Wrede oorlog, wrede vrede

Bij het afwerken van dit artikel gaan de NAVO-bombardementen in Joegoslavië hun derde week in en de vluchtelingenstroom wordt omschreven als ‘Afrikaans’. Bij de bakker en in het café om de hoek zit iedereen met dezelfde vraag: waarom? Waarom wordt deze oorlog gevoerd? Was dit conflict niet op een andere manier op te lossen?
Jo Govaerts geeft hieronder geen analyse van het optreden van de NAVO, maar wel enkele beschouwingen bij fenomenen als oorlog, vrede en conflict. Jo Govaerts is schrijfster, slaviste en antropologe van ontwikkelingshulp. Momenteel werkt ze voor ‘Field Diplomacy Initiative’, een organisatie die zich bezig houdt met conflictpreventie.

Heerlijke, nieuwe wereld

Begin april 1999. De oorlog die volop bezig is te escaleren, verdringt de oorlog die herdacht zou moeten worden. De beelden uit Kosovo zijn actueel, die uit Rwanda al vijf jaar oud en dus verplaatsbaar naar het tweede net, naar de duidingsprogramma’s, nog net niet naar de vergetelheid. De Rwandese genocide en de oorlogen in het voormalige Joegoslavië zijn de pijnlijke symbolen van een decennium dat voorbestemd was om het begin te zijn van een heerlijke, nieuwe wereld. Het ergste is: Rwanda en ex-Joegoslavië zijn lang niet de enige plaatsen waar militair geweld het hoogste woord voert. Liberia, Angola, Colombia, Sri Lanka, Afghanistan, Tsjetsjenië, Algerije, Ethiopië, Congo, Uganda. Elk land op de lijst is er één te veel. Oorlog. Het gegeven is actueler dan ooit en de onmacht van u en mij om oorlog te voorkomen is groter dan ooit. Het komt gevaarlijk dichtbij ons eigen knusse huisje nu we de vluchtelingen in onze eigen winkelstraten zien, waardoor negeren onmogelijk is.

Vlees en bloed, herinneringen en dromen

Zelf begon ik ooit Servo-Kroatisch te studeren, maar voor ik op niveau kwam bestond die taal niet meer. Ik had vrienden in Joegoslavië, maar voor ik ze eens bij hen kon gaan bezoeken kwam er geen antwoord meer op mijn brieven. In de plaats daarvan ging ik poëzie studeren in Polen. Uit de gedichten stonden de schimmen op van slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, en tastbaar waren de overlevenden, en de kinderen van overlevenden, die nog altijd worstelden met vragen over de zin van dat alles, en de onzin. Wij zijn allemaal overlevenden. Graag vergeten wij dat. Wij doen alsof de relatieve vrede waarin wij leven eeuwig is geweest en eeuwig zal duren. Zo lopen wij onachtzaam over ontelbare graven en denken dat wij de wijsheid hebben om in vrede te leven, terwijl het die anderen zijn die zo ongeraffineerd zijn dat ze nog oorlog voeren. Dat is nochtans niet het beeld dat anderen van ons hebben. Vanuit Afrika gezien zijn wij nog altijd degenen die zich verrijkt hebben via kolonialisme, en die nu met aalmoezen komen aandragen om de ellende te verzachten die we zelf hebben aangericht. Vanuit het Oostblok zijn wij de kapitalisten die tijdens het communisme de officiële vijand waren, en nu de Muur afgebroken is inderdaad geslepen mooipraters blijken die in wezen onverschillig staan tegenover de sociale keldering van de voormalige Oostblok-landen, voor zover er geen zaken te doen zijn. Natuurlijk is dat karikaturaal gesteld, maar het tegendeel hebben we in ieder geval nog niet kunnen bewijzen. Zelf vind ik het heel spijtig hoe het einde van de Koude Oorlog als een triomf voor het Westen werd gezien, en vooral dan voor het Amerikaanse model, dat meteen op een ongeraffineerde manier werd uitgedragen door hedendaagse Sinterklazen als George Soros. In de plaats daarvan had dat historisch moment een aanleiding kunnen zijn voor een herbronning aan beide zijden, een erkenning dat er twee kampen waren geweest aan die absurde uithoudingsoorlog, en dat dat aan twee kanten ondemocratische neveneffecten heeft gehad

We zijn allemaal mensen van vlees en bloed, vol trots, herinneringen en dromen. Daarom wensen we een dak en brood, waardigheid en waarheid. Als dat niet erkend wordt, is dat een bron van ontevredenheid en conflict. Daarom werd er in Polen vijftig jaar na de feiten nog op aangedrongen dat Rusland massamoorden die begaan werden tijdens de Tweede Wereldoorlog officiëel zou toegeven. Daarom werd in Zuid-Afrika een Commissie voor Vrede en Gerechtigheid ingesteld, die de misdaden van het Apartheidsregime zou onderzoeken. In ruil voor amnestie werd ten minste waarheid nagestreefd.

Goed doen, kwaad doen

Helaas is er net zo min een enkele waarheid als dat er een goeie kant en een slechte kant is aan een conflict. Elk systeem heeft zo zijn vanzelfsprekendheden die beschouwd worden als waar en juist, maar die het daarom nog niet zijn. Wanneer er veranderingen plaatsvinden vallen precies die vroegere zekerheden plots weg. De ene kan daar baat bij hebben, terwijl een ander erbij inboet, zonder enige wetmatigheid.

Zoiets observeerde ik van dichtbij in Kyrgyzstan, een land waar ik tijdens de zomer van 1998 een tijd werkte. Het is een kleine, bergachtige republiek tussen China en Kazachstan, die onafhankelijk werd na het uiteenvallen van de Sovjetunie. Het land was nooit eerder onafhankelijk en al is er een geschiedenis van verzet tegen zowel de tsaristische als de

Sovjet-overheersing, toch zijn de meningen vandaag verdeeld over het wegvallen van de Sovjet-Unie. Het land was zowel economisch als politiek niet voorbereid op de nieuwe situatie. De macht en dus ook de meeste politieke postjes zijn in de handen gebleven van dezelfde personen als voor de onafhankelijkheid, waardoor er weinig spanningen zijn op dat vlak. Dat verklaart ook meteen waarom er geen ingrijpende democratisering plaatsvindt. Aan fundamentele veranderingen hebben de oude rotten geen boodschap. Het merendeel van de bevolking is spectaculair verarmd en vond de situatie vroeger beter. Toch zijn er ook groepen die positief staan tegenover het huidige klimaat, met name de zakenlui en de ‘ngo-ers’. ‘Ngo-ers’ is het neologisme dat ontstaan is om de mensen aan te duiden die voor allerlei plaatselijke en internationale ngo’s werken. Omdat ngo’s meestal fondsen ontvangen uit het buitenland en ngo-ers hun loon uitbetaald krijgen in dollars, zijn die mensen er relatief goed aan toe, zelfs rijk in de ogen van anderen. Dat imago staat in sterk contrast met de opgave die er eigenlijk achter hun werk zit, namelijk de problemen van de overgang naar een democratisch en welvarend Kyrgyzstan te vergemakkelijken.

Zo maakte ik in Kyrgystan de ‘geboorte van een ontwikkelingsland’ mee. Ik merkte er hoe er plots een kloof kan vallen binnen één volk, hoe de ene met graagte deel gaat uitmaken van de wereld van ontwikkelaars en de andere schaamte voelt om plots gezien te worden als verarmd en toe aan ontwikkeling. Ontwikkeling is, spijtig genoeg, niet altijd de eerste stap in het oplossen van conflicten. Ontwikkeling kan zelf het tegenovergestelde zijn: de eerste stap in een serie van steeds scherper wordende conflicten. De meeste ontwikkelingsprogramma’s volgen een soort internationale mode. Wat het bijvoorbeeld goed doet op dit moment, zijn de programma’s van steun aan moeders met veel kinderen. Toegegeven, het is niet gemakkelijk om een groot gezin te onderhouden in Kyrgyzstan. Alleen vergeet men dat vrouwen zonder kinderen economisch niet beter af zijn en in Kyrgyzstan sociaal veel zwakker staan dan vrouwen met kinderen. De oudere vrouwen hebben bovendien nog een opleiding genoten tijdens de Sovjet-jaren, terwijl de meisjes nu opnieuw vroeger stoppen met studeren en geen betaald werk verrichten, maar vaak worden opgeëist door oudere vrouwen als bijkomende huishulp. Op lange termijn zullen zij er slechter aan toe zijn dan de huidige doelgroep van de vrouwenontwikkelingsprogramma’s. Zo kan onvoldoende afgewogen ontwikkelingshulp bijdragen tot de vergroting van sociale tegenstellingen in een maatschappij, hoewel die in dit geval waarschijnlijk geen aanleiding zullen vormen tot het uitroepen van een onafhankelijke republiek voor jonge kinderloze vrouwen.

Wiens democratie?

Er wordt veel gesproken over democratie, en welk land die heeft en welk land niet. Minder wordt er gesproken over hoe die tot stand komt en hoe die ongedaan gemaakt wordt. Dat vereist misschien niet eens nog meer internationale interventies, maar veeleer minder. Minder vredesinterventies, oorlogsinterventies, economische interventies, ontwikkelingsinterventies. Het voorbeeld van ontwikkelingshulp in Kyrgyzstan illustreerde al hoe ontwikkelingshulp sociale ongelijkheid kan creëren. Maar nog meer maakt het mensen monddood, want die vlotte westerlingen en stadsmensen praten zo vlot en weten het beter in een wereld waar beter weten bewezen wordt door rijkdom. Al praten ze over democratie en inspraak, democratie en inspraak is er daardoor niet. Dezelfde dubbelzinnigheid merkte ik op tijdens de verkiezingen in oktober 1998 in Bosnië-Herzegovina. Ik stond versteld van het onvertrouwen dat geuit werd door de mensen waarmee ik sprak, waarbij er vooral vaak geïnsinueerd werd dat de OVSE partijdig was en de verkiezingen vervalste. Waar of niet, als een internationale organisatie niet als neutraal wordt ervaren en haar voorstellen als dwang, dan kan die organisatie de geest van democratisering onmogelijk nog overbrengen. Het feit dat de OVSE over de jaren haar verkiezingsassistentie niet heeft kunnen afbouwen, maar in tegendeel al een soort traditie heeft opgebouwd, waarin de OVSE zich meester maakt van één van de belangrijkste symbolen van democratie.

In het geval van Nigeria is de desillusie over hun recente verkiezingen onder de oppositie groot. Terwijl zij zich tijdens de laatste decennia veel meer dan de internationale organisaties begaan hebben getoond met de democratisering en economische sanering van hun land en daarvoor tal van suggesties hebben gemaakt op internationale ontmoetingen, hebben nu halsoverkop georganiseerde verkiezingen dankzij internationale steun democratische allures verleend aan een president wiens banden met de vorige dictatuur te nauw zijn om echt verandering te beloven. Oppositiegroepen hadden ervoor gepleit eerst een nationale conferentie op te richten, waarin vertegenwoordigers van allerlei strekkingen hun visies naast elkaar zouden kunnen leggen en samen een kader creëren voor een nieuwe start. Dat is dus niet gebeurd.

Hiermee wil ik niet pleiten voor een politiek van laissez-faire en tegen internationale verantwoordelijkheid, maar wel tegen misplaatste bemoeizucht en een superieure houding. Tegen de naïveteit van een neutrale rol te kunnen spelen. Tegen de tegenstrijdigheid van boodschap en vorm. En het perverse effect ervan, dat verantwoordelijkheid voor een gevolgde politiek kan afgeschoven worden op die prachtige abstracte totaal onverantwoordelijke en uiterst ondemocratische internationale gemeenschap.

Het kikkerperspectief

Ze hebben minder pers-verantwoordelijken, maar ze bestaan ook: plaatselijke initiatieven die proberen conflicten te overkomen. De mensen die zich daarmee bezig houden staan op in een conflictsituatie, gaan slapen in een conflictsituatie, voeden hun eigen kinderen op in een conflictsituatie, en als het geweld zich tegen henzelf keert staat er geen jeep of helikopter klaar om hen te evacueren. Misschien kunnen ze op eigen houtje ontsnappen en hopen op asiel in een of ander democratisch land. Plaatselijke organisaties en groepen die zelf proberen conflicten op te lossen beantwoordt aan de idee dat een conflict pas echt opgelost kan worden als de mensen die erbij betrokken zijn zelf de bereidheid tonen om tot een oplossing te komen. Het spijtige is dat een conflict een zodanige impact kan hebben op de omgeving dat iedereen partij moet kiezen en er dus geen mogelijkheid is om zich neutraal of bemiddelend op te stellen. In Kosovo worden Servische mannen die het land willen verlaten gedwongen om onder de wapens te gaan, waardoor zij dus niet de mogelijkheid hebben om zich te distanciëren van de politiek van de Joegoslavische overheid. In Noord-Ierland word je geïdentificeerd als katholiek of protestant naargelang de plaats waar je woont, de school waar je studeert, de sport die je beoefent, enzovoort. Verschillende plaatselijke organisaties proberen nu sportclubs te sensibiliseren om hun imago te wijzigen, OCMW’s te overtuigen om in sociale wijken katholieken en protestanten door elkaar te doen wonen, en bedrijven te overtuigen om mensen van beide kanten aan te werven, met het markt-argument dat ze dan ook hun producten zullen kunnen verkopen aan de hele bevolking.

Dat is allemaal heel traag werk, en een deel ervan gebeurt zo onopvallend mogelijk, net omdat zulke acties weerstand zouden kunnen oproepen en verworpen worden als ‘verraad aan de eigen groep’. Op dezelfde manier is het heel moeilijk voor de boegbeelden van de twee partijen om elkaar te ontmoeten, omdat dat meteen al geïnterpreteerd zou worden als een teken van toegeeflijkheid.
Omdat elke plaats zijn connotaties heeft, zou naargelang de plaats het overgewicht bij de ene of de andere partij liggen. In zulke omstandigheden kunnen buitenlandse, externe organisaties of individuen een oplossing bieden, door op te treden als tussenpersonen of door een neutrale plaats aan te bieden. In Belfast heeft de Quaker-gemeenschap om die reden een ‘open huis’ ingericht, waar al voor het openlijke opstarten van het vredesproces een eerste toenadering mogelijk was. Dat is allemaal heel omzichtig gebeurd, zonder veel ruchtbaarheid. Maar het huidige stremmen van het vredesproces, ondanks de steun van de massa van de bevolking, illustreert nog maar eens dat het oplossen van conflicten heel delicaat is. Voortdurend moet erop gelet worden dat vertrouwen ongeschonden blijft en dat niet alleen de massa, maar precies ook meer radicale stromingen deel blijven nemen aan het proces. De vertegenwoordigers van de partijen kunnen zelf niet overhaast optreden, omdat zij anders gewoon niet meer erkend worden als woordvoerders. Naar hun achterban toe zullen zij op dezelfde manier voortdurend overleg moeten plegen en tot consensus moeten komen, als men interne verdeeldheid en versplintering wil voorkomen. En het was nodig dat ook de Britse staat toegaf zelf een partij te zijn in het conflict.

Blaffende honden bijten niet

Het is niet omdat veranderingen gevaarlijk kunnen zijn dat we ze tegen moeten gaan. Integendeel. Hoe het afloopt met het soort ‘stabiliteit’ dat het IMF als voorwaarde stelt voor steun hebben we recent nog kunnen zien in Zuid-Oost-Azië. Ook de crisissen in het voormalige Oostblok zijn uiteindelijk het uitzieken van een te lang in stand gehouden status quo. Wanneer ‘vrede’ maar pleisterwerk is om gesmoorde conflicten te verbergen, zullen er alsmaar meer lagen pleisterwerk moeten worden aangebracht om de steeds weer doorbrekende barsten te verbergen. In de plaats moet er een flexibeler systeem komen, waarin conflicten als zodanig erkend kunnen worden en aangepakt. In principe zou een democratie zo moeten werken, via consensusvorming. Op internationaal vlak is dat nog helemaal niet in zicht. Nu kunnen we nog lokale conflicten smoren, maar misschien moeten we beseffen dat achter die lokale conflicten ook een protest kan schuilgaan tegen een internationale wanorde. Het is een les die al geleerd is uit talrijke conflicten en oorlogen dat het gemakkelijker en goedkoper is om conflicten te voorkomen dan ze nadien tot bedaren te brengen. Anderzijds is er ook de treurige observatie dat er pas in eigen boesem gekeken wordt door de dominante groepen als ze zelf de nefaste gevolgen beginnen te voelen. Ik vraag me af hoeveel vluchtelingenstromen er nog op gang moeten komen voor dat punt bereikt wordt. Maar ja, wij hebben de middelen om ze ergens anders op te houden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift