Dossier: 

Zijn we met te veel?

We zijn met bijna 7 miljard mensen op deze planeet. Elk jaar komen er 78 miljoen bij. Tegen 2040 zullen we met 9 miljard zijn. Is er wel genoeg plaats en voedsel voor zoveel mensen? Moet je ingrijpen in die groei en waar dan? Willen we minder baby’s of minder oudjes?

  • Simply VCR Een strand in Kulasai, India Simply VCR

Spreken over overbevolking ligt gevoelig want wie is er te veel? De bevolkingsgroei situeert zich overwegend in de ontwikkelingslanden, maar net die landen wegen nauwelijks op de draagkracht van de aarde terwijl de rijke landen de grootste voetafdruk hebben. In het Noorden zijn er veel meer hoogbejaarden en economisch inactieve mensen, waardoor sommigen vinden dat er dringend werk gemaakt moet worden van een verstandige immigratiepolitiek. Anti-immigratiestemmen maken zich dan weer zorgen dat de blanke Europese bevolking niet snel genoeg verjongt en pleiten voor extra stimuli voor grotere gezinnen.

Terwijl sommigen geloven dat planeet aarde probleemloos 9 of 10 miljard mensen aankan, stellen radicale ecologen dat er maar plaats is voor 1 tot 2 miljard. De groep met de grootste ecologische voetafdruk moet dan maar inkrimpen, zou je denken. ‘Wanneer je anno 2010 in Groot-Brittannië of de VS woont, is er niets dat je impact op het milieu zo kan verminderen als de keuze om een kind minder te hebben’, opperde onlangs Oliver Burkeman, columnist van The Guardian. Anderen rekenden voor: een ton CO2 uitsparen kost 7 dollar via familieplanning. Wil je met zonne-energie hetzelfde bereiken, dan kost je dat 51 dollar.

Naweeën van de babyboom

De demografische curve van de voorbije twee eeuwen spreekt tot de verbeelding. De cijfers zijn duizelingwekkend: het duurde van het begin der tijden tot 1830 om te groeien tot 1 miljard aardbewoners. Het tweede miljard werd op een eeuw tijd bereikt, het derde miljard in dertig jaar, het vierde in vijftien jaar. Met de huidige wereldbevolking van ruim 7 miljard en een jaarlijkse aangroei van 75 tot 80 miljoen hebben we slechts dertien tot veertien jaar nodig om met alweer een miljard aan te groeien.

‘De bevolkingsboom die we in de twintigste eeuw hebben meegemaakt is uniek en zal ook niet meer herhaald worden’, aldus Joel Cohen, bevolkingsexpert aan de Rockefeller Universiteit en de Columbia Universiteit in de VS, in zijn essay Beyond Population: Everyone Counts in Development. Zijn vaststelling is tegelijk beangstigend en geruststellend. De periode van 1950 tot 2050 is uitzonderlijk in de geschiedenis van de wereldbevolking: niemand die voor 1930 heeft geleefd, zag de wereldbevolking verdubbelen. En ook niemand die na 2050 leeft, zal zelf meemaken dat de wereldbevolking verdubbelt. Wie geboren werd in 1965 of vroeger en nu nog in leven is, heeft de wereldbevolking zien verdubbelen van 3,3 miljard in 1965 tot 6,8 miljard in 2009, met de periode 1965-1970 als grote piek –vooral met een sterke aangroei in China en India, waar de bevolking groeide met 2,61 procent per jaar.

Die snelle aangroei is echter over zijn piek en is volgens de Bevolkingsafdeling van de VN sinds 1970 fors gedaald naar een globaal gemiddelde van 1,1 tot 1,2 procent per jaar in 2009. China bereikte zijn piek in 1965-1970 en India in 1975-1980. Ook wetenschapsjournalist Fred Pearce komt in zijn boek Volksbeving. Van babyboom naar bevolkingscrash tot het besluit dat het vertragen van de bevolkingsgroei een globale trend is. Pearce: ‘Zelfs in landelijke gebieden in Bangladesh hebben vrouwen vandaag gemiddeld 3 kinderen, terwijl hun moeder er nog 6 had. Dat is de keuze van de vrouw zelf, die ook andere dimensies in haar leven wil ontwikkelen.’

Het groeiende zuiden, het krimpende westen

Vijfennegentig procent van de bevolkingsgroei situeert zich vandaag in ontwikkelingslanden. Volgens demografen zal dat de komende veertig jaar zo blijven. Het snelst groeiende land is het straatarme Niger, dat ook nog geplaagd wordt door hongersnood. Niger heeft een gemiddelde van 7,4 kinderen per vrouw en stak Oeganda voorbij, dat tot voor kort op kop stond. Oegandees president Museveni vindt bevolkingsgroei een geweldige rijkdom voor het land en ziet niet meteen de nood om in te grijpen.

Precaire overlevingssituaties, armoede en conflict stimuleren jonge mensen om meer kinderen te krijgen. Dat was zo in de pre-industriële periode en dat is vandaag nog altijd zo in verschillende Minst Ontwikkelde Landen. Demografen verwachten dat de bevolking tussen 2005 en 2050 zal verdrievoudigen in Afganistan, Burkina Faso, Burundi, Congo, Congo-Brazzaville, Oost-Timor, Guinee-Bissau, Liberia, Mali, Niger, Oeganda en Tsjaad. Concreet betekent dit dat een vrouw gemiddeld 2,8 kinderen krijgt in de arme landen, tegenover 1,6 in de rijke landen. De laagste vruchtbaarheidsgraad heeft Taiwan, met een gemiddelde van 1 kind per vrouw.

Gezinsplanning

Dat we over de piek heen zijn mag dan een geruststelling zijn, de groei in het Zuiden baart wel zorgen. Duitsland en Ethiopië tellen vandaag allebei 85 miljoen inwoners. Tegen 2050 zal de bevolking in Ethiopië verdubbeld zijn tot 174 miljoen terwijl die van Duitsland zal krimpen tot 72 miljoen. De vruchtbaarheidsfactor (de factor waarmee de totale bevolking van een land aangroeit) in Duitsland bedraagt 1,3 en die in Ethiopië 5,4.

Ook de moslimlanden kennen een felle groei. Zonder familieplanning zal het aantal Pakistanen naar verwachting groeien van 180 miljoen vandaag tot 450 miljoen in 2050. Vrouwen krijgen er gemiddeld vier kinderen. Het ministerie van Bevolkingswelzijn wil dat cijfer tegen 2015 terugbrengen naar drie.

Het goede nieuws is dat gezinsplanning een verschil kan maken. Een goed anticonceptiebeleid en bewustmaking bij vrouwen kunnen ervoor zorgen dat Pakistan in 2050 groeit tot “maar” 335 miljoen inwoners in plaats van de verwachte 450. Daarvoor moet wel een cultureel probleem aangepakt worden, want slechts een op zes Pakistaanse vrouwen gebruikt moderne anticonceptiemiddelen. Ook in Oeganda is dat een op zes. In heel sub-Saharaans Afrika is het gebruik van voorbehoedsmiddelen gestagneerd omdat het budget voor gezondheidszorg er veeleer is aangewend voor de behandeling van hiv/aids dan voor gezinsplanning. Toch werd vorig jaar op een internationaal congres over Reproductieve Gezondheid in Kampala een pleidooi gehouden voor contraceptie, vooral om moedersterfte in te dijken.

Een lichtend voorbeeld op het vlak van gezinsplanning is Rwanda. De inperking van de bevolkingsgroei is er een prioriteit in het Vision 2020-plan. Als reactie op de genocide van 1994 is de bevolking er tussen 1995 en 2010 verdubbeld. Het land telt vandaag 11 miljoen inwoners, negen op tien is afhankelijk van landbouw. Indien Rwanda niet zou ingrijpen, zal de bevolking over 25 jaar nog eens verdubbeld zijn. Vision 2020 wil de groei dan ook terugbrengen van 2,6 naar 2,2 procent. Hoe? Niet door een één-kind-politiek of gedwongen sterilisaties, maar door een hoger bnp per persoon, campagnes om de moedersterfte in te perken en door massaal in te zetten op basisonderwijs voor alle kinderen. Intussen is in Rwanda het aantal vrouwen dat voorbehoedsmiddelen gebruikt, gestegen van 10 procent in 2005 naar 27 procent in 2008.

De stimuli van ahmadinejad

De daling in bevolkingsgroei sinds 1970 is –China uitgezonderd– niet het gevolg van gedwongen maatregelen maar wel van vrijwillige keuzes van jonge vrouwen en mannen, al dan niet ondersteund door een beleid met aandacht voor gezondheidszorg en contraceptie. Auteur Fred Pearce: ‘Toen in 1997 een einde kwam aan het Britse mandaat in Hongkong, hadden de vrouwen er gemiddeld één kind. En dat was niet het gevolg van de Chinese één-kind-politiek.’

Ook Iran geldt als model voor een snelle daling van de vruchtbaarheid zonder dwang of abortus. In 1977 had een Iraanse vrouw gemiddeld 6,6 kinderen, in 2006 nog 1,9. Vooral op het platteland was de daling spectaculair, van 8,1 kinderen per vrouw naar 2,1. De evolutie is van die aard dat president Ahmadinejad een campagne startte met allerlei financiële incentives om jonge koppels te stimuleren meer kinderen te krijgen. Voor Ahmadinejad is contraceptie een kenmerk van de decadente westerse cultuur en kan men zich daar maar beter niet mee besmetten. Farzaneh Roudi, bij de ngo Population Reference Bureau als directeur verantwoordelijk voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, verwacht echter niet dat Ahmadinejads campagne een grote impact zal hebben. Drie op vier gehuwde vrouwen in Iran tussen 15 en 49 jaar doet immers aan gezinsplanning en zes op tien gebruikt moderne contraceptie. Het land kent bovendien een hoge scholingsgraad.

Een gepast preventiebeleid voeren kan tegen 2030 een verschil maken van 3 miljard mensen meer of minder op deze planeet. Dat is evenveel als de voltallige wereldbevolking van 1960.

De demografische transitie

De spectaculaire bevolkingsexplosie sinds de verlichting wordt wel eens de “demografische transitie” genoemd. De Britse demograaf Tim Dyson, als professor verbonden aan de London School of Economics, noemt het een van de belangrijkste gebeurtenissen van de voorbije 250 jaar. Demografische transitie slaat erop dat de wereldbevolking evolueert van een situatie met hoge geboorte- en sterftecijfers naar een met lage geboorte- en sterftecijfers. Ruim 300 jaar geleden werd het leven van een vrouw getekend door het verlies van kinderen: 20 tot 30 procent van de baby’s stierven voor ze één jaar werden. Vrouwen kregen 7 kinderen of meer maar hielden er slechts 2 of 3 over. Die situatie is vandaag drastisch veranderd, dankzij gezondheidszorg en voorbehoedsmiddelen, vrouwenemancipatie, vorming en opvoeding en economische groei.

De sterke bevolkingsgroei in Afrika en de islamwereld is voor sommigen een reden te meer om onze relaties met die regio’s ter harte te nemen.

De vaststelling dat het gaat om een transitieproces, waarbij de groei als het ware “vanzelf” of liever door diverse factoren vertraagt, zou een geruststelling zijn, ware het niet dat er twee bottlenecks zijn. In heel dit proces dalen de sterftecijfers voor de geboortecijfers dalen, waardoor er nog een lange periode is van bevolkingsaangroei. Dat is wat zich nu voltrekt in verschillende arme ontwikkelingslanden. Een tweede punt is dat het transitieproces zich in de verschillende landen op een verschillend moment voltrekt. De demografische transitie is al voltooid in Europa, Japan en Taiwan maar is elders nog volop aan de gang. Het multiplicatieproces van het ene land kan daarbij grondig verschillen van het andere land. Terwijl de bevolking in Europa over heel het transitietraject groeide met een factor 2 of 3, is dat voor China 3 of 4, voor India 5 of 6 maar voor Oost-Afrika verwacht de VN dat de bevolking tussen 1950 en 2050 kan aangroeien met een factor 11. Wat dat betekent, blijkt uit het voorbeeld van Nigeria. Tussen 1950 en 2000 was Rusland de laatste fase van zijn demografische transitie en groeide de bevolking van 103 tot 147 miljoen. In dezelfde periode was de bevolking van Nigeria in een vroege transitieperiode –oplopend naar de piek– en groeide de bevolking van 37 naar 125 miljoen. De bevolking van Rusland, zo verwacht de VN, zal tegen 2050 gedaald zijn tot 116 miljoen, terwijl die van Nigeria zal gestegen zijn tot 289 miljoen.

Van gezinsplanning naar bevolkingsmanagement

Tegen 2050 zullen de rijke landen krimpen met een miljoen mensen, terwijl de ontwikkelingslanden zullen groeien met 35 miljoen. De globale aangroei zal op die manier dalen van 79 miljoen vandaag naar 34 miljoen. De komende veertig jaar zullen zich volgens bevolkingsexpert Cohen een aantal opvallende trends aftekenen: de bevolking zal tot 9 miljard groeien, de aangroei zal vertragen –behalve in enkele problematische regio’s–, de meeste mensen zullen in steden wonen en de hele wereldbevolking wordt ouder.

Ongetwijfeld brengt dat alles gigantische verschuivingen in de samenleving mee, onder meer op geostrategisch vlak. De helft van de aangroei is te verwachten in negen landen: India, Pakistan, Nigeria, Congo, Bangladesh, Oeganda, de VS, Ethiopië en China. De sterke bevolkingsgroei in Afrika en de islamwereld is voor sommigen een reden te meer om onze relaties met die regio’s ter harte te nemen. In 51 landen, vooral industrielanden, zal de bevolking dalen: in Duitsland van 83 miljoen naar 79 miljoen, in Italië van 58 naar 51, in Japan van 128 naar 112 en in Rusland van 143 naar 112. De VN sluit niet uit dat Rusland na 2050 minder inwoners telt dan Japan.

Ook sociaal-economisch zal de impact groot zijn. De twintigste eeuw wordt verondersteld de laatste te zijn waarin jonge mensen in aantal de ouderen overtroffen. In 1960 was 8,1 procent van de bevolking 60 jaar of ouder, in 2005 was dat 10,4 procent. De gemiddelde levensverwachting is gestegen van 30 jaar in het begin van de 20ste eeuw naar 65 jaar in het begin van de 21ste eeuw. Dat proces loopt overigens niet in alle landen gelijk. In 2050 zal in de industrielanden 1 inwoner op 3 ouder dan 60 jaar zijn, in de ontwikkelingslanden 1 op 5. Maar gezien de bevolkingsgroei nu in die ontwikkelingslanden, zal de vergrijzing daar in een stroomversnelling komen over 40 jaar. Tussen 2005 en 2050 zal het aantal zestigplussers in de rijke landen stijgen met 60 procent en de tachtigplussers met 160 procent. In de Minst Ontwikkelde Landen zullen die twee groepen echter groeien met 270 procent en 560 procent.

Met een oudere bevolking dalen normaal de economisch actieve bevolking, de economische groei en de innovatietrends in een samenleving. Zuid-Korea is het meest extreme voorbeeld: men verwacht een daling van de totale bevolking van 9 procent tegen 2050 en een daling van de actieve bevolking met 36 procent. De groep van zestigplussers zal 150 procent groeien. We moeten ons instellen op een langer actief leven. “50 is de nieuwe 30”, klinkt dat dan.

Toenemende migratie

Terwijl de rijke landen bewoond worden door een grote groep oude mensen, zal in 11 Minst Ontwikkelde Landen de helft van de bevolking 23 jaar zijn of jonger. Met name in Afghanistan, Angola, Burundi, Congo, Equatoriaal-Guinea, Guinee-Bissau, Liberia, Mali, Niger, Oeganda en Tsjaad. Wanneer die druk van het Zuiden zo groot is, mag het Noorden zich verwachten aan stromen bevolkingsgroepen uit het Zuiden. Men schat dat de netto immigratie van arme naar rijke landen tegen 2050 zal oplopen tot zo’n 2,2 miljoen, waarvan de helft in de VS.

De groei van de steden zal spectaculair toenemen, terwijl de bevolking op het platteland zal dalen. De uitdaging is vooral groot voor de arme landen. In 2050 zal in het Zuiden bij wijze van spreken om de vijf dagen een nieuwe stad voor een miljoen inwoners gebouwd moeten worden. De inplanting van die steden zal van vitaal belang zijn. De druk wordt nog opgedreven doordat 15 van de 20 megasteden met meer dan 10 miljoen inwoners gelegen zijn aan kusten en rivierdelta’s. Daardoor zijn ze erg kwetsbaar voor zelfs maar een lichte stijging van de zeespiegel.

Is negen miljard te veel?

Stel dat de bevolkingsgroei stabiliseert op 9 miljard –of zelfs 8,5 zoals optimisten hopen… kan de aarde dat aan? Is er voedsel genoeg voor zoveel mensen? Vandaag al lijdt een miljard mensen honger en ongetwijfeld zal de honger nog toenemen in de Minst Ontwikkelde Landen met een snelle bevolkingsgroei. Cohen: ‘ De schandvlek van de honger is het resultaat van collectieve keuzes van de mensheid, niet van biofysische noodzaak. Terwijl honderden miljoenen mensen honger lijden, verbouwen boeren vandaag voldoende voedsel om 50 procent meer mensen te voeden dan de huidige wereldbevolking. Terwijl al te veel mensen veel te veel eten, zijn er meer dan een miljard die heel wat minder eten dan nodig.’

Het hongerprobleem heeft zowel te maken met consumptiepatronen en machtsstructuren als met het landbouwmodel zelf. Oplossingen voor het hongerprobleem die vroeger werkten, blijken vandaag niet meer per se succesvol. De Groene Revolutie is geen oplossing meer in het licht van een ecologische crisis van waterschaarste en uitputting van de grond –dat ervaart men in India vandaag.

Cohen wijst erop dat de Babyloniërs al in 1600 voor Christus dachten dat de wereld volzet was. In zijn boek How Many People Can the Earth Support analyseert Cohen allerlei simulaties die de afgelopen vijftig jaar zijn gemaakt. De uitkomst varieerde van minder dan een miljard naar duizend miljard. Duurzaamheid en draagkracht van de aarde hebben enerzijds te maken met de grenzen van de natuur, maar anderzijds met de keuzes die mensen maken en de interactie tussen mens en milieu. Het heeft te maken met hoe we de economie vormgeven, technologie gebruiken en of de politieke instellingen in staat zijn conflicten op te lossen.

Bovendien, stelt Cohen, is de kwestie van duurzaamheid en draagkracht geen zaak van louter overleven. We verwachten van het leven wel iets meer. Waar het op aankomt, is hoe 9 miljard mensen een volwaardig leven kunnen hebben. Waarbij de materiële noden zijn voldaan en mensen de vrijheid hebben om een zinvolle invulling te geven aan hun leven. En met het perspectief dat hun kinderen dat ook kunnen hebben. De grootste bedreiging daarvoor is volgens Cohen niet een miljard mensen meer of minder, maar wel de ongelijke verdeling van middelen en inkomen.

Mensen met een hoog inkomen hechten vaak weinig belang aan materialen of goederen die voor de armen van vitaal belang zijn. Het kan best zijn dat de uitputting van bronnen, de verontreiniging van water, land en lucht of het uitsterven van soorten nauwelijks het leven van de rijken aantast –omdat het een ver-van-mijn-bedshow is of omdat ze makkelijk naar een alternatief kunnen grijpen terwijl de anderen in hun overleven bedreigd worden. Hoeveel risico willen we nemen en hoe stabiel zullen onze instellingen zijn? Het VN-Bevolkingsrapport Van conflict en crisis tot hernieuwing: generaties voor verandering, in oktober gelanceerd, zoomt in op die realiteit.

Ouder, groener, wijzer

Veel hangt er van af hoe we ons gedragen en in welke mate we in staat zijn om de overgang goed te managen en verstandige keuzes maken. Op het vlak van contraceptie kan er nog heel wat gebeuren. In 2008 waren er 215 miljoen vrouwen die geen toegang hadden tot moderne voorbehoedsmiddelen maar dat zelf wel wilden. 75 miljoen zwangerschappen waren ongewenst en 20 miljoen vrouwen ondergingen een abortus in onveilige omstandigheden.

Demografie is altijd een interactie van bevolking met economie, milieu en cultuur. Het beheren van de demografische groei is een samenspel van armoedebestrijding, gezondheidszorg, conflictbeheersing en de strijd tegen ongelijkheid. Verschillende deskundigen zijn het erover eens dat de meest efficiënte weg loopt via investeringen in basisonderwijs en secundair onderwijs. Cohen: ‘Basisonderwijs en secundair onderwijs kunnen bepalen of we groeien naar 7,8 of naar 10,8 mensen tegen 2050.’

Fred Pearce vreest dat we door de klimaatwijziging nog zware tijden tegemoet gaan. Pearce: ‘Maar ik denk dat het vooral over onze consumptiepatronen gaat, niet over bevolkingsaantallen. We staan voor de keuze: doorgaan en te pletter lopen, of wegen zoeken om kansen te creëren voor 9 miljard mensen.’ Hoe Pearce de samenleving van morgen ziet? ‘Ouder, groener en wijzer.’

Bronnen: www.un.org/esa/population, www.unfpa.org

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.