Winst uit de hemel

Op zoek naar een gouden zaakje? Verkoop water in een derdewereldland, verdubbel de prijzen, onderwerp het opvangen van regenwater aan een vergunningsplicht en zorg dat jouw bedrijf deze vergunningen verkoopt. Volgens de radio- en televisiespot die 11.11.11 in november liet uitzenden, was dit onwaarschijnlijke scenario rauwe werkelijkheid in Cochabamba, Bolivia. Ongeloofwaardig? MO* trok het even na.

Winst uit de hemel


Het consortium Aguas del Tunari (AdT) kreeg in Cochabamba vanaf september 1999 een concessie om het drinkwaternetwerk, voordien beheerd door de overheidsdienst SEMAPA, uit te baten. De nationale overheid zorgde een maand later voor een controversiële wet (wet 2029) die het gratis gebruik van waterbronnen zoals regen, waterputten, meren en rivieren niet langer toeliet, omdat dat strijdig zou zijn met de exclusieve rechten van AdT. Dat betekende meteen dat een groot deel van de bevolking geen toegang meer had tot drinkwater, aangezien slechts 49 procent van de bevolking aangesloten was op het stedelijk waternetwerk. De andere 51 procent was voor zijn drinkwater afhankelijk van private waterputten, watertankers en private netwerken. Voor de watertankers, los tanqueros, die veel geld verdienen met de verkoop van water aan de armste wijken, betekenden het verbod op concurrentie en de voorziene uitbreiding van het drinkwaternetwerk een zwaar verlies. Het aandeel van de tanqueros in het verzet tegen de privatisering was dan ook groot.
De wet die het monopolie van AdT uitbreidde van de distributie via leidingen tot alle water dat uit de hemel viel en uit de aarde opwelde, werd nooit effectief in praktijk gebracht. Jonathan Marshall van Bechtel Corporations, een belangrijke participant aan AdT, vertelde ons dat AdT nooit de intentie had om private regenputten te sluiten. Dankzij de hevige protesten werden zowel wet 2029 als de concessie in april 2000 herroepen. SEMAPA werd opnieuw verantwoordelijk voor de drinkwatervoorziening en onder leiding van een nieuw bestuur wordt een vergroot bereik verzekerd. De tariefverhogingen van AdT zijn ongedaan gemaakt, wat goed nieuws is voor wie aangesloten is op het netwerk. Maar de arme bevolking heeft nog steeds geen toegang tot zuiver en betaalbaar kraantjeswater. (st)

Regen is oneerlijke concurrentie


São Paulo, Brazilië’s miljoenenstad, heeft een dubbel waterprobleem. Voor de drinkwatervoorziening moet nu al 60 kilometer buiten de stad gepompt worden. Met een verwachte bevolkingsaangroei tot 22 miljoen inwoners binnen 25 jaar is het gevaar voor uitputting van de waterbronnen heel acuut. Anderzijds veroorzaakt de regen tijdens het regenseizoen steeds vaker overstromingen. Creatieve geesten proberen het eerste probleem nu op te lossen door het tweede aan te pakken. Door via installaties op de daken regenwater op te vangen en te verzamelen, wordt water voor huishoudelijk gebruik gewonnen én wordt de riolering bij hevige regenval ontlast.
In het dorre Noordoosten van Brazilië is eind 2001 een begin gemaakt met de bouw van één miljoen waterreservoirs tegen 2008. Dit Eén Miljoen Rurale Waterreservoirs Project (P1MC) werd in 2002 gelauwerd als het beste milieuproject van het jaar. Via dakgoten wordt het beetje jaarlijkse regen opgevangen in betonnen huisreservoirs. Anders dan in bijvoorbeeld São Paulo is het water hier ook geschikt als drinkwater. Traditioneel was water in deze regio een cruciale machtsfactor. In periodes van droogte stuurden politici watertankers in ruil voor stemmen. Niet alle politici zijn bijgevolg even enthousiast over het project. Zo voerde de burgemeester van Bahia al campagne voor de afbraak van de reservoirs.
De regering van Lula daarentegen is via het Nationaal Wateragentschap de belangrijkste sponsor van het project. Het P1MC botst echter met het mondiale waterbeleid dat de EU voor ogen staat. Via GATS (General Agreement on Trade in Services) wil de EU een afzetmarkt creëren voor zijn grote watermultinationals zoals Suez en Veolia (het vroegere Vivendi). Indien Brazilië bereid is zijn watersector aan de GATS-discipline te onderwerpen, dan wordt de regel van kracht dat de overheid geen enkele “onnodige belemmering voor handel en diensten” mag opleggen. Bedrijven zouden klacht kunnen indienen tegen overheidsprogramma’s om regenwater op te vangen. Want water, ook regenwater, moet winst opleveren. (st)

Rajendra Singh oogst regen


‘Hou nu toch eens op met praten, doe iets!’ De dorpsbewoners van Kishori waren de praatjes van de jonge activisten uit de stad beu. Natuurlijk wilden ze ontwikkeling en vooruitgang en de schitterende toekomst waarop ze volgens de studenten recht hadden. Maar op de eerste plaats hadden ze behoefte aan water. De Indiase deelstaat Rajastan heeft namelijk voortdurend af te rekenen met droogte, en de waterputten in de dorpen stonden leeg. Rajendra Singh, een van die studenten, begon in 1986 samen met de dorpsbewoners aan de bouw van een johad, een traditionele afdamming waardoor het regenwater, dat gedurende enkele dagen per jaar overvloedig neerstroomt op de heuvels van de Arvari-regio, opgevangen wordt.
Rajendra Singh: ‘Al na een jaar en de bouw van vier johads waren er waterputten die opnieuw volliepen doordat de grondwatertafel steeg. Daarna konden we een soort contract voorstellen aan de dorpen. Wij zouden buitenlandse steun zoeken voor de constructie van nog meer johads, op voorwaarde dat de dorpen bereid waren een aantal ecologische afspraken te maken: een roterend systeem voor begrazing door koeien, geiten en kamelen, een verbod op het kappen van groene bomen, het bannen van alcoholgebruik.’
Is het gelukt die afspraken te houden?
‘Ja. Het overleg tussen de gemeenschappen heeft zelfs bijkomende afspraken opgeleverd. We verbouwen niet langer suikerriet of rijst, omdat ze teveel water vragen. Wie bijdraagt tot de bouw van johads kan gratis water gebruiken. Wie niet bijdraagt, betaalt voor de irrigatie van zijn land.’
Waarom was er buitenlandse steun nodig om een lokale traditie te herstellen?
‘Na de onafhankelijkheid nam de overheid de verantwoordelijkheid voor de watervoorziening over van de dorpen en gemeenschappen. De staat kwam haar belofte echter niet na, ook al bleef ze insisteren op haar exclusieve verantwoordelijkheid. Ook nadat onze aanpak letterlijk en figuurlijk vruchtbaar bleek, bleven de ambtenaren vanuit de hoofdstad stokken in onze wielen steken. Hun machtsbasis brokkelt immers af als een lokale gemeenschap autonoom handelt. We kregen verbod om johads te bouwen in natuurgebied of in bepaalde dorpen. De dorpen zijn intussen echter zo sterk georganiseerd dat ze zich daar niets van aantrekken. We hebben nu meer dan 3500 opvangbekkens, kleine vijvers en dammen. We zijn zelfs voor de rechtbank gedaagd én veroordeeld omdat we bomen geplant hadden op gemeenschappelijke grond. Niet het planten was verboden, maar dat doen zonder ambtelijke toestemming. Door koppig vol te houden, hebben we de overheden in Rajastan en India kunnen overtuigen van het belang van regenwater én van het belang van de eigen verantwoordelijkheid van de mensen.’
Liever privaat initiatief dan overheidsinitiatief voor drinkwatervoorziening?
‘Wij kiezen voor gemeenschapsinitiatief. De privatisering die nu door de overheid en bedrijven bepleit wordt, zorgt voor nieuwe problemen, omdat ze individuele winst boven collectief belang stelt. Als enkele mensen in de regio dieper gaan pompen om meer geld te verdienen aan water, dan daalt ook de watertafel voor de buren. Grondwater is per definitie gemeenschappelijk bezit. We moeten opnieuw leren werken op basis van het principe dat wie het meeste water neemt, ook het meeste moet doen om water terug te geven. Daarvoor kunnen we niet rekenen op een administratie of een regering die ver weg in de hoofdstad zitten, en ook niet op ondernemers die vooral aan hun eigen profijt denken.’ (gg)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur