Zestig jaar Nakba: Wie betaalt de rekening?

De Amerikaanse president George W. Bush wil zijn tweede ambtstermijn graag met een succes afsluiten: een vredesoplossing tussen Israël en de Palestijnen én de oprichting van een Palestijnse staat. Ver weg van het Witte Huis viert Israël zijn zestigste verjaardag en herdenken de Palestijnse vluchtelingen de Nakba, de “catastrofe” uit 1948.
 ‘Dit jaar herdenken we de Nakba niet anders dan voorheen. Het blijft een pijnlijke herinnering aan zestig jaar lijden en verlies’, schrijft Musa, manager van een kindercentrum, in een e-mail vanuit een vluchtelingenkamp in Bethlehem. ‘De kinderen die geboren zijn in Palestijnse vluchtelingenkampen kennen de grond niet waarop hun ouders zijn opgegroeid. Maar de meesten van hen zien 1948 als het jaar waarin Israël hun ouders dwong om hun land en huizen achter te laten.’
Op 14 mei 1948 riep de Israëlische premier David Ben Gourion de onafhankelijkheid van Israël uit. Dit luidde een volgende fase in van de oorlog tussen de joden en Arabische staten. De inzet was grond, de slachtoffers waren de Palestijnen, de oorspronkelijke bewoners van het betwiste gebied. Israël vernietigde meer dan vierhonderd Palestijnse dorpen en 750.000 Palestijnen werden verjaagd of sloegen op de vlucht.
De Palestijnse exodus vormt één van de best toegedekte hoofdstukken in de Israëlische geschiedenisboeken en over de ware toedracht variëren de versies. Volgens de Israëlische versie vluchtten de Palestijnen vrijwillig, in de overtuiging dat Arabische legers Palestina zouden bevrijden. Er werden echter ook moorddadige raids uitgevoerd op Arabische dorpen en wijken. De bekendste was de massamoord op 110 Palestijnse burgers in Deir Yassin, nabij Jeruzalem. Volgens Israël was dit het werk van de dissidente joodse terreurorganisaties Irgun en Lehi. Het Joods Agentschap veroordeelde de afslachting.
Volgens de Palestijnse versie maakten de acties deel uit van een groter plan om de regio etnisch te zuiveren. Ook de “Nieuwe Historici”, Israëlische academici zoals Benny Morris en Ilan Pappé, zijn ervan overtuigd dat Ben Gourion minstens de hand had in de uitzetting van de Palestijnen. Wat er ook van zij, de Palestijnse vluchtelingenstroom en de ontzegging tot terugkeer was een feit.
De Palestijnse vluchtelingen vestigden zich tijdelijk in nieuwe onderkomens of vluchtelingenkampen. Zestig jaar later zijn de kampen er nog altijd, al zijn de tenten van weleer allang vervangen door stenen huizen. In 1950 registreerde het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen (UN Relief and Works Agency, Unrwa), 914.000 Palestijnse vluchtelingen.
Vandaag is hun aantal aangegroeid tot 4,4 miljoen, aldus Unrwa, dat ook de nakomelingen van de 1948-vluchtelingen het statuut van vluchteling toekent. Een derde van hen –1,3 miljoen– leeft in 58 erkende vluchtelingenkampen in Jordanië, Libanon, Syrië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. De anderen leven in de buurt van de vluchtelingenkampen, in en rond steden in de gastlanden en in de Palestijnse Gebieden.

surrealistische vredesbetuigingen


President Bush bloosde onlangs van optimisme over een vredesoplossing voor het einde van zijn ambtstermijn in 2009. Zowel zijn minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice als de Israëlische premier Olmert waren opgetogen over de belofte van Israël om op korte termijn de bewegingsvrijheid van de Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever te bevorderen. Intussen zitten de voorwaarden om tot vrede te komen echter muurvast.
Israël mag dan al bereid zijn om vijftig kleinere, onbeduidende wegblokkades weg te nemen en meer Palestijnse controle toe te laten, het zal de laatste controle noch grote joodse nederzettingen in de Westelijke Jordaanoever opgeven. Evenmin toont Israël enige intentie om de bouwplannen voor de verdere uitbreiding van grote nederzettingen rond Oost-Jeruzalem te bevriezen of illegale buitenposten te ontmantelen, een continu herhaalde eis van het Kwartet (de VS, Europa, VN en Rusland). Defensieminister Ehud Barak gaf –volgens een nieuw rapport van de Israëlische vredesbeweging Peace Now– de goedkeuring om duizend wooneenheden in bestaande kolonies bij te bouwen.
Israëls dubbele houding roept de vraag op of een taboe-onderwerp als het vluchtelingenvraagstuk ooit de onderhandelingstafel zal halen. ‘Een toekomstige Palestijnse staat is de enige mogelijke oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem’, schoof de Israëlische buitenlandminister Tzipi Livin alle verantwoordelijkheid van zich af. ‘Israël heeft niet alleen bestaansrecht, we hebben ook het recht om als joodse staat te bestaan’, voegde ze er onomwonden aan toe.
Tijdens zijn laatste bezoek aan Israël begin dit jaar herhaalde ook president Bush dat een soevereine, leefbare Palestijnse staat de enige oplossing kan zijn voor het vluchtelingenprobleem. Bush is daarbij voorstander van een compensatieregeling voor de vluchtelingen. Alleen stelt zich de vraag of de internationale gemeenschap –die nu al grotendeels de rekening van de Israëlische bezetting betaalt– opnieuw zal opdraaien voor de kosten.

zelfs pepsi geeft er de brui aan


Op de internationale donorconferentie in Parijs eind vorig jaar engageerde Europa zich alvast om meer middelen vrij te maken voor de Palestijnse staat. Europa investeert in het Palestijns hervormings- en ontwikkelingsplan (PRDP) en verhoogt ook de steun aan Unrwa. Ook België verhoogde zijn budget voor de volgende jaren. In maart trok minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel naar de Palestijnse Gebieden om de budgetbestemmingen te bezegelen. België geeft in de komende vier jaar 86 miljoen euro, waarvan 50 miljoen via directe bilaterale hulp. Van de overige 36 miljoen gaat een groot deel naar Unrwa.
Tijdens Michels bezoek legde Barbara Shenstone, directeur van de Unrwa-operaties op de Westelijke Jordaanoever, sterk de klemtoon op de tragische humanitaire situatie in Gaza en de sterke economische achteruitgang op de Westelijke Jordaanoever. ‘De grootste slachtoffers van de bezetting en de daaraan gekoppelde economische crisis zijn de vluchtelingen, meer dan veertig procent van de bevolking in de Palestijnse Gebieden.
Op de Westbank is nauwelijks economische activiteit mogelijk door de slopende Israëlische controles en de beperkte mobiliteit van mensen en goederen. In Gaza geraakt Unrwa niet verder dan voedselhulp. Van de 1,5 miljoen Gazanen voeden wij er 800.000. Het Werelvoedselprogramma bereikt er nog eens 300.000.’ Daarmee voorzien de VN meer dan zeven op tien Gazanen van basisvoedsel en ligt de klemtoon in Gaza vooral op noodhulp.
Hoe afhankelijk Gaza is geworden, staafde Unrwa-woordvoerder René Aquarone met het volgende voorbeeld: ‘De fabriek van Pepsi Cola is in Gaza actief sinds de jaren zestig. Voor de eerste keer in al die tijd heeft Pepsi er zijn activiteiten stopgezet omdat het geen CO2 meer kon importeren. En dat terwijl de fabriek wel continu bleef draaien tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967, de Yom Kippur-oorlog in 1973 en de verschillende intifada’s.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2925   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift