarvoor het bedrijfsleven nodig hebben. Willen we de staat daar stap voor stap herstellen, dan moeten we er tegelijk voor zorgen dat ondernemingen er investeren. Ik denk dat het moment goed gekozen is voor zo’n ethisch label. Ngo’s moeten beantwoorden aan bepaalde criteria als ze met ons willen werken. Ik zou ook zoiets willen voor ondernemingen, een soort kwalificatie. Zij zullen ons Europese prijzen aanrekenen. Dan is het toch normaal dat ze ook bepaalde sociale normen respecteren. Wij bespreken die idee momenteel met de ondernemingen, dus dat zit goed. Onze ondernemingen eerbiedigen veel meer dan bedrijven van elders de morele normen –uit schrik voor de pers, en omdat er hier meer een ethische cultuur bestaat. Wat zou er gebeuren als wij de spoorwegen in Congo zouden subsidiëren in een open markt zonder ethisch label? Ik denk niet dat een Europese firma dan veel kans maakt om die offerte binnen te halen. Misschien gaan alle contracten dan wel richting China. Ik wil de Europese bedrijven betere kansen geven.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift