Zimbabwaanse boeren stranden op de markt

Op een winterse dinsdag bereidt een groep kleine boeren het avondeten op de vloer van een tabaksveiling in Harare. Geld voor de terugreis hebben ze niet, dus blijven ze rondhangen in de Zimbabwaanse hoofdstad. De regionale markten in ere herstellen zou de problemen van de boeren kunnen oplossen.
Sommigen van de boeren zitten al langer dan een week vast in Harare, waar ze hun oogst op een tabaksveiling hebben verkocht. Ze kregen enkel een voorschot van ongeveer 70 eurocent uitbetaald. Een brood kost al meer in Zimbabwe, waar hyperinflatie woedt.
De rest van de betaling gebeurt met cheques. Die inwisselen voor baar geld is echter een hele opgave voor de boeren, omwille van het voortdurende tekort aan cash. Verschillende banken hebben hun landelijke filialen gesloten, waardoor landbouwers alleen in de stad aan geld kunnen komen. De voorschotten die ze krijgen, zijn bovendien meestal te laag om het transport naar huis te bekostigen. De boeren zoeken dus noodgedwongen beschutting op de markten en veilingplaatsen in de hoofdstad.
“Ook al werken we hard op het land, we schieten er niets mee op. Het geld dat we voor onze oogst krijgen is waardeloos en cheques nemen tijd in beslag om te innen. We wachten al bijna twee weken op geld van de bank”, getuigt Cecilia Madzanise, die op kleine schaal tabak verbouwt in Concession, een landbouwgemeenschap op ongeveer 80 kilometer van Harare. Ze leeft nu op de pof omdat ze geen geld heeft om terug te keren.

Regionale markten


“Ze zouden beter de markt naar ons brengen, zodat we geen geld verspillen aan het transport om vervolgens in Harare te stranden”, vindt Madzanise. Net als veel andere boeren pleit ze voor de oprichting van gedecentraliseerde markten in landelijke gebieden. Dat zou ook de risico’s verminderen die verbonden zijn aan reizen in Zimbabwe. In juni dit jaar kwamen 14 boeren om het leven toen de vrachtwagen waarmee ze reisden in de rivier belandde op weg naar de Mbare Musika-markt in Harare.
In het verleden waren er tal van marktplaatsen doorheen het land, waar kopers van verschillende soorten producten samenkwamen. Dat veranderde na de verdrijving van blanke boeren in 2000. Nu liggen veel plattelandsgemeenten er als spooksteden bij.
Initiatieven zoals carpoolen, waarbij een groep boeren uit een bepaalde streek samen een vrachtwagen huren, werken vaak niet. Vrachtwagenbestuurders proberen alle boeren apart te doen betalen.
 
Kleinschalige producenten van verse waren hebben het het hardst te verduren. Ze moeten minstens een keer per week naar de stad reizen. Je ziet hen tegenwoordig vaak in vrachtwagens bovenop kratten tomaten of andere groenten, waarbij ze hun leven riskeren in een poging de kosten de drukken. “We kunnen we het schoolgeld of het eten voor onze familie niet meer betalen, al het geld gaat naar transport”, betreurt Alec Ngwende, een kleine groenteboer uit Chihota, ten oosten van Harare.

Tesco


Andrew Ferreira, voorzitter van de Zimbabwaanse Tabaksvereniging, steunt de oprichting van regionale markten. “Vanuit het standpunt van de telers is alles wat de transportproblemen verzacht, een pluspunt. Toch moeten we voorzichtig zijn met dit voorstel, want het kan invloed hebben op de prijs die voor het product wordt betaald.”
Enkele traditionele Europese klanten die rechtstreeks bij kleine boeren inkochten, hebben afgehaakt uit protest tegen de schendingen van de mensenrechten in Zimbabwe. De grootste warenhuisketen in Europa, Tesco, maakte in juni bekend zich uit het land terug te trekken. Volgens een functionaris van de Zimbabwaanse Vereniging van Verse Voedingsproducenten was Tesco hun grootste afnemer, goed voor de helft van de omzet van de vereniging.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

randomness