'Zaak-Franklin slechts topje van ijsberg'

Het onderzoek van de Amerikaanse inlichtingendienst FBI naar mogelijke spionage voor Israël door een topambtenaar van het Pentagon is sowieso spraakmakend. Maar maakt het ook nog eens deel uit van een veel ruimer onderzoek? De FBI en het ministerie van Defensie vermoeden dat Israël Amerikaanse militaire technologieën heeft doorverkocht aan landen die Washington als zijn vijanden beschouwde. Tenminste, dat signaleren enkele goedgeplaatste bronnen.

Vrijdag onthulde de zender CBS-news dat de FBI een onderzoek voert tegen Lawrence A. Franklin, een Iran-specialist op het Pentagon. De man wordt ervan beschuldigd, zo meldde de zender, twee vertrouwelijke documenten over het Amerikaanse Iran-beleid te hebben doorgespeeld aan AIPAC, de belangrijkste pro-Israëlische lobbygroep in Washington. Het nieuws werd in alle toonaarden ontkend door Israël, waar de zaak herinneringen opriep aan de zaak John Pollard, een analist die in 1985 levenslang kreeg wegens het doorspelen van Amerikaanse staatsgeheimen aan Israël.

De zaak is opmerkelijk. Niet zozeer omwille van de vermeende spionage, maar eerder omdat de FBI überhaupt een onderzoek instelt. Israël en de VS onderhouden traditioneel zeer nauwe banden en in de informele netwerken van Washington vloeit veel informatie heen en weer. Zoals een voormalige directeur van de Israëlische inlichtingendienst Mossad het verwoordde: als een Israëlische diplomaat of agent iets wil weten organiseert hij gewoon een lunch.

Volgens sommige waarnemers is het onderzoek het gevolg van de Amerikaanse nervositeit over het Iraanse atoomwapenprogramma. Een andere verklaring is dat het onderzoek een poging is om de Amerikaanse Republikeinen in verlegenheid te brengen met het oog op de verkiezingen in november.

Het onderzoek is misschien een puzzelstukje in een groter geheel. Volgens een betrouwbare bron, die liever anoniem blijft, heeft de FBI een aantal onderzoeken naar contraspionage heropend die teruggaan tot de jaren tachtig en die - tot frustratie van velen - nooit degelijk werden gevoerd. Niet onbelangrijk: bij de verdachten zijn een aantal van de huidige topmandatarissen in Washington: Defensieminister Paul Wolfowitz, onderminister van Defensiebeleid Douglas Feith en Richard Perle, die tot vorig jaar een kaderfunctie bekleedde in de Defence Policy Board (DPB), een adviesorgaan dat de krijtlijnen bij Defensie helpt uittekenen.

Volgens een andere goedgeplaatste bron voert het Pentagon een parallel onderzoek naar industriële spionage door Israël. Israël zou gesofistikeerde wapens en dual-use technologieën van Amerikaanse makelij verworven hebben en, mits enkele modificaties, zelf op de markt hebben gebracht. Tot frustratie van Washington zou die militaire high-tech via tussenpersonen in Russische, Chinese en andere rivaliserend handen terecht gekomen zijn. Erger nog: via de zwarte markt zouden terreurgroepen illegale kopieën verworven hebben van Amerikaanse militaire software.

Eén voorbeeld is PROMIS, de spionagesoftware die aan het begin van de jaren 80 ontwikkeld werd door het bedrijf INSLAW om databanken uit te pluizen. De Israëlische inlichtingendienst Mossad kocht het aan en verkocht eigen versies ervan aan andere inlichtingendiensten in het Midden-Oosten, Azië en Oost-Europa. In de software zat een ‘Trojaans paard’ waardoor de verkoper de koper in het oog kan houden. Eind jaren negentig viel de software in handen van al Qaeda en volgens een verhaal in de krant ‘Washington Times’ van juni 2001 zou dat de witwasoperaties van de terreurgroep een stuk makkelijker gemaakt hebben. Volgens één bron geloven de onderzoekers van het Pentagon dat al Qaeda de software heeft gebruikt om de Amerikaanse inlichtingendiensten te bespioneren.

Een ander onderzoek dat vanonder het stof zou worden gehaald, is dat tegen Stephen Bryen, een voormalig lid van de buitenlandcommissie van de senaat. Eind jaren zeventig werd tegen hem een onderzoek geopend voor het doorspelen van geheime inlichtingen aan - alweer - de AIPAC-lobby. Hij werd nooit veroordeeld, maar werd onder de regering-Reagan (1981-1989) opgevist door toenmalig onderminister voor Defensie Richard Perle. Bryen richtte de Defence Technology Security Administration (DTSA) op, een orgaan dat toezicht uitoefent op de uitvoer van Amerikaans militair materieel naar het buitenland. Volgens een naaste medewerker is het geen toeval dat onder Bryen de VS de transfers naar West-Europa en Japan (wegens te dicht bij Moskou) afsloot en de deur opende voor de export naar Israel. Perles opvolger Richard Armitage stelde na zijn aanstelling als onderminister van Defensie in 1987 openlijk vragen bij de transfers die onder Bryen gebeurd waren richting Israël. (MM/ADR)
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift