Zestien miljoen mensen bedreigd met honger in de Sahel

Er dreigt een nieuwe hongersnood in de Sahel. Lokale ngo’s trekken samen met Oxfam aan de alarmbel: ‘We moeten nu handelen, voor het te laat is’.

  • Lize Van Dyck, MO* Hassane Baka, woordvoerder RBM Lize Van Dyck, MO*

Voor de bevolking van vijf landen -Mauritanië, Mali, Niger, Burkina Faso en Tsjaad- heerst een grote voedselonzekerheid. Daarnaast zijn ook Gambia en Senegal kwetsbaar voor de ramp die hun buurlanden teistert. De meest kwetsbaren zijn zoals steeds vrouwen en kinderen, kleine landbouwers, veehouders en herders.

‘We zitten officieel in de alertfase’, zegt Hassane Baka (zie foto) van Réseau Billital Maroobe (RBM). Dit houdt in dat men beseft dat een nieuwe crisis op komst is. “Officieel” een crisis, want eigenlijk is die op dit moment al een realiteit. 645 000 kinderen sterven jaarlijks in de Sahel, waarvan 226 000 als rechtstreeks gevolg van ondervoeding. Volgens de Organisatie van de Verenigde Naties voor voeding en landbouw (FAO) is de productie met 25 procent gedaald sinds 2010. Dit ten gevolge van voorgaande voedselcrisissen en mislukte oogsten.

In de ganse regio stegen de voedselprijzen gemiddeld van 25 tot 50 procent, vergeleken met vijf jaar geleden. En dit terwijl uitgaven aan voedsel ongeveer 80 procent van de totale uitgaven vertegenwoordigen van de meest kwetsbare bevolking. Met andere woorden, de mensen kunnen nog amper of helemaal geen eten meer kopen. Kleine veehouders en lokale herdersgemeenschappen zijn gedwongen hun vee te verkopen, wat vaak hun laatste bron van inkomsten is, om hun gezin te kunnen onderhouden.

Daarom kwamen deze week verschillende Oxfam-partners samen met woordvoerders van lokale Afrikaanse ngo’s Réseau des oganisations paysannes et de producteurs de l’Afrique de l’Ouest (ROPPA) en Réseau Billital Maroobe ( RBM) om aandacht te vragen voor de Sahel. Met hun noodoproep proberen ze mensen te mobiliseren en regeringen onder druk te zetten om in actie te komen.

Vicieuze cirkel

Er bestaat een cyclus van de honger. Door klimaatomstandigheden (extreme droogte, onregelmatige regenval, insectenplagen) , politieke instabiliteit (zoals in Mali) en alsmaar stijgende voedselprijzen is een voedselcrisis niet meer dan een logisch gevolg in de Sahel.

Dit is de actualiteit van vandaag maar rekening houdend met de globale klimaatveranderingen ziet het ernaar uit dat de situatie enkel zal verslechteren. Daarom juist zouden regeringen en internationale hulporganisaties in beweging moeten komen alvorens de crisis totaal is.

Cyclus van de honger doorbreken

Om deze cyclus van honger tegen te gaan, zijn projecten op lange termijn nodig, zoals het installeren van waterputten en irrigatiesystemen en het aanbieden van alternatieve manieren van landbouw en veehandel. De vraag moet niet zijn: ‘Komt er een nieuwe voedselcrisis?’, maar hoe de lokale gemeenschappen hiermee kunnen omgaan en hoe ze ondersteund zullen worden.

In samenwerking met Oxfam stellen ROPPA en RBM vijf maatregelen voor om de situatie te keren. Eerst en vooral is de preventieve financiële steun essentieel. Hoe vroeger de mobilisatie van donaties, hoe lager de totale kostprijs en hoe meer levens gespaard. Jan Egeland, voormalig humanitair coördinator van de Verenigde Naties, schatte in 2005 dat er één dollar per dag nodig is om het leven van een ondervoed kind te redden indien er het voorafgaande jaar in geïnvesteerd werd, tegenover 80 dollar per dag op het hoogtepunt van de crisis.

Het is van elementair belang dat men kan garanderen dat de hulp bij de juiste mensen terecht komt. Voorbije crisissen werden de herders en veehouders te weinig ondersteund, terwijl dit de groep is die het eerst getroffen wordt door de droogte. In de armste gezinnen migreren de mannen vaak naar de stad en laten hun vrouwen en kinderen achter zonder inkomsten, of nemen hen mee, waardoor de vrouwen geregeld terug moeten grijpen naar diefstal of prostitutie. De kinderen worden van school gehaald en hun basisonderwijs valt weg.

Door de onzekerheid in productie en de fluctuerende bevolkingscijfers (bevolkingsgroei tegenover migratie omwille van politieke instabiliteit en droogte) is het erg moeilijk voor de lokale handelaars om handel te drijven. Een goede werking van de regionale markten om de circulatie van de voedsel en de lage prijzen te verzekeren is dan ook cruciaal. Daarnaast is een betere coördinatie en leiderschap noodzakelijk, om een efficiënt antwoord te kunnen bieden op een crisis . Zowel lokale en regionale regeringen als ngo’s en de VN moeten daarom het ‘Charter voor de preventie en het advies van voedselcrisissen’ respecteren.

Ten slotte stellen de betrokken organisaties voor om de veerkracht van de hulp te versterken op lange termijn. Dit betekent onder meer een vaste bijdrage van minstens tien procent van het nationaal budget dat zou moeten gaan naar landbouw en veeteelt; de ontwikkeling van nationale, regionale en communautaire voedselreserves en een investering in lange termijn programma’s voor sociale bescherming en veiligheidsnetten.

Door de economische crisis bespaarden de Europese regeringen als eerste op het budget voor Ontwikkelingshulp, juist nu er meer dan ooit in geïnvesteerd zou moeten worden. Indien er niet snel gehandeld wordt, loopt het prijskaartje van de voedselcrisis op en wordt de hongerdood voor een groeiend aantal mensen werkelijkheid.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift