Zelfbeschikking allesbehalve verzekerd voor Iraakse Koerden - analyse

De zelfmoordaanslagen die zondag het relatief rustige noorden van Irak hebben opgeschrikt, hebben nog meer onzekerheid doen ontstaan in het land, vijf maanden voordat de VS de macht aan een Iraakse regering willen overdragen. De geviseerde Koerden zijn de betrouwbaarste bondgenoot van de VS in Irak. Maar hun droom van zelfbeschikking stuit op weerstand van de overige bevolkingsgroepen in Irak en op de geopolitieke overwegingen van Washington.

De aanslagen van zondag waren gericht tegen de Koerdische Democratische Partij (PDK) en de Patriottische Unie (PUK), twee partijen die nauw samenwerken met de Amerikaanse bezetters. KDP-leider Massoud Barzani en PUK-baas Jalal Talabani, vroeger twee bittere rivalen, hebben elkaar gevonden in het streven naar maximale autonomie voor de Koerden in het nieuwe Irak.

Niemand heeft de aanslag opgeëist, maar de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken Hoshiyar Zebari, zelf een Koerd, beschuldigt de Ansar al-Islam. Dat is een radicale moslimgroep die misschien banden heeft met al-Qaeda. Als bewezen wordt dat de aanslag inderdaad is uitgegaan van Arabische militanten, zal dat de spanningen tussen Koerden en Arabieren in Irak nog verder opdrijven.

Er leven 4 tot 5 miljoen Koerden in Irak, op een totale bevolking van 24 miljoen. In het noorden van het land vormen ze de grootste bevolkingsgroep. Ze werden onderdrukt door het regime van Saddam Hoessein, maar de Golfoorlog van 1991 bood hun de kans in een deel van het noorden een eigen bestuur op te zetten, dat overeind bleef dankzij de bescherming door de luchtmacht van de VS en Groot-Brittannië. Bij de Amerikaanse invasie in maart van vorig jaar kozen de Koerden meteen de kant van de buitenlandse troepen. Negen maanden na het einde van de oorlog kunnen de Amerikaanse bestuurders nog altijd op hun Koerdische bondgenoten rekenen.

De Koerdische leiders willen vermijden dat de klok voor hen wordt teruggedraaid in het nieuwe Irak. Ze stellen voor om van Irak een losse Arabisch-Koerdische federatie te maken, waarbij de sjiieten het zuiden van het land zouden gaan besturen en de Koerden het voor het zeggen zouden krijgen in het noorden van het land. De rijke olievoorraden rond de noordelijke stad Kirkuk zouden wel heel het land ten goede komen. Kirkuk zelf zou een bijzonder bestuur krijgen met een gegarandeerde vertegenwoordiging van de minderheden.

Maar die plannen roepen veel weerstand op, zowel in Irak als daarbuiten. De niet-Koerdische bevolkingsgroepen in het noorden - soennieten die zich in de regio vestigden in het kader van de plannen van Saddam Hoessein om het noorden te arabiseren en Turkmenen, een Turks volk - vrezen de overheersing door de Koerden. De Iraakse sjiieten, de grootste bevolkingsgroep in Irak die door Saddam Hoessein altijd van de macht werd gehouden - willen geen federale opdeling van het land omdat ze via een centraal bestuurssysteem hun overwicht veel beter kunnen uitspelen.

Drie buurlanden van Irak - Turkije, Iran en Syrië - vrezen dat Koerdische autonomie in Irak bij de Koerdische minderheden op hun grondgebied ook eisen tot zelfbeschikking zal losmaken. De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan verklaarde vorige week dat het Koerdische voorstel ongezond is en de hele regio dreigt te destabiliseren.

Het Amerikaanse standpunt is nog niet duidelijk. President George W. Bush en Buitenlandminister Colin Powell hebben alleen verklaard dat de eenheid van Irak zal bewaard blijven; daarmee kunnen ze nog alle kanten op. Onderminister van Defensie Paul Wolfowitz heeft voor de Turkse tv wel verklaard dat een eventuele federale staatsvorm voor Irak gebaseerd zal zijn op een geografische opdeling en dus niet op etnische verschillen. Dat zou erop kunnen wijzen dat de VS het bondgenootschap met Turkije belangrijker vinden dan een goede relatie met de Koerden in Irak.

Tijdens de Amerikaanse invasie in Irak had Turkije de VS geweigerd Amerikaanse troepen van op zijn grondgebied het noorden van Irak te laten binnentrekken. De schade die dat aanrichtte aan de betrekkingen tussen de VS en Turkije, blijkt niet onoverkomelijk. De Turkse commentator Mehmet Ali Birand verklaart dat vanuit het grotere project voor het Midden-Oosten dat president Bush koestert. Centraal daarin staat de doelstelling om de landen in de regio de overgang naar de democratie te doen maken. Volgens Birand kan Turkije daarbij als voorbeeld dienen en kan het ook actief bijdragen tot dat regionale democratiseringsproces. Daardoor zou Turkije ook invloed kunnen uitoefenen op wat er in het noorden van Irak gebeurt.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift